De Rijksoverheid heeft een rijksbrede raamovereenkomst getekend met ESET voor de inzet van cybersecurityoplossingen. Rijksorganisaties kunnen hierdoor gebruikmaken van vooraf overeengekomen voorwaarden zonder afzonderlijke contractonderhandelingen. De overeenkomst kwam tot stand in samenwerking met SLM Rijk en bevat afspraken over privacy, gegevensverwerking en datalocatie.

De Rijksoverheid heeft een rijksbrede raamovereenkomst gesloten met ESET, een cybersecurityleverancier met Europese wortels. Rijksorganisaties kunnen hierdoor gebruikmaken van de cybersecurityoplossingen van het bedrijf onder vooraf vastgelegde voorwaarden. Volgens ESET past de overeenkomst bij de ambitie van de Rijksoverheid om de digitale weerbaarheid te versterken en de afhankelijkheid van niet-Europese technologie te verkleinen.

De afspraken zijn tot stand gekomen in samenwerking met SLM Rijk, de inkooporganisatie van het Rijk voor ICT-diensten. Daarbij zijn onder meer voorwaarden vastgelegd over privacy, gegevensverwerking, datalocatie en controle. ESET stelt dat hiermee een basis is gelegd voor de inzet van Europese cybersecuritytechnologie binnen de Rijksoverheid.

Directe beschikbaarheid

De raamovereenkomst is per direct beschikbaar voor Rijksorganisaties. Zij kunnen zonder afzonderlijke contractonderhandelingen gebruikmaken van de vastgelegde voorwaarden. Er geldt volgens ESET geen afnameverplichting of minimale besteding: organisaties bepalen zelf of en wanneer ze van de overeenkomst gebruikmaken.

Reactie ESET

Dave Maasland, CEO van ESET Nederland, geeft aan dat Europa volgens hem niet hoeft te kiezen tussen innovatie en veiligheid en dat beide te combineren zijn. Maasland stelt dat de overeenkomst aantoont dat Europese technologie kan voldoen aan hoge eisen en een alternatief biedt voor kritieke digitale infrastructuur. Volgens hem vraagt dit niet alleen om vertrouwen in technologie, maar ook om vertrouwen in het eigen Europese innovatievermogen.

ESET noemt zichzelf het grootste IT-securitybedrijf uit de Europese Unie. Het bedrijf levert al ruim drie decennia digitale beveiligingsproducten, met een portfolio dat endpoint-, cloud- en mobiele bescherming omvat, aangevuld met managed MDR- en SOC-diensten. ESET Nederland is een handelsnaam van Cyber Defense Group BV, dat opereert als exclusieve distributeur van ESET in Nederland onder licentie van het Slowaakse moederbedrijf ESET, spol. s r.o.

Het bedrijf verwacht Rijksorganisaties de komende jaren te ondersteunen met cybersecurityoplossingen die volgens ESET bijdragen aan veiligheid, vertrouwen en digitale autonomie binnen de overheid.

Onderzoekers van Proofpoint hebben een techniek geïdentificeerd waarmee aanvallers Microsoft Entra ID-accounts kunnen inventariseren zonder een kwetsbaarheid te misbruiken. Door OAuth client-ID’s te vervalsen omzeilen aanvallers detectiemethoden die securityteams doorgaans inzetten. Het bedrijf constateert dat meerdere campagnes onafhankelijk van elkaar deze werkwijze toepassen.

Beveiligingsonderzoekers van Proofpoint hebben een techniek geïdentificeerd waarmee aanvallers Microsoft Entra ID-omgevingen kunnen inventariseren zonder gebruik te maken van een kwetsbaarheid. Volgens het bedrijf vervalsen aanvallers OAuth client-ID’s om gebruikersnamen te valideren, de geldigheid van wachtwoorden af te leiden en geschikte doelwitten te identificeren. Hierbij gebruiken zij geen geregistreerde OAuth-applicatie en genereren zij niet de aanmeldingsgebeurtenissen die securityteams doorgaans monitoren.

Werkwijze van de techniek

Een OAuth client-ID is een globaal unieke identificatiecode die aan applicaties wordt toegewezen en in authenticatieverzoeken wordt doorgegeven als ‘client_id’. In de aanmeldingslogboeken van Entra wordt deze code geregistreerd als applicatie-ID. Proofpoint meldt dat Microsoft Entra ID verschillende reacties teruggeeft afhankelijk van of een opgegeven client-ID geldig is en overeenkomt met een geregistreerde applicatie. Door dit gedrag te misbruiken kunnen aanvallers accounts inventariseren zonder dat er een geregistreerde OAuth-applicatie nodig is, en kunnen zij de geldigheid van wachtwoorden of de status van accounts afleiden zonder een succesvolle aanmelding.

Omzeilen van bestaande detectie

Traditionele enumeration tools richten zich volgens Proofpoint op hardgecodeerde first-party applicaties, zoals Azure AD PowerShell, die in alle tenants aanwezig zijn. Een plotselinge toename van authenticatieverzoeken naar één applicatie valt beveiligers doorgaans snel op. Door verzoeken te verspreiden over meerdere fictieve applicaties wordt het volgens het bedrijf moeilijker om activiteiten met elkaar in verband te brengen, waardoor aanvallers detecties en snelheidsbeperkingen per applicatie omzeilen. Omdat er bij een vervalste client-ID geen bijbehorende applicatienaam wordt vastgelegd, missen detecties die zoeken naar pieken bij een specifieke applicatienaam deze activiteit volledig. Ook Conditional Access-beleidsregels die gericht zijn op specifieke applicaties worden hierdoor niet geactiveerd.

Proofpoint heeft meerdere grootschalige campagnes waargenomen waarbij vervalste OAuth application identifiers worden ingezet. De verschillen in gebruikte tools, infrastructuur en uitvoeringspatronen wijzen er volgens het bedrijf op dat meerdere cybercriminelen deze techniek onafhankelijk van elkaar toepassen, wat duidt op groeiende populariteit binnen cloudgerichte aanvallen.

Aanbevelingen voor securitybeheerders

Proofpoint adviseert securitybeheerders om aanmeldingslogboeken te controleren op gebeurtenissen zonder applicatienaam, aangezien dit kan duiden op vervalste client-ID’s. Het bedrijf wijst er daarnaast op dat de foutcode AADSTS700016 niet automatisch als mislukte aanmeldingspoging moet worden beschouwd, maar ook kan wijzen op gecompromitteerde inloggegevens. Zonder deze aanpassing in monitoring kunnen beveiligers geldige inloggegevens over het hoofd zien, ook wanneer de inventarisatiepoging zelf wordt opgemerkt.

Uit het 2026 Cybersecurity Hygiene Report van WatchGuard Technologies blijkt dat 64 procent van de medewerkers zonder toestemming AI-tools gebruikt voor werkzaamheden. Het onderzoek toont ook dat medewerkers op grote schaal wachtwoorden hergebruiken en werken via onbeveiligde netwerken. Volgens WatchGuard ontstaat hierdoor een kloof tussen het dagelijkse gedrag van medewerkers en de beveiligingsmaatregelen van organisaties.

WatchGuard Technologies publiceert het 2026 Cybersecurity Hygiene Report, een onderzoek naar de beveiligingsgewoonten van medewerkers binnen organisaties. Uit de resultaten blijkt dat 64 procent van de ondervraagde medewerkers AI-tools gebruikt zonder toestemming van de werkgever. Het bedrijf spreekt van ‘shadow AI’ en stelt dat organisaties vaak niet weten welke informatie medewerkers invoeren in externe AI-diensten en waar die gegevens vervolgens terechtkomen. Minder dan 30 procent van de ondervraagde medewerkers denkt dat de eigen organisatie een overzicht bijhoudt van gebruikte software, en bijna 40 procent geeft aan dat de werkgever geen volledig zicht heeft op de applicaties die binnen het bedrijf worden gebruikt.

Wachtwoorden en netwerkgebruik

Het onderzoek van WatchGuard brengt meerdere andere vormen van risicogedrag in kaart. Zo geeft 76 procent van de ondervraagde medewerkers aan hetzelfde wachtwoord voor meerdere accounts te gebruiken, en deelt 30 procent wachtwoorden met anderen. Daarnaast gebruikt 70 procent openbare wifi voor zakelijke activiteiten, wat volgens WatchGuard het risico vergroot dat internetverkeer wordt onderschept. De helft van de ondervraagde medewerkers benadert bedrijfsapplicaties en -systemen zonder VPN-verbinding, en 55 procent gebruikt zakelijke apparaten ook voor privédoeleinden. WatchGuard wijst erop dat dit laatste de kans op malware en phishing vergroot, doordat apparaten dan ook buiten de beveiligingsmaatregelen van de organisatie om worden gebruikt.

Het bedrijf constateert dat hybride werken de grens tussen zakelijk en privégebruik vervaagt. Doordat medewerkers vanuit huis en verschillende locaties werken, wordt het voor securityteams volgens WatchGuard moeilijker om risico’s tijdig te signaleren en te beperken.

Rol voor MSP’s

WatchGuard stelt dat de onderzoeksresultaten een kans bieden voor MSP’s om MKB-organisaties beter te beschermen. Volgens het bedrijf volstaat het installeren van technische beveiligingsmiddelen niet meer. Organisaties zouden ook zicht moeten krijgen op het gedrag van medewerkers en afspraken moeten maken over het gebruik van AI, wachtwoorden en werken buiten kantoor.

Het bedrijf adviseert MKB-organisaties en MSP’s onder meer om wachtwoordmanagers en multifactorauthenticatie verplicht te stellen, ongeautoriseerde AI-tools en andere vormen van shadow IT actief op te sporen, en regels op te stellen voor AI-gebruik. Daarnaast noemt WatchGuard het beschermen van medewerkers buiten kantoor met VPN- en zero-trustoplossingen, het geven van doorlopende securitytrainingen en het meten van menselijk risicogedrag naast technische dreigingen als aandachtspunten.

Menselijk gedrag als onderdeel van cybersecurity

Marc Laliberte, Director of Security Operations bij WatchGuard, licht toe dat organisaties weliswaar investeren in beveiligingsoplossingen, maar vaak niet weten hoe medewerkers in de praktijk werken. Volgens Laliberte veroorzaakt alledaags gedrag, van AI-gebruik tot het omgaan met wachtwoorden, risico’s waarop traditionele beveiligingsmaatregelen niet altijd zijn ingericht.

Laliberte voegt toe dat het cyberrisico verschuift doordat organisaties nieuwe technologie inzetten en medewerkers op verschillende locaties laten werken. Daardoor wordt het beheersen van menselijk gedrag volgens hem een vast onderdeel van cybersecurity. Voor MSP’s ligt hier volgens Laliberte een kans om klanten niet alleen met technologie te ondersteunen, maar ook met inzicht in gebruikersrisico’s, duidelijke regels en voortdurende bewustwording.

Apple heeft een rechtszaak aangespannen tegen OpenAI en twee voormalige medewerkers. Het bedrijf beschuldigt hen van het stelen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waaronder gegevens over nog niet uitgebrachte producten. Volgens Apple gebruikten de oud-medewerkers hun toegang tot interne systemen om informatie te verzamelen en door te spelen aan OpenAI.

Apple heeft een rechtszaak aangespannen tegen OpenAI en twee voormalige medewerkers van het bedrijf. Volgens Apple hebben de oud-medewerkers vertrouwelijke bedrijfsinformatie gestolen en gedeeld met OpenAI, waaronder gegevens over nog niet uitgebrachte producten en interne projecten. De aanklacht richt zich op mogelijke schending van intellectueel eigendom.

Toegang via authenticatiefout

Een van de aangeklaagde oud-medewerkers werkte volgens de aanklacht acht jaar bij Apple voordat hij naar OpenAI overstapte. Bij zijn vertrek volgde geen exitgesprek en leverde hij zijn werklaptop niet in. Apple stelt dat de man gebruikmaakte van een onbekende fout in het authenticatiesysteem om toegang te krijgen tot gedeelde netwerkmappen. Deze fout meldde hij niet bij Apple, en het programma waarmee hij toegang kreeg verwijderde hij evenmin.

Volgens de aanklacht downloadde de man vervolgens tientallen vertrouwelijke bestanden over hardware, waaronder gegevens over onaangekondigde producten, technische presentaties en eigendomsinformatie over lopende projecten. Apple stelt dat deze informatie is gebruikt om OpenAI te ondersteunen.

Werving via sollicitatiegesprekken

Een tweede voormalige medewerker zou zichzelf per e-mail informatie over de toeleveringsketen van Apple hebben toegestuurd voordat hij vertrok. Bij OpenAI hield deze persoon zich volgens de aanklacht bezig met het werven van personeel, waarbij hij ook Apple-medewerkers benaderde. Apple stelt dat hij tijdens sollicitatiegesprekken vroeg naar de status van geheime interne projecten en daarbij codenamen van deze projecten gebruikte.

Daarnaast zou hij sollicitanten die op dat moment nog bij Apple in dienst waren, hebben gevraagd om fysieke onderdelen van Apple mee te nemen naar de gesprekken. Volgens Apple stelde dit hem en zijn team bij OpenAI in staat aanvullende vertrouwelijke informatie te verzamelen. Apple beschuldigt OpenAI er bovendien van medewerkers te hebben geïnstrueerd hun overstapplannen te verzwijgen, zodat zij langer toegang hielden tot interne informatie bij Apple.

Vervolgonderzoek aangekondigd

Apple noemt de beschreven situaties voorbeelden van een groter patroon. Het bedrijf verwacht dat nader onderzoek naar de activiteiten van OpenAI aanvullende gevallen van misbruik van intellectueel eigendom aan het licht brengt. Op het moment van schrijven heeft OpenAI nog niet publiekelijk gereageerd op de aanklacht.

Zyxel Networks brengt zijn bestaande beveiligingsmaatregelen samen in een raamwerk voor productbeveiligingsgovernance. Het bedrijf richt zich hiermee op MKB-bedrijven en MSP’s die te maken krijgen met de EU Cyber Resilience Act, die vanaf september 2026 gefaseerd van kracht wordt. Onderzoek van Mandiant wijst softwarekwetsbaarheden aan als belangrijkste aanvalsvector, waarbij aanvallers steeds vaker AI inzetten.

Zyxel Networks heeft een raamwerk gepresenteerd waarin het bestaande beveiligingsmaatregelen samenbrengt onder één governancestructuur voor productbeveiliging. Het bedrijf beoogt hiermee klanten en partners houvast te bieden nu regelgeving rond productveiligheid strenger wordt en dreigingen toenemen.

De EU Cyber Resilience Act treedt vanaf september 2026 gefaseerd in werking en verplicht fabrikanten tot transparante en verifieerbare beveiligingsprocessen gedurende de levensduur van een product. Onderzoek van beveiligingsbedrijf Mandiant wijst uit dat softwarekwetsbaarheden de belangrijkste toegangspoort vormen voor aanvallers, die volgens het onderzoek in toenemende mate gebruikmaken van AI om aanvallen te versnellen. Voor MKB-bedrijven en MSP’s met beperkte capaciteit is de keuze voor leveranciers met governance op orde daardoor belangrijker geworden, stelt Zyxel.

Drie pijlers

Zyxel Networks brengt zijn aanpak onder in drie onderdelen: secure by design-implementatie, beveiligingsgovernance en levenscyclusbeheer van producten.

Het bedrijf tekende eerder als eerste Taiwanese bedrijf en als eerste wereldwijde MKB-netwerkleverancier de Secure by Design-verklaring van het Amerikaanse CISA. In lijn met die toezegging heeft Zyxel wachtwoordloze inlog en meerfactorauthenticatie toegevoegd aan producten en diensten, waaronder draadloze toegang, beheerdersaccounts en VPN-verbindingen op afstand. Ook zijn standaardwachtwoorden verwijderd uit producten en werkt het bedrijf aan het wegnemen van kwetsbaarheidscategorieën tijdens de ontwikkeling.

Voor beveiligingsgovernance wijst Zyxel op zijn Product Security Incident Response Team (PSIRT), dat al bijna tien jaar samenwerkt met externe onderzoekers via een openbaar beleid voor het melden van kwetsbaarheden. Zyxel Group behoort volgens het bedrijf tot een beperkte groep CVE Numbering Authorities in de netwerksector die een dubbel Provider Acceptance Level heeft behaald, naast partijen als Cisco, Juniper en F5. Daarnaast is het bedrijf recent toegelaten als volwaardig lid van het Forum of Incident Response and Security Teams (FIRST), wat volgens Zyxel de samenwerking rond kwetsbaarheidsafhandeling en incidentrespons moet versterken.

Het derde onderdeel betreft levenscyclusbeheer. Zyxel publiceert onderhoudstermijnen en einddata van ondersteuning voor zijn producten, zodat klanten volgens het bedrijf tijdig kunnen overstappen van verouderde apparatuur en protocollen voordat deze een risico vormen. Het bedrijf verwacht dat deze transparantie klanten helpt bij het plannen van investeringen en het voldoen aan de eisen van de CRA.

Reacties

Edward Yu, Chief Information Security Officer van Zyxel Group, stelt dat cybersecurity niet langer kan steunen op beloftes alleen. Volgens Yu moet vertrouwen worden verdiend via verifieerbare, dagelijkse beveiligingsgovernance, zeker nu regelgeving zoals de EU CRA hogere eisen stelt aan verantwoording over producten. Transparantie gedurende de levenscyclus van een product helpt organisaties volgens hem blinde vlekken te verkleinen en weloverwogen keuzes te maken.

Ken Tsai, President van Zyxel Networks, geeft aan dat MKB-bedrijven en MSP’s te maken hebben met toenemende druk om cyberweerbaarheid te versterken terwijl IT-omgevingen complexer worden. Volgens Tsai vermindert ingebouwde beveiliging in de netwerkinfrastructuur de noodzaak tot handmatige verharding achteraf, wat partners in staat stelt sneller te implementeren en compliance-audits te vereenvoudigen.

KPN en Odido staan gelijk aan de top van de Nederlandse mobiele netwerken, blijkt uit de nPerf-barometer 2026. Odido scoort als enige operator op alle gemeten indicatoren het hoogst binnen 5G. Vodafone volgt op de derde plaats.

Marktonderzoeker nPerf publiceerde de barometer 2026 over de prestaties van mobiele netwerken in Nederland. De metingen zijn gebaseerd op tests die gebruikers uitvoerden via de nPerf-applicatie op Android en iOS. Uit de resultaten blijkt dat KPN en Odido de hoogste totaalscores behalen, terwijl Vodafone als derde operator eindigt.

KPN behaalt volgens nPerf een totaalscore van 114.508 nPoints. Het bedrijf scoort het best op uploadsnelheid met 32,7 Mbps, latentie met 28,49 ms, webbrowsen met 83,72 procent en YouTube-streaming met 85,54 procent. Op het 5G-netwerk meet nPerf bij KPN een uploadsnelheid van 39,1 Mbps en de hoogste score voor YouTube-streaming, met 83,80 procent.

Odido leidt op 5G

Odido deelt volgens de meting de eerste plaats met KPN, met een score van 112.505 nPoints. De operator behaalt de hoogste downloadsnelheid van alle aanbieders, met 193,5 Mbps. Op het 5G-netwerk is Odido volgens nPerf op alle gemeten punten de snelste: de operator scoort het hoogst op downloadsnelheid met 246,8 Mbps, latentie met 26,49 ms en webbrowsen met 87,24 procent.

Vodafone derde

Vodafone sluit de ranglijst af met een totaalscore van 101.437 nPoints. De operator scoort lager op downloadsnelheid, met 106,2 Mbps, en uploadsnelheid, met 21,8 Mbps, dan KPN en Odido. Wel behaalt Vodafone volgens de meting een score van 82,23 procent op webbrowsen en sluit de operator op het 5G-netwerk aan bij de twee koplopers.

Renaud Keradec, president van nPerf, stelt dat de Nederlandse mobiele markt zich in een fase bevindt waarin de concurrentie tussen operators op 5G toeneemt. Volgens Keradec wordt de kwaliteit van webbrowsen en streaming daarbij steeds meer een onderscheidende factor tussen de aanbieders.

De Nederlandse startup Vera brengt een platform uit dat AI-antwoorden laat controleren door meerdere AI-modellen voordat ze in bedrijfsdossiers terechtkomen. Het bedrijf positioneert zich als onafhankelijke verificatielaag boven bestaande generatieve AI-diensten, niet als eigen taalmodel. Vera richt zich op compliance, herleidbaarheid en datasoevereiniteit binnen de zakelijke markt.

Vera, opererend onder de naam IamVera.ai, brengt een platform uit dat de output van AI-modellen laat controleren door andere AI-modellen voordat professionals die output gebruiken in juridische, medische of financiële dossiers. Het bedrijf presenteert zichzelf niet als bouwer van een nieuw taalmodel, maar als onafhankelijke controlelaag die bovenop bestaande generatieve AI-diensten werkt.

Oprichter Victor Angelier trekt een vergelijking met versiebeheer in softwareontwikkeling: een AI-antwoord zou volgens hem net zo controleerbaar moeten zijn als een codewijziging. Angelier stelt dat professionals AI-output vaak onder tijdsdruk gebruiken zonder vast te leggen wat ze precies hebben overgenomen en waarom, en dat Vera dat proces inzichtelijk wil maken.

Verificatie via meerdere modellen

Het platform draait om een verificatieconsole die een keten van AI-modellen aanstuurt. Een primair model, zoals Anthropic Claude, formuleert een eerste antwoord. Daarna zetten andere modellen extra controles in: OpenAI GPT voor fact-checking, xAI Grok voor kritische tegenargumenten en Perplexity voor brongebaseerde verificatie.

De console legt elke stap in deze keten vast en toont waar modellen het oneens zijn, welke beweringen zijn aangepast en op welke bronnen antwoorden zijn gebaseerd. Er ontstaat zo een digitaal auditspoor. Vera benadrukt dat het systeem hallucinaties niet elimineert, maar dat afwijkingen tussen modellen wel zichtbaar worden gemaakt. Volgens Angelier moet het onprofessioneel worden om ongecontroleerde AI-output rechtstreeks in een dossier te plakken.

Verwerking op Europese infrastructuur

De dataverwerking van Vera loopt volledig via Europese infrastructuur. Vertrouwelijke documenten worden eerst lokaal verwerkt via wat het bedrijf een Semantic Privacy Shield noemt. Dit onderdeel vervangt gevoelige gegevens, zoals namen, medische informatie en zaaknummers, door synthetische en sessiegebonden waarden voordat de context naar externe AI-modellen gaat.

De externe modellen krijgen daardoor alleen een geanonimiseerde versie van het dossier te zien. Na de verificatieronde worden de oorspronkelijke waarden lokaal teruggeplaatst binnen de eigen cloudomgeving van de klant. Blijft er een niet-gemaskeerde waarde over, dan blokkeert het systeem volgens Vera de verzending. PDF-bestanden worden alleen in werkgeheugen verwerkt en niet permanent opgeslagen.

Toepassing voor IT-dienstverleners

Voor MSP’s en IT-dienstverleners opent Vera naar eigen zeggen een aanvullend dienstenmodel. Het platform kan als governance-laag over bestaande AI-infrastructuur bij klanten worden gelegd, waardoor dienstverleners naast AI-tooling ook een controleerbare audit-laag kunnen aanbieden aan compliance officers en CISO’s.

Het platform is beschikbaar in een early-accessfase met drie abonnementsniveaus, van instaplicenties voor individuele professionals tot teamlicenties met SLA’s en verwerkersovereenkomsten. Vera richt zich met deze aanpak specifiek op juridische dienstverleners, zorgorganisaties, mediahuizen en financiële instellingen, waar herleidbaarheid van AI-gebruik een rol speelt bij aansprakelijkheid en dossiervorming.

Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) meldt samen met de AIVD en MIVD dat Russische statelijke actoren op grote schaal IP-camera’s in NAVO-landen hacken. De inlichtingendiensten stellen dat Nederland vanwege zijn strategische ligging en steun aan Oekraïne een belangrijk doelwit is. Organisaties en particulieren worden opgeroepen hun camera’s beter te beveiligen.

Volgens het NCSC richt de digitale spionage zich specifiek op het in kaart brengen van militair-logistieke routes en vitale infrastructuur, zoals bruggen en wegen. De AIVD en MIVD geven aan dat kwaadwillenden door het kapen van IP-camerabeelden realtime troepen- en materieelbewegingen kunnen volgen. De diensten melden ook dat de beelden kunnen worden gebruikt om de effectiviteit van fysieke of digitale aanvallen vooraf of achteraf te beoordelen.

Naast statelijke actoren signaleert het NCSC een toename van hacktivistische groeperingen en cybercriminelen die kwetsbare IP-camera’s misbruiken om beelden op sociale media te verspreiden.

Oorzaak ligt bij basisfouten

Het NCSC stelt dat de camera’s zelden via ingewikkelde technieken worden binnengedrongen. In de praktijk blijken apparaten vaak rechtstreeks met het internet verbonden zonder dat het standaard fabriekswachtwoord is aangepast. Het ontbreken van beveiligingsupdates maakt de systemen volgens de dienst eenvoudig toegankelijk.

Omdat de camera’s op de achtergrond blijven functioneren, hebben bedrijven en particulieren vaak niet in de gaten dat derden meekijken. Cybercriminelen misbruiken slecht beveiligde camera’s bovendien om malware te installeren, waardoor de apparaten onderdeel worden van een botnet. Dergelijke netwerken van gekaapte apparaten worden vervolgens ingezet voor DDoS-aanvallen of het versturen van phishingmails, aldus het NCSC.

Advies voor organisaties

Het NCSC adviseert bedrijven om continu zicht te houden op welke systemen, camera’s en applicaties aan het bedrijfsnetwerk gekoppeld zijn. Daarnaast raadt de dienst aan firmware- en software-updates direct te installeren zodra deze beschikbaar zijn.

Ook netwerksegmentatie komt terug in het advies: IP-camera’s zouden in een apart, geïsoleerd netwerksegment moeten staan, zodat ze bij een hack niet als toegang tot het centrale bedrijfsnetwerk of gevoelige data kunnen dienen. Verder adviseert het NCSC de internettoegang van camera’s tot een minimum te beperken en netwerkverkeer te monitoren op afwijkend gedrag.

Advies voor thuisgebruikers

Voor consumenten benadrukt het NCSC het belang van het wijzigen van het standaardwachtwoord naar een uniek en sterk wachtwoord. Gebruikers wordt gevraagd kritisch te zijn op wat de camera filmt en of continue verbinding met het internet noodzakelijk is.

Het NCSC waarschuwt dat een gekaapt apparaat kan leiden tot tragere internetverbindingen of IP-blokkades op websites, en onbedoeld bijdraagt aan cybercriminaliteit op grotere schaal. De dienst noemt cybersecurity een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij actie van zowel organisaties als particulieren nodig is om datadiefstal, spionage en misbruik van apparaten te beperken.

OpenAI heeft de GPT-5.6-modellenfamilie wereldwijd beschikbaar gesteld, bestaande uit de varianten Sol, Terra en Luna. De release omvat ook een modus waarin meerdere AI-agenten parallel samenwerken, en nieuwe functies voor tool-aanroepen binnen de API. Het bedrijf richt de ontwikkeling op kostenefficiëntie en agentic workflows in plaats van uitsluitend rekenkracht.

OpenAI heeft de algemene beschikbaarheid aangekondigd van GPT-5.6, de opvolger van GPT-5.5. De modellenfamilie bestaat uit drie varianten met eigen namen: Sol, Terra en Luna, elk gericht op een ander prijs-prestatieniveau. Volgens OpenAI ligt de nadruk bij deze release op kostenefficiëntie en agentic workflows, waarbij AI-modellen taken zelfstandig over meerdere stappen uitvoeren. Tegelijk introduceert het bedrijf Sol Ultra, een modus waarin meerdere AI-agenten parallel aan een opdracht werken.

Sol, Terra en Luna

De naamgeving vervangt het eerdere versienummeringssysteem. Het versienummer 5.6 duidt de modelgeneratie aan, terwijl Sol, Terra en Luna capaciteitsniveaus vertegenwoordigen die volgens OpenAI onafhankelijk van elkaar doorontwikkeld kunnen worden.

Sol vormt het hoogste capaciteitsniveau binnen de familie. Op de Artificial Analysis Intelligence Index v4.1, een onafhankelijke benchmark voor agentic taken, codering en wetenschappelijk redeneren, presteert Sol volgens OpenAI vergelijkbaar met Claude Fable 5 van Anthropic, maar rondt het taken 61 procent sneller af tegen naar schatting de helft van de API-kosten. Op de Agents’ Last Exam-benchmark, die langlopende werkprocessen over 55 vakgebieden test, behaalt Sol een score van 53,6 procent tegenover 40,5 procent voor Fable 5, meldt het bedrijf.

Terra is bedoeld voor algemeen zakelijk gebruik en presteert volgens OpenAI op het niveau van GPT-5.5, tegen lagere kosten van 2,50 dollar per miljoen inputtokens en 15 dollar per miljoen outputtokens. Luna is het goedkoopste model van de drie, met tarieven van 1 dollar per miljoen inputtokens en 6 dollar per miljoen outputtokens. OpenAI stelt dat Luna sneller werkt dan Claude Opus 4.8, tegen een kwart van de operationele kosten.

Meerdere agenten en tool calling

Voor complexere taken introduceert OpenAI de Ultra-instelling. Daarbij coördineert Sol Ultra standaard vier agenten die parallel aan deeltaken werken. Volgens het bedrijf verhoogt dit de snelheid en nauwkeurigheid bij het afronden van opdrachten. Ontwikkelaars kunnen via de Responses API, momenteel in bèta, zelf vergelijkbare multi-agent opzetten bouwen.

Daarnaast voegt OpenAI Programmatic Tool Calling toe aan de API. Hiermee kan GPT-5.6 zelf lichtgewicht programma’s schrijven en uitvoeren in het geheugen, die lokaal meerdere tools aansturen, de voortgang bijhouden en tussentijdse data filteren. Omdat niet elke tool-respons apart via de API teruggestuurd hoeft te worden naar het hoofdmodel, bespaart dit volgens OpenAI tokens en netwerklatentie. De methode is te combineren met Zero Data Retention-eisen, geeft het bedrijf aan.

Cybersecurity en toegangsbeleid

Op het gebied van cybersecurity behaalt Sol volgens OpenAI een score van 73,5 procent op de ExploitBench-index, tegenover 47,9 procent voor GPT-5.5. Het bedrijf geeft aan dat het model beter is geworden in het identificeren van kwetsbaarheden, maar dat het de grens voor het autonoom uitvoeren van complete cyberaanvallen op geharde doelwitten niet overschrijdt.

Om misbruik te beperken introduceert OpenAI het Daybreak Trusted Access for Cyber-programma. Geverifieerde organisaties en security-professionals krijgen hierdoor toegang tot cyberfuncties van Sol voor malware-analyse, patch-validatie en vulnerability triage. Toegang tot deze functies is aan voorwaarden gebonden: gebruikers moeten uiterlijk 1 september 2026 hardware-gebonden passkeys hebben ingeschakeld, zoals YubiKeys, waarvoor OpenAI heeft samengewerkt met Yubico. Organisaties uit landen die het bedrijf als hoog risico beschouwt, worden uitgesloten van toegang.

De GPT-5.6-familie is per direct beschikbaar via ChatGPT Plus, Pro en Enterprise, en via de OpenAI API.

Commvault heeft Brian Lanigan aangesteld als Chief Partner Officer. Hij krijgt de leiding over de wereldwijde partnerorganisatie en rapporteert aan Geoff Haydon, President Customer and Field Operations. Lanigan bekleedde eerder functies bij onder meer SentinelOne, Lacework en Splunk.

Commvault (NASDAQ: CVLT) heeft Brian Lanigan benoemd tot Chief Partner Officer, meldt het bedrijf. In deze functie krijgt hij de leiding over de wereldwijde partnerorganisatie van Commvault en rapporteert hij aan Geoff Haydon, President Customer and Field Operations. Lanigan wordt verantwoordelijk voor de wereldwijde partnerstrategie en de uitbreiding van het ecosysteem van hyperscalers, MSP’s, distributeurs, resellers, system integrators en technologiepartners.

Achtergrond

Lanigan heeft meer dan twintig jaar ervaring in het opbouwen van partnerorganisaties binnen de cybersecurity- en enterprise softwaremarkt. Hij bekleedde eerder leidinggevende functies bij SentinelOne, Lacework, Splunk en HP Software. Volgens Commvault leverde hij bij die bedrijven een bijdrage aan partnergedreven groei, het versterken van allianties en de uitbreiding van cloud- en managed services-ecosystemen.

Reactie Commvault

Haydon stelt dat partners de kern vormen van de groeistrategie van Commvault en een rol spelen bij het vergroten van de cyberweerbaarheid van klanten in een dreigingslandschap dat door AI complexer wordt. Volgens Haydon beschikt Lanigan over kennis van cybersecurity en heeft hij eerder partnerprogramma’s opgebouwd die volgens hem bijdragen aan bedrijfsresultaten. Haydon noemt Lanigan de aangewezen persoon om de volgende fase van het partnerecosysteem van Commvault te leiden.

Lanigan zelf geeft aan de organisatie te willen versterken op een moment dat hij belangrijk noemt voor klanten en partners van Commvault. Hij verwacht met het wereldwijde partnerecosysteem groeimogelijkheden te creëren en de waarde die Commvault volgens eigen zeggen aan organisaties biedt verder uit te bouwen.

Over Commvault

Commvault omschrijft zichzelf als aanbieder van geïntegreerde oplossingen voor cyberweerbaarheid voor grootzakelijke klanten. Het bedrijf combineert databeveiliging, bewaking van identiteit- en toegangsbeheer en cyberherstel in een cloud-native platform dat gebruikmaakt van AI. Commvault stelt dat organisaties bij het bedrijf terechtkunnen voor herstel van zowel data als bredere bedrijfsprocessen. Het bedrijf richt zijn oplossingen naar eigen zeggen op wat het de agentic enterprise noemt, en zegt organisaties te ondersteunen bij het veilig gebruik van AI en de bescherming tegen AI-gebaseerde cyberdreigingen.