Aanvallers maken op groeiende schaal misbruik van devicecode-authenticatie om toegang te krijgen tot Microsoft 365 en Entra ID, zonder wachtwoorden te stelen of traditionele beveiligingswaarschuwingen te activeren. Barracuda detecteerde in vier weken tijd 7 miljoen van dergelijke aanvallen. De methode wint snel terrein doordat phishing-as-a-service-kits de aanpak schaalbaar en toegankelijk maken voor aanvallers.

Barracuda heeft onderzoek gepubliceerd naar een snel opkomende aanvalstechniek waarbij aanvallers misbruik maken van legitieme devicecode-authenticatie. In de afgelopen vier weken detecteerde het bedrijf 7 miljoen aanvallen op basis van deze methode.

Hoe de aanval werkt

Devicecode-authenticatie is ontworpen voor apparaten met beperkte invoermogelijkheden, zoals smart-tv’s, printers of CLI-tools. De gebruiker logt in via een tweede, vertrouwd apparaat door een korte code in te voeren op een officiële inlogpagina.

Aanvallers misbruiken dit mechanisme door zelf een geldige devicecode aan te vragen bij Microsoft en die vervolgens via een phishingbericht naar het slachtoffer te sturen. Het slachtoffer voert de code in op de echte pagina microsoft.com/devicelogin. Microsoft geeft daarna een OAuth-toegangstoken en vernieuwingstoken af — die gaan rechtstreeks naar de aanvaller.

Volgens Barracuda biedt deze methode aanvallers een aantal concrete voordelen ten opzichte van traditionele phishing. De aanval maakt gebruik van officiële authenticatie-URL’s in plaats van nep-inlogpagina’s, waardoor e-mailfilters de activiteit minder snel oppikken. Bovendien omzeilt de techniek multi-factor authenticatie en beleid voor voorwaardelijke toegang, omdat het slachtoffer zelf het apparaat van de aanvaller autoriseert. Het verkregen token geeft dagen of weken toegang tot het account, ook als het slachtoffer nadien zijn wachtwoord wijzigt.

Geïndustrialiseerd via phishing-as-a-service

Barracuda meldt dat de aanvalsmethode inmiddels onderdeel is geworden van het phishing-as-a-service-model. Zo circuleren kits zoals EvilTokens die de techniek schaalbaar toepasbaar maken voor een breed publiek aan aanvallers. Saravanan Mohankumar, Manager in het Threat Analysis Team bij Barracuda, geeft aan dat de industrialisering van devicecode-phishing de dreiging gevaarlijker en moeilijker in te dammen maakt.

Mohankumar benadrukt dat securitymaatregelen snel moeten worden aangepast. Barracuda wijst op een combinatie van geavanceerde e-mailfiltering, identiteitsbescherming en continue monitoring als manieren om het risico te beperken. Aanvullend stelt het bedrijf dat strikte controles rond autorisatiestromen van apparaten en bewustwording over het invoeren van verificatiecodes kunnen helpen voorkomen dat aanvallen slagen.

Wat dit betekent voor de beveiliging van cloudidentiteiten

Bij een geslaagde aanval krijgen aanvallers langdurige toegang tot cloud-e-mail- en identiteitsomgevingen. Doordat ze daarvoor geen wachtwoord hoeven te stelen en geen traditionele beveiligingswaarschuwingen activeren, blijft de aanval lang onopgemerkt. Barracuda geeft aan dat het stilletjes kapen van een sessie ook laterale beweging binnen een organisatie mogelijk maakt zonder directe detectie.

Nederlandse organisaties zijn onvoldoende voorbereid op aankomende resilience-wetgeving, terwijl NIS2 deze zomer naar verwachting in nationale wetgeving wordt verankerd. Uit onderzoek van Veeam Software onder 310 Nederlandse IT- en zakelijke beslissers blijkt dat slechts 56% volledig compliant is of actief werkt aan implementatie. Een kenniskloof tussen IT-leiders en zakelijke beslissers blijkt een belangrijke oorzaak — met risico’s voor zowel compliance als bedrijfscontinuïteit.

Veeam Software deed onderzoek onder 310 Nederlandse IT- en zakelijke beslissers naar kennis, gedrag en houding ten aanzien van cyberresilience-wetgeving. De resultaten zijn zorgwekkend: 13% van de ondervraagde organisaties geeft aan helemaal niet bezig te zijn met de invoering van resilience-maatregelen, en 7% wacht tot implementatie wettelijk verplicht is. Veeam stelt dat organisaties hun eigen volwassenheid mogelijk overschatten, wat leidt tot te weinig investering in de basisfundamenten van veerkracht.

Groot verschil in kennis tussen IT en business

Uit het onderzoek blijkt een opvallende kloof tussen IT-leiders en zakelijke beslissers. Waar 91% van de IT-leiders het nut van resilience-wetgeving zoals NIS2 inziet, geldt dat voor slechts 72% van de zakelijke leiders. Ook het kennisniveau verschilt sterk: 83% van de IT-leiders geeft aan volledig bekend te zijn met de wettelijke eisen, tegenover 60% van de zakelijke leiders.

Daarnaast ziet 30% van de zakelijke leiders geen enkele uitdaging bij de uitvoering van resilience-maatregelen, terwijl IT-leiders juist wijzen op concrete knelpunten. Zij noemen gebrek aan tijd voor implementatie en beleidsontwikkeling (41%) en onvoldoende samenwerking tussen teams (33%) als voornaamste obstakels.

Onduidelijkheid over eindverantwoordelijkheid

Over wie eindverantwoordelijk is voor compliance met resilience-wetgeving bestaat eveneens geen overeenstemming. Hoewel 65% van de organisaties de verantwoordelijkheid verdeelt over meerdere afdelingen met één eindverantwoordelijke, legt 28% die volledig bij één persoon neer.

IT-leiders wijzen de CEO het vaakst aan als eindverantwoordelijke (38%), gevolgd door de IT-manager (20%) en de CTO (14%). Zakelijke leiders verdelen die verantwoordelijkheid vrijwel gelijk tussen de CEO (32%) en de IT-manager (29%). Beide groepen noemen in 11% van de gevallen de compliance-manager.

Veeam geeft aan dat dit beeld problematisch is, omdat NIS2 de eindverantwoordelijkheid expliciet bij de CEO belegt. Edwin Weijdema, Field CTO EMEA bij Veeam Software, benadrukt dat CEO’s veerkracht als topprioriteit moeten beschouwen en moeten begrijpen hoe dit bijdraagt aan bedrijfscontinuïteit én bedrijfsdoelen. Weijdema stelt dat zakelijke C-level functies IT-leiderschap tegemoet moeten komen, omdat zonder wederzijdse kennis en samenwerking — ook met compliance- en legal-teams — organisaties kwetsbaar blijven en zowel innovatie als groei onder druk komen te staan.

Organisatiebrede aanpak vereist

Veeam meldt dat veerkracht geen geïsoleerd IT-vraagstuk is, maar een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Organisaties die de basis niet op orde hebben lopen volgens het bedrijf niet alleen compliance-risico’s, maar beperken ook hun vermogen om veilig te groeien en te innoveren. Nu NIS2 naar verwachting deze zomer in de Nederlandse wet wordt opgenomen, neemt de urgentie toe om de samenwerking tussen IT, business, legal en compliance structureel te versterken.

AI-systemen zijn steeds beter in staat om zonder menselijke tussenkomst end-to-end aanvallen op cloudomgevingen uit te voeren. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Unit 42, het onderzoeksteam van Palo Alto Networks. De bevindingen laten zien dat bestaande detectiesystemen moeite hebben om dit soort aanvallen te herkennen, en dat de tijd tussen eerste toegang en dataverlies snel afneemt.

Unit 42, het onderzoeksteam van Palo Alto Networks, onderzocht in hoeverre AI-systemen volledig autonoom complexe cyberaanvallen kunnen uitvoeren op cloudomgevingen. Eerder onderzoek van Unit 42 toonde al aan dat AI als operator kan functioneren binnen cyberoperaties. De nieuwe vraag was of menselijke sturing nog noodzakelijk is, of dat systemen een volledige aanvalsketen zelfstandig kunnen doorlopen.

Proof-of-concept met meerdere AI-agents

Voor het onderzoek ontwikkelde Unit 42 een proof-of-concept genaamd Zealot: een systeem waarin meerdere AI-agents samenwerken binnen één aanvalsscenario. In een gecontroleerde testomgeving wist Zealot zelfstandig een volledige aanval uit te voeren. Volgens Unit 42 omvatte dit het misbruiken van kwetsbaarheden, het verkrijgen van toegangsgegevens, het toe-eigenen van beheerrechten en het buitmaken van data.

Het onderzoeksteam stelt dat huidige AI-modellen aanvalsstappen zelfstandig aan elkaar kunnen koppelen met minimale menselijke begeleiding. Daardoor neemt de tijd tussen eerste toegang en dataverlies verder af. Volledig autonoom opereren bleek in de tests nog niet mogelijk zonder enige menselijke controle: handmatig ingrijpen was soms nodig om te voorkomen dat het systeem vastliep in irrelevante zijpaden.

Detectiesystemen onvoldoende voorbereid

Een opvallende bevinding is dat bestaande detectiesystemen moeite hebben om AI-gedreven aanvallen te herkennen. Unit 42 geeft aan dat deze systemen doorgaans zijn afgestemd op menselijk aanvalsgedrag. Omdat AI razendsnel meerdere acties combineert, valt dat patroon buiten het bereik van traditionele detectiemechanismen.

Het onderzoeksteam verwacht dat de ontwikkeling van AI-gedreven dreigingen snel doorgaat. Organisaties die hun securitystrategie niet aanpassen aan dit nieuwe dreigingslandschap, lopen het risico dat hun bestaande verdedigingslagen onvoldoende bescherming bieden tegen aanvallers die AI inzetten als operationeel instrument.

SUSE en Cloudbase Solutions presenteren een gezamenlijke migratieoplossing waarmee IT-teams gevirtualiseerde workloads zonder serviceonderbrekingen kunnen overzetten naar een open infrastructuur. De integratie van de migratietool Coriolis met het SUSE Virtualization-platform richt zich op organisaties die willen afstappen van VMware of workloads vanuit publieke clouds willen terugbrengen naar eigen datacenters. Coriolis is per direct beschikbaar voor SUSE-gebruikers.

SUSE en Cloudbase Solutions kondigen een samenwerking aan rond geautomatiseerde migraties van gevirtualiseerde workloads. Door de migratietool Coriolis van Cloudbase Solutions te integreren met het SUSE Virtualization-platform, kunnen IT-teams virtuele machines overzetten vanuit VMware vSphere en publieke clouds zonder dat applicaties offline gaan.

Volgens SUSE richten de samenwerking en integratie zich op twee veelvoorkomende pijnpunten bij infrastructuurmodernisering: de kans op downtime en de noodzaak van handmatige gegevensoverdracht. Het bedrijf stelt dat organisaties hiermee kunnen afstappen van gesloten ecosystemen zonder hun operationele continuïteit in gevaar te brengen.

Wat de integratie biedt

Coriolis voert volgens Cloudbase Solutions zogenoemde live migraties uit: applicaties blijven online terwijl data wordt overgezet, waardoor lange onderhoudsintervallen overbodig worden. Naast VMware vSphere-omgevingen ondersteunt de tool ook cloud repatriatie, waarbij virtuele machines zonder downtime worden teruggehaald van publieke cloudplatforms naar eigen datacenters.

Zodra workloads zijn gemigreerd, draaien ze op SUSE Virtualization. Dat platform stelt IT-teams volgens SUSE in staat om legacy virtuele machines en moderne containers op basis van Kubernetes vanuit één omgeving te beheren, gebaseerd op cloud-native principes. Het bedrijf beoogt hiermee te voorkomen dat organisaties nieuwe technologische silo’s creëren tijdens hun moderniseringstraject.

Research director Software-Defined Compute bij IDC Gary Chen geeft aan dat geautomatiseerde, niet-verstorende migratietools een cruciale schakel vormen in moderniseringsstrategieën. Volgens Chen transformeren dergelijke tools een riskant infrastructuurproject tot een voorspelbare operationele taak.

Speciaal traject voor SAP-omgevingen

SUSE meldt ook een geverifieerd migratietraject te hebben ontwikkeld voor SAP-applicatieservers en SAP HANA-databases. De migratie van dit type workloads vereist strikte naleving van prestatievereisten en certificeringen binnen het SAP-hypervisor-ecosysteem.

Het nieuwe traject maakt het volgens SUSE mogelijk om complexe en zwaar belaste databases over te zetten naar het op KVM-gebaseerde, gecertificeerde hypervisor-onderdeel van SUSE Linux Enterprise voor SAP-applicaties. Het bedrijf stelt dat daarbij de stabiliteit en certificeringen behouden blijven die bedrijfskritische omgevingen vereisen.

Beschikbaarheid

Coriolis is per direct beschikbaar voor SUSE-gebruikers en ondersteunt migratiescenario’s voor zowel reguliere VM-workloads als SAP-omgevingen. Technische specificaties en migratiehandleidingen zijn te vinden via suse.com/virtualization.

Commvault maakt zijn Cloud-platform volledig beschikbaar op Google Cloud, inclusief bescherming voor BigQuery, Google Kubernetes Engine en Google Workspace. Organisaties kunnen het platform afnemen via de Google Cloud Marketplace op basis van een creditmodel. De uitbreiding speelt in op groeiende zorgen over herstelcapaciteit na cyberaanvallen.

Commvault kondigt aan dat zijn Cloud-platform volledig beschikbaar is op Google Cloud. Klanten krijgen daarmee toegang tot uitgebreide beschermings- en herstelcapaciteiten voor cloud-native en hybride omgevingen. Volgens Commvault heeft 55 procent van de organisaties beperkt vertrouwen in hun eigen vermogen om systemen en data te herstellen na een grote cyberaanval.

Bescherming voor gangbare Google Cloud-workloads

Het platform biedt end-to-end bescherming voor veelgebruikte workloads zoals BigQuery, Google Compute Engine, Google Kubernetes Engine en Cloud SQL. Ook Google Workspace-omgevingen, waaronder Gmail en Google Drive, vallen onder de dekking. Commvault stelt dat het platform workloads binnen Google Cloud automatisch detecteert en op basis van workloadclassificatie beschermingsaanbevelingen doet.

Voor beveiliging introduceert Commvault twee specifieke componenten. Commvault Threat Scan scant back-ups op bekende dreigingen en maakt herstel van gevalideerde schone data mogelijk, waarmee het risico op herinfectie wordt beperkt. Commvault AirGap genereert onveranderbare en niet-verwijderbare back-ups die geïsoleerd zijn van productiesystemen, bedoeld als bescherming tegen ransomware en insider-dreigingen. Daarnaast geeft het platform via rapportages inzicht in welke workloads voldoende of onvoldoende beschermd zijn.

Beschikbaar via Marketplace met flexibel prijsmodel

Commvault Cloud is wereldwijd beschikbaar via de Google Cloud Marketplace. Het platform werkt met een op credits gebaseerd prijsmodel dat meegroeit met het verbruik. Commvault geeft aan dat dit inkoopproces vereenvoudigt voor partners en klanten, en tegelijkertijd budgetbeheer flexibeler maakt.

Michelle Graff, Senior Vice President Global Partners & Channel Sales bij Commvault, stelt dat de uitbreiding naar Google Cloud organisaties met een cloud-first of multi-cloudstrategie meer keuzevrijheid geeft en hen in staat stelt met vertrouwen te innoveren. Mike Leone, VP & Principal Analyst bij Moor Insights & Strategy, geeft aan dat deze samenwerking laat zien hoe cyberweerbaarheid verschuift van een losstaande functie naar een integraal onderdeel van het cloud-operatingmodel.

Aanwezig op Google Cloud Next 2026

Commvault presenteert zijn data- en AI-weerbaarheidsoplossingen tijdens Google Cloud Next 2026, dat van 22 tot 24 april plaatsvindt in Las Vegas. Op stand 3617 informeert het bedrijf bezoekers over weerbaarheid in multi-cloudomgevingen en AI-datapijplijnen.

Check Point Software Technologies kondigt een integratie aan van zijn AI Defense Plane met het Google Cloud Gemini Enterprise Agent Platform. De samenwerking richt zich op het beveiligen van autonome AI-agenten die in productieomgevingen draaien. De integratie combineert drie lagen van agentbeveiliging en wordt eind juni 2026 beschikbaar.

Check Point Software Technologies treedt op als lanceringspartner van Google Cloud voor de integratie van zijn AI Defense Plane met het Gemini Enterprise Agent Platform. Volgens Check Point is deze samenwerking een antwoord op een fundamentele verschuiving in hoe AI binnen organisaties wordt ingezet: van eenvoudige chatassistenten naar autonome agents die zelfstandig tools aanroepen, gegevens opvragen en workflows uitvoeren.

Tekortkomingen van traditionele beveiliging

Check Point stelt dat traditionele beveiligingsmaatregelen niet zijn berekend op deze nieuwe realiteit. Toegangsbeheer alleen is volgens het bedrijf onvoldoende: organisaties hebben bescherming nodig op het moment dat AI-risico’s zich voordoen, namelijk tijdens de uitvoering in een live productieomgeving. David Haber, VP AI Security bij Check Point Software Technologies, geeft aan dat agentgebaseerde beveiliging drie lagen vereist: een besturingslaag voor identiteit en connectiviteit, een governance-laag voor beleidshandhaving en een runtime-laag voor gedragsbescherming.

Volgens Haber levert het Enterprise Agent Platform van Google Cloud die eerste besturingslaag. Check Point voegt daar de overige twee aan toe door te bepalen welke agents, tools en verbindingen zijn toegestaan én door elke actie tijdens de uitvoering te inspecteren.

Drie lagen van agentbeveiliging

De integratie bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste biedt het systeem volledig inzicht in de pool van actieve agents: alle geïmplementeerde agents worden automatisch geïnventariseerd, inclusief hun componenten, tools en serververbindingen via het Google Cloud Model Context Protocol (MCP).

Ten tweede meldt Check Point dat beveiligingsteams vóór implementatie beleid kunnen definiëren en afdwingen. Dat omvat toelatings- en weigeringslijsten voor MCP-servers, tools en vaardigheden, én gecentraliseerd beleidsbeheer voor het volledige agent-landschap.

Ten derde voegt de integratie runtime-bescherming toe in lijn met de Agent Gateway van Google Cloud. Check Point geeft aan dat dit het detecteren en blokkeren van prompt-injectieaanvallen omvat in agent-invoer, toolreacties en meerbeurtgesprekken. Daarnaast richt de bescherming zich op het voorkomen van datalekken via agentreacties en op het screenen van toolaanroepen vóór uitvoering.

Beschikbaarheid en toegang

Vineet Bhan, directeur Security and Identity Partnerships bij Google Cloud, geeft aan dat het bedrijf via deze samenwerking mogelijkheden wil realiseren die de bedrijfsvoering kunnen verbeteren en concrete waarde voor organisaties kunnen creëren.

De integratie van Check Point’s AI Defense Plane met Google Cloud Agent Gateway en Agent Registry wordt eind juni 2026 beschikbaar gesteld. Organisaties die eerder toegang willen, kunnen hun interesse registreren via de website van Check Point.

Keepit heeft een kantoor geopend in Amsterdam en stelt Bas van Erk aan als Sales Director Benelux. De Deense SaaS-backupspecialist speelt daarmee in op de groeiende vraag naar data-soevereiniteit en onafhankelijke cloudoplossingen. Met een partner-first strategie wil het bedrijf zijn kanaalnetwerk in Nederland en België verder uitbreiden.

Keepit, een Europese aanbieder van cloudgebaseerde databescherming en -herstel, heeft een kantoor geopend in Amsterdam. Tegelijkertijd kondigt het bedrijf de aanstelling aan van Bas van Erk als Sales Director Benelux. Keepit stelt dat de stap inspeelt op een toenemende vraag vanuit organisaties naar transparantie over de opslag en bescherming van hun data.

Nieuwe aanstelling

Van Erk brengt ruime ervaring mee uit de SaaS-sector, met een achtergrond in het opschalen van internationale techbedrijven en het betreden van nieuwe markten in onder meer Duitsland en Frankrijk. In zijn nieuwe rol richt hij zich op het uitbouwen van de commerciële activiteiten en het partnernetwerk in de Benelux. Volgens Van Erk staan organisaties steeds kritischer tegenover de vraag waar en hoe hun data wordt opgeslagen. De combinatie van een volledig SaaS-native platform en een sterke Europese positionering maakt Keepit naar zijn mening een relevante keuze voor veel bedrijven in de regio.

Eigen infrastructuur en data-soevereiniteit

Keepit meldt dat het werkt met eigen, geografisch gescheiden datacenterregio’s, waarmee klanten zelf kunnen bepalen in welke regio hun data wordt opgeslagen. Het bedrijf geeft aan dat dit organisaties helpt te voldoen aan lokale wet- en regelgeving en data-soevereiniteit te waarborgen. De aanbieder beschikt over datacenters in Denemarken, Duitsland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Australië.

Daarnaast stelt Keepit dat zijn platform onveranderlijke gegevensopslag biedt zonder tussenkomst van derden. Het bedrijf verwacht dat dit de impact van ransomware beperkt en organisaties in staat stelt continu toegang tot hun gegevens te behouden, wat de bedrijfscontinuïteit ten goede komt.

Partner-first strategie

Keepit hanteert een partner-first benadering en geeft aan in Nederland actief te bouwen aan een netwerk van IT- en channelpartners. Het bedrijf heeft zijn hoofdkantoor in Kopenhagen en telt wereldwijd meer dan twintigduizend zakelijke klanten, variërend van MKB tot enterprise. Met het Amsterdamse kantoor wil Keepit de groei in de Benelux structureel verankeren en de samenwerking met lokale partners verder intensiveren.

Vanaf vandaag is het officieel: ChannelConnect bestaat niet meer. Wat jarenlang dé plek was voor nieuws en achtergronden over het IT-kanaal, heeft een nieuwe naam, een nieuwe vorm en een bredere ambitie. Welkom bij MSP Business.

ChannelConnect was een vertrouwd vakmedium. Gericht op resellers, distributeurs en iedereen daartussenin. Maar de markt is veranderd, en eerlijk gezegd was de naam al een tijdje niet meer helemaal dekkend. De doelgroep die we bedienen — MSP-ondernemers, directeuren van IT-dienstverleners, MKB’ers die steeds meer afhankelijk worden van hun IT-partner. Dit vraagt om een nieuwe naam.

Meer dan een naamswijziging

Tegelijk met de rebrand pakken we het ook anders aan. Samen met StoryYo bouwen we aan iets wat verder gaat dan een website met artikelen. Het wordt een platform met drie pijlers: het magazine en de online content, MSP Late Night als talkshowformat voor de échte gesprekken, en de MSP Performance Club als communitylaag voor ondernemers die van elkaar willen leren.

Die samenwerking met StoryYo voelt niet als een zakelijke constructie. Het is een klik tussen twee partijen die allebei vinden dat er meer uit de markt te halen valt dan er nu uitkomt. Meer diepgang, meer openheid, meer gesprekken die ergens over gaan.

ChannelConnect heeft een mooie run gehad. Veel interviews, veel events, veel nieuws dat zijn weg vond naar de mensen die er iets mee konden. Maar het vakmedium-model heeft zijn grenzen. Lezers worden overladen met informatie van alle kanten. Wat mensen écht zoeken, is overzicht en een gevoel dat ze er niet alleen voor staan.

Voor MSP-ondernemers die willen groeien van pure techclub naar strategisch partner van hun klanten, is dit het platform dat daarbij past. Niet omdat wij dat vinden, maar omdat de markt daarom vraagt.

KnowBe4 en het AI-videoplatform Synthesia gaan samenwerken om organisaties in staat te stellen gepersonaliseerde securitytrainingsvideo’s te maken met AI-avatars. Volgens KnowBe4 kunnen klanten hiermee binnen enkele minuten professionele trainingsvideo’s produceren, zonder camera’s of productieteams. De video’s zijn direct beschikbaar via het KnowBe4-platform en kunnen worden gelokaliseerd in meer dan 130 talen.

KnowBe4, aanbieder van een platform voor security awareness-training, kondigt een strategische samenwerking aan met Synthesia, een aanbieder van AI-videotechnologie. De samenwerking stelt organisaties in staat om merkconforme en gelokaliseerde trainingsvideo’s te maken met behulp van AI-avatars, die vervolgens direct via het KnowBe4-platform worden verspreid.

Sneller trainingscontent produceren

Volgens KnowBe4 lopen organisaties regelmatig tegen de beperkingen van traditionele videoproductie aan: lange doorlooptijden, complexe bewerking en hoge productiekosten staan gepersonaliseerde trainingscontent in de weg. Met de AI-avatars van Synthesia kunnen KnowBe4-klanten die drempels omzeilen. Het bedrijf stelt dat trainingsvideo’s van studiokwaliteit binnen enkele minuten zijn te produceren, zonder dat daar camera’s, studio’s of productieteams aan te pas komen.

Greg Kras, Chief Product Officer bij KnowBe4, geeft aan dat de samenwerking een stap voorwaarts betekent in het persoonlijker en toegankelijker maken van security awareness-training. Kras benadrukt daarbij de focus van Synthesia op verantwoord gebruik van AI als onderscheidende factor.

Lokalisatie in meer dan 130 talen

Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is de lokalisatiemogelijkheid. KnowBe4 meldt dat videocontent via de AI-dubbingfunctionaliteit van Synthesia direct vertaald kan worden naar meer dan 130 talen. Daarmee beoogt het bedrijf organisaties met internationaal verspreide teams in staat te stellen om medewerkers in hun eigen taal te trainen.

Ken Lawshe, Chief Revenue Officer bij Synthesia, stelt dat securitytraining het meest effectief is wanneer die persoonlijk en relevant aanvoelt. Lawshe verwacht dat de combinatie van AI-videotechnologie en het KnowBe4-platform securityteams in staat stelt om snel content bij te werken zodra nieuwe dreigingen of compliance-eisen dat vragen.

Distributie via HRM+-platform en gratis startersplan

De gemaakte video’s worden verspreid via het bestaande KnowBe4 HRM+-platform. KnowBe4 kondigt aan dat klanten in aanmerking komen voor een gratis Synthesia Starter Plan, waarmee zij direct kunnen starten met het maken van AI-gestuurde trainingsvideo’s.

De samenwerking loopt vooruit op een grotere update van de KnowBe4 ModStore. Die bibliotheek met trainingsmodules krijgt volgens KnowBe4 een vernieuwd ontwerp met geavanceerde AI-zoekfunctionaliteit, zodat organisaties sneller de juiste trainingscontent kunnen vinden.

Arctic Wolf presenteert Decipio, een community-based defensieve beveiligingstool die aanvallers wil onderscheppen op het moment dat ze logingegevens proberen te stelen. De tool maakt gebruik van zogenoemde detectievallen in het netwerk en is beschikbaar via een besloten bètaprogramma voor geverifieerde cybersecurityprofessionals. Volgens Arctic Wolf blijft het stelen van inloggegevens een van de meest gebruikte initiële aanvalsvectoren.

Arctic Wolf kondigt Decipio aan, een defensieve cybersecuritytool die is ontwikkeld om credential-diefstal vroeg in de aanvalsketen te detecteren. Toegang verloopt via een besloten community-bètaprogramma en is uitsluitend beschikbaar voor geverifieerde cybersecurityprofessionals.

Credential-diefstal als beginpunt van aanvallen

Het misbruik van gestolen inloggegevens is volgens Arctic Wolf keer op keer terug te zien als initiële aanvalsvector in zijn jaarlijkse Threat Report. Het bedrijf stelt dat dit type aanval bijzonder moeilijk vroeg te detecteren is: pas wanneer aanvallers overgaan tot laterale verplaatsing of daadwerkelijke schade wordt de activiteit zichtbaar. Decipio is ontwikkeld om dat patroon te doorbreken.

Ismael Valenzuela, VP Threat Intelligence Research bij Arctic Wolf, geeft aan dat aanvallers steeds sneller automatiseren en stiller opereren. Verdedigers kunnen zich volgens Valenzuela niet langer permitteren om pas te reageren nadat de schade is aangericht. Decipio is bedoeld om aanvallers te identificeren op het moment dat ze voor het eerst actief worden.

Hoe de detectieval werkt

Decipio maakt gebruik van een principe dat draait om zogenoemde nep-netwerkbronnen. Wanneer een systeem een ander apparaat in het netwerk niet kan vinden, stuurt het een verzoek aan omliggende devices. Aanvallers onderscheppen dat soort verzoeken en doen zich voor als het gezochte systeem, waarna de aangevallen computer inloggegevens prijsgeeft.

Arctic Wolf stelt dat Decipio dit gedrag omkeert tot een detectiesignaal. De tool verstuurt bewust samengestelde netwerkverzoeken voor bronnen die nooit zouden mogen bestaan. Legitieme systemen negeren deze verzoeken; aanvallers kunnen dat niet. Een reactie is daarmee een eenduidig signaal dat de detectieval is afgegaan. De tool bevestigt vervolgens het gedrag, legt bewijs vast en presenteert dat op een manier die verdedigers direct kunnen onderzoeken. Het bedrijf geeft aan dat hierbij slechts minimale afstemming en historische context nodig zijn.

Beperkte toegang als bewuste keuze

Arctic Wolf kiest bewust voor een gesloten toegangsmodel. Het bedrijf meldt dat het volledig openbaar maken van defensieve tools in een tijd van geautomatiseerde scraping en AI-gestuurd hergebruik onbedoeld de technieken kan versnellen die verdedigers proberen te detecteren. Via het bètaprogramma wil Arctic Wolf zinvolle defensieve mogelijkheden delen met geverifieerde professionals en tegelijk borgen dat de tool verantwoord wordt ingezet.

Toegangsverzoeken voor Decipio zijn in te dienen via arcticwolf.com/decipio.