Brute-force aanvallen op netwerkapparatuur nemen sterk toe, ransomware slaat steeds sneller toe en aanvallers zetten gebruikers via social engineering aan tot het uitvoeren van schadelijke commando’s. Dat blijkt uit de nieuwste SOC Threat Radar van Barracuda Managed XDR. Voor IT-dienstverleners die netwerken en endpoints beheren bij klanten, zijn de bevindingen een directe aanleiding om beveiligingsmaatregelen te herzien.

Barracuda Managed XDR registreerde tussen januari en maart 2026 een forse stijging in brute-force aanvallen op SonicWall- en FortiGate-apparatuur. Volgens Barracuda waren deze meldingen goed voor 56 procent van alle bevestigde incidenten in de periode februari tot en met maart. Ongeveer 88 procent van die aanvallen was afkomstig vanuit het Midden-Oosten. Het bedrijf stelt dat de aanhoudende scanactiviteit het risico vergroot dat één zwak wachtwoord leidt tot een daadwerkelijke inbreuk.

Barracuda adviseert sterke, unieke wachtwoorden en Multi-Factor Authenticatie af te dwingen op alle VPN’s en firewalls, en de toegang tot beheerinterfaces te beperken tot vertrouwde IP-adressen.

Qilin-ransomware binnen enkele minuten actief

De ransomwaregroep Qilin geldt momenteel als een van de actiefste en snelste dreigingen. Barracuda meldt dat zodra de malware op een kwetsbaar endpoint wordt uitgevoerd, de aanval zich razendsnel verspreidt via grootschalige bestandsaanpassingen en verdachte systeemactiviteiten. Waar ransomware vroeger dagen nodig had om schade aan te richten, kan een variant als Qilin een organisatie volgens het bedrijf binnen enkele minuten platleggen.

Het SOC-team van Barracuda benadrukt dat snelheid daarmee een doorslaggevende factor is geworden. Het bedrijf adviseert te monitoren op plotselinge pieken in bestandsversleuteling, back-ups gescheiden op te slaan en endpoint security in te zetten die gedragsafwijkingen detecteert in plaats van alleen te vertrouwen op signatuurgebaseerde detectie.

ClickFix: gebruiker voert zelf het schadelijke commando uit

Een derde dreiging die Barracuda signaleert is de toename van zogenoemde ClickFix-besmettingen. Bij deze methode worden gebruikers via social engineering overtuigd om tekst te kopiëren en te plakken in een venster, met het voorwendsel dat ze daarmee een probleem oplossen. In werkelijkheid voeren ze zo een schadelijk commando uit. Omdat de gebruiker de handeling zelf verricht, zijn deze aanvallen volgens het bedrijf moeilijker te detecteren voor geautomatiseerde beveiligingssystemen.

Barracuda geeft aan dat aanvallers met technieken als ClickFix steeds gerichter inspelen op de behulpzaamheid of angst van medewerkers. Het advies is om medewerkers te trainen zodat ze instructies voor schijnbare oplossingen altijd eerst verifiëren bij de IT-afdeling, en om de rechten voor het uitvoeren van PowerShell-scripts te beperken.

Risicofactoren voor organisaties

Barracuda wijst op een reeks omstandigheden die organisaties kwetsbaar maken: onvoldoende controle op toegangsrechten, het ontbreken of niet afdwingen van MFA, zwakke of hergebruikte wachtwoorden op firewall- en VPN-accounts, beperkt zicht op afwijkend gedrag zoals onverwachte PowerShell-activiteit of laterale bewegingen in het netwerk, en onvoldoende bewustwording bij medewerkers over actuele phishing- en social engineering-technieken.

De volledige SOC Threat Radar van april 2026 is beschikbaar via het Barracuda-blog.

De overname van Koi door Palo Alto Networks is afgerond. Het voegt hiermee een nieuwe beveiligingscategorie toe aan haar portfolio: Agentic Endpoint Security. De technologie van Koi richt zich op het beveiligen van autonome AI-agents en zogenoemde ‘vibe coding’-tools op endpoints. De integratie met Prisma AIRS moet één centraal platform opleveren voor veilig AI-gebruik binnen organisaties.

Tools als Claude Code winnen snel terrein en leveren productiviteitswinsten op, maar creëren tegelijkertijd nieuwe beveiligingsrisico’s. Palo Alto Networks stelt dat traditionele beveiligingsoplossingen niet zijn ontworpen voor de manier waarop AI-agents toegang hebben tot kritieke systemen en gevoelige data.

Door de technologie van Koi te integreren met Prisma AIRS verwacht Palo Alto Networks de zichtbaarheid en beveiliging van agentische AI op endpoints te versterken. Het bedrijf wil hiermee één centraal platform bieden waarmee organisaties AI-adoptie breed en veilig kunnen beheren.

Nieuwe Cortex XDR-module

De overname maakt ook de introductie mogelijk van een nieuwe module binnen Cortex XDR. Palo Alto Networks meldt dat die module risico’s binnen het AI-softwareecosysteem kan identificeren en verhelpen. Klanten die hun bestaande EDR-oplossing willen behouden, kunnen de technologie van Koi als zelfstandige dienst afnemen.

Palo Alto Networks heeft nog geen concrete releasedatum of prijsinformatie bekendgemaakt voor de geïntegreerde AES-oplossing of de nieuwe Cortex XDR-module. Het bedrijf meldt dat klanten ook na de integratie gebruik kunnen blijven maken van de zelfstandige dienstverlening van Koi naast hun bestaande beveiligingsstack.

Slechte en verouderde IT-systemen frustreren medewerkers zo sterk dat ze overwegen hun werkgever te verlaten. Ondanks forse investeringen in AI merkt de gemiddelde medewerker weinig verbetering op de werkvloer.

Dat blijkt uit onderzoek van Pegasystems en YouGov onder bijna 2.600 werkenden in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Slechts 41% van de ondervraagde werkenden vindt de technologie op de werkvloer effectief. Nog geen derde (33%) ervaart de beschikbare tools als echt behulpzaam. Medewerkers omschrijven hun werksoftware als frustrerend (24%), traag (23%) en verouderd (18%).

De emotionele tol is aanzienlijk. Volgens het onderzoek voelt 42% van de medewerkers zich gefrustreerd door haperende IT, 21% ervaart uitputting en 18% demotivatie. Twaalf procent geeft aan bepaalde taken volledig te laten liggen als gevolg van slecht functionerende tools. Pegasystems stelt dat versnipperde en onbetrouwbare technologie daarmee het werkplezier en de betrokkenheid van medewerkers ondermijnt, naast de directe productiviteitsschade.

Legacy houdt stand

Een aanzienlijk deel van de organisaties werkt nog steeds met sterk verouderde systemen. Uit het onderzoek blijkt dat 31% van de respondenten in hun huidige of vorige functie met legacy-technologie werkt. Pegasystems geeft aan dat het werkelijke percentage waarschijnlijk hoger ligt, omdat veel medewerkers niet precies weten welke systemen als legacy gelden. Achttien procent gebruikt nog desktopapplicaties zonder webinterface en 10% werkt met mainframesystemen met zogenoemde ‘green screens’. Dergelijke systemen zijn trager, bieden minder integratiemogelijkheden en vragen om extra training.

Slechts 28% van de respondenten geeft aan zelden of nooit IT-problemen te ervaren. Minder dan de helft (49%) vindt dat hun werkgever moderne tools aanbiedt.

Onboarding is niet het knelpunt

Opvallend is dat kennis van de systemen nauwelijks het probleem is. Zeventig procent van de ondervraagden is binnen een maand gewend aan nieuwe software. Toch gelooft slechts 53% dat hun tools bijdragen aan optimale prestaties. De barrière zit hem in de dagelijkse werking van de technologie, niet in een gebrek aan vaardigheden bij medewerkers.

Wat medewerkers zelf willen, is duidelijk: snellere en beter presterende systemen (46%), meer automatisering van repetitieve taken (28%) en minder fouten door nauwkeurigere tools (23%).

Sharp heeft een nieuwe Europese businessunit gelanceerd onder de naam Sharp DX (Digital Experience). Met deze stap positioneert het bedrijf zich nadrukkelijk als managed serviceprovider voor middelgrote en grote organisaties, een segment dat traditioneel het domein is van onafhankelijke MSP’s en IT-dienstverleners.

De nieuwe unit bundelt meer dan 500 IT-professionals in Europa en bouwt voort op een reeks overnames van de afgelopen jaren, waaronder Complete IT in het Verenigd Koninkrijk, ITpoint in Zwitserland en Apsia in Frankrijk, Spanje en Italië. Sharp DX wil klanten één pan-Europese IT-partner bieden voor digitale transformatie, compleet met 24/7-ondersteuning vanuit een Technology Support Centre in Warschau.

Van leverancier naar concurrent

Voor MSP’s is de boodschap duidelijk: Sharp is niet langer alleen een hardware- en documentleverancier. Het bedrijf stapt actief de managed services-markt op en richt zich daarbij op precies de klantgroepen waar veel MSP’s hun brood verdienen. Die beweging past in een bredere trend waarbij fabrikanten en distributeurs de keten proberen te verkorten en zelf diensten gaan aanbieden.

Dat Sharp daarbij alle zes Microsoft Solutions Partner-erkenningen heeft behaald, versterkt die positie. Het bedrijf kan hiermee volledig meedingen op het gebied van cloud en AI-dienstverlening, terwijl het tegelijk zijn bestaande installatiebasis in documentbeheer benut als toegangspoort naar bredere IT-contracten.

Wat Sharp DX betekent voor het kanaal, is nog niet helder. Het bedrijf spreekt van “lokale aanwezigheid” en “nabijheid”, maar geeft geen uitsluitsel over de rol van resellers en MSP-partners. De vraag die MSP’s zich zouden moeten stellen: gaat Sharp naast ons werken, of ook tegen ons?

Slechts 29% van de securityprofessionals heeft vertrouwen in de beveiliging van applicaties in hun organisatie. Bij AI-geïntegreerde applicaties daalt dat naar 15%, en voor verdediging tegen AI-gegenereerde aanvallen zelfs naar 12%.

Dat blijkt uit het Web Application Security Report 2026 van Fortinet. Een opvallende bevinding uit het rapport betreft de kennis van het eigen applicatielandschap. Slechts 13% van de organisaties geeft aan er volledig vertrouwen in te hebben dat ze alle applicaties en API’s in hun netwerk in beeld hebben. Tegelijkertijd beschouwt 67% van de respondenten API’s als de meest risicovolle applicatiecategorie, terwijl 53% aangeeft daar een groot tekort aan zichtbaarheid te ervaren.

Zeebregts stelt dat veel organisaties weliswaar weten dat API’s een cruciale risicolaag vormen, maar dat ze tegelijk onvoldoende volledig zicht hebben op die laag. Die combinatie maakt het volgens hem moeilijk om beveiliging echt proactief aan te sturen.

Aanvallen sneller en moeilijker te onderscheiden

Het dreigingslandschap verandert mee. Fortinet meldt dat 74% van de organisaties een stijging ziet in AI-ondersteunde of AI-gegenereerde aanvallen. Aanvallen met gestolen of misbruikte inloggegevens waren goed voor 58% van de incidenten. De aard van die aanvallen is op zich bekend, maar de schaal, snelheid en aanpasbaarheid zijn sterk toegenomen. Aanvallen zijn daardoor steeds moeilijker te onderscheiden van legitiem verkeer, wat bestaande beveiligingscontroles extra belast. Fortinet stelt dat het steeds minder volstaat om beveiliging te organiseren als een verzameling losstaande oplossingen.

Detectie en respons blijven te traag

Ook op het vlak van detectie en respons signaleert het rapport knelpunten. Slechts 20% van de organisaties detecteert incidenten binnen enkele uren. Bij meer dan de helft duurt dat een week of langer, en bij bijna een derde zelfs meer dan een maand. Fortinet ziet daarin een aanwijzing dat signalen en controles in veel omgevingen te versnipperd zijn. Wanneer detectie verspreid is over meerdere systemen, ontbreekt het vaak aan een geïntegreerd overzicht, wat snelle respons bemoeilijkt.

Dat organisaties zelf ook op zoek zijn naar verandering, blijkt uit het feit dat slechts 5% tevreden is over de huidige applicatiebeveiligingstools. Tegelijkertijd geeft 62% aan beveiligingsoplossingen te consolideren of dat te plannen.

Geïntegreerde architectuur als uitweg

Op basis van de onderzoeksresultaten pleit Fortinet voor een meer geïntegreerde benadering van applicatie- en API-beveiliging, waarbij zichtbaarheid, inspectie en handhaving nauwer op elkaar aansluiten.

Wiz introduceert het AI Application Protection Platform en een nieuwe Red Agent voor het end-to-end beveiligen van AI-toepassingen. Het platform combineert zichtbaarheid, risicoanalyse en runtime bescherming in een graph-gedreven oplossing. De Red Agent simuleert aanvalspaden om kwetsbaarheden automatisch op te sporen die traditionele tools missen.

Moderne AI-toepassingen verschillen volgens Wiz aanzienlijk van traditionele software. Ze voeren zelfstandig taken uit zoals het benaderen van databronnen, aanroepen van externe systemen of uitvoeren van code. Het bedrijf stelt dat deze toepassingen variabele acties uitvoeren afhankelijk van context en input, waardoor risico’s ontstaan die bestaande beveiligingstools moeilijk detecteren.

Wiz AI Application Protection Platform combineert volgens Wiz zichtbaarheid, risicoanalyse en runtime bescherming in een graph-gedreven platform. Het systeem biedt context over risico’s en monitort het gedrag van AI-agents real-time, wat securityteams helpt te begrijpen hoe AI-systemen in de praktijk werken.

Red Agent simuleert aanvalspaden

De nieuwe Red Agent simuleert volgens Wiz doorlopend mogelijke aanvalspaden om vast te stellen welke kwetsbaarheden misbruikt kunnen worden. Door zich te gedragen als aanvaller brengt de Red Agent ook complexe en minder zichtbare risico’s in kaart die traditionele beveiligingsmethoden vaak missen.

Samen met de bestaande Blue Agent die meldingen onderzoekt en de Green Agent die oplossingen voorstelt, wil Wiz een doorlopend proces van validatie, analyse en herstel mogelijk maken. Wiz verwacht dat teams hierdoor minder tijd besteden aan handmatig werk en zich kunnen richten op het definiëren van processen en strategische beslissingen.

WatchGuard Technologies en Halo koppelen hun platforms om MSP’s te helpen securitydiensten efficiënter te leveren. De integratie brengt WatchGuard Cloud rechtstreeks in HaloPSA, waardoor securityactiviteiten vanuit de bekende PSA-omgeving beheerd kunnen worden. Dit moet ticketing, provisioning en facturatie stroomlijnen.

Securitymeldingen en licentiesignalen kunnen volgens de bedrijven automatisch ticketworkflows in gang zetten. Actuele informatie over assets en rechten moet helpen om contracten beter te laten aansluiten op de praktijk en terugkerende facturatie nauwkeuriger te maken. De partijen wijzen op cijfers van het Service Desk Institute, waaruit blijkt dat automatisering het aantal tickets gemiddeld met 30 procent kan verlagen.

Eén platform voor al het securitybeheer

WatchGuard Cloud brengt netwerkbeveiliging, identiteitsbeveiliging, endpointbeveiliging en managed detection and response samen. Door de koppeling met HaloPSA kunnen MSP’s deze securityactiviteiten beheren vanuit één agent binnen de PSA. Dankzij de koppeling krijgen gebruikers direct de juiste context over apparaten, licenties en meldingen. Dit moet het aantal losse tools terugdringen, frictie in processen verminderen en de dienstverlening consistenter maken voor klanten.

Cybercriminelen maken steeds vaker kwaadaardige mailboxregels aan in Microsoft 365-omgevingen om onopgemerkt toegang te behouden. Ongeveer 10% van de gehackte accounts bevatte in het vierde kwartaal van 2025 schadelijke mailboxregels. Deze regels blijven actief, zelfs na het wijzigen van wachtwoorden.

Hiervoor waarschuwt Proofpoint op basis van onderzoek. Aanvallers die toegang krijgen tot Microsoft 365-omgevingen richten zich steeds vaker op het misbruiken van ingebouwde mailboxregels voor persistentie en onopgemerkte activiteiten. In plaats van malware of command-and-control-infrastructuur in te zetten, maken ze gebruik van legitieme platformfuncties om hun aanwezigheid te verbergen.

Cybercriminelen verkrijgen vaak toegang via gestolen inloggegevens, password spraying, brute-force-aanvallen of misbruik van OAuth-toestemming. Eenmaal binnen ligt hun focus op het behouden van toegang en het vermijden van detectie.

Kwaadaardige mailboxregels bieden meerdere voordelen

Mailboxregels stellen aanvallers in staat om verschillende doelstellingen te bereiken zonder detectie te riskeren. Ze kunnen e-mails automatisch doorsturen naar externe, door hen gecontroleerde mailboxen, vaak gericht op specifieke trefwoorden zoals ‘factuur’, ‘overschrijving’ of ‘contract’. Alternatief verplaatsen ze berichten naar onopvallende mappen zoals ‘archief’ of ‘RSS-feeds’ voor periodieke controle.

De regels helpen ook bij het verbergen van beveiligingswaarschuwingen. Berichten over wachtwoordresets, MFA-meldingen en verdachte activiteiten worden automatisch verwijderd, als gelezen gemarkeerd of verborgen. Dit manipuleert de perceptie van gebruikers over hun eigen mailbox en geeft aanvallers tijd om hun positie te versterken.

Een bijzonder gevaarlijk aspect is het man-in-the-middle-achtige gedrag dat mogelijk wordt, waarschuwt Proofpoint. Door specifieke correspondentie naar verborgen mappen te leiden, kunnen aanvallers berichten van leveranciers en klanten onderscheppen voordat het slachtoffer ze ziet. Ze kunnen zich vervolgens voordoen als de eigenaar van de mailbox of zich mengen in bestaande berichtenthreads.

Onderzoeksbevindingen tonen omvang probleem

Uit recent onderzoek blijkt dat ongeveer 10% van de gehackte accounts in het vierde kwartaal van 2025 kort na de eerste inbraak schadelijke mailboxregels bevatte. Kwaadaardige regels hebben vrijwel altijd minimale, onzinnige namen en richten zich vooral op het verwijderen van berichten of het verplaatsen naar zelden gecontroleerde mappen.

Een cruciaal probleem is dat deze regels actief blijven, zelfs na het wijzigen van wachtwoorden. Het gebruikt van mailboxregels zorgen ervoor dat datalekken kunnen voortduren zolang de regel bestaat, wat een cloud-native persistentiemechanisme creëert.

Preventie en incident response

Voor preventie raden experts aan om externe automatische doorsturing standaard uit te schakelen in Exchange Online. Daarnaast moeten organisaties beleid voor voorwaardelijke toegang afdwingen, inclusief multifactorauthenticatie en risicogebaseerde controles.

Het monitoren van OAuth-toestemmingen is essentieel, vooral voor rechten zoals Mail.Read, Mail.ReadWrite of offline_access. Bij het ontdekken van schadelijke regels moeten alle ongeautoriseerde regels onmiddellijk worden verwijderd, actieve sessies worden ingetrokken en tokens ververst.

Organisaties moeten ook de inlogactiviteit analyseren op verdachte IP-adressen en onbekende user agents, evenals onbekende OAuth-apps verwijderen die toegang hebben tot mailboxen.

Meer dan de helft (53%) van de organisaties gebruikt mobiele devices  met ernstig verouderde besturingssystemen. Bij Macs ligt dit percentage nog hoger: 58%. Ook bevat 95% van de beoordeelde mobiele apps kwetsbaarheden.

Dit blijkt uit de jaarlijkse Security 360-rapporten gepubliceerd over mobiele en macOS-dreigingen van Jamf, waarin het bedrijf dreigingstrends voor mobiele devices en Macs analyseert. De rapporten zijn gebaseerd op incident-analyses, dreigingsonderzoek en gebeurtenissen uit het afgelopen jaar.

Mobiele security kampt met vier hoofdrisico’s

Jamf verdeelt mobiele dreigingen onder in vier categorieën. Bij device-kwetsbaarheden constateerde het bedrijf dat 53% van de organisaties gedurende 12 maanden devices gebruikte met ernstig verouderde besturingssystemen.

Op het gebied van applicatierisico’s bevatte volgens Jamf 95% van de beoordeelde apps ten minste één kwetsbaarheid van gemiddelde ernst. Het bedrijf meldt verder dat 62% van de onderzochte applicaties om risicovolle toegangsrechten vroeg, terwijl 21% gedrag vertoonde dat de privacy aantast.

Bij netwerk- en webrisico’s klikte volgens het onderzoek bij 25% van de organisaties een gebruiker op een phishing-link. Jamf geeft aan dat bij 18% van de organisaties gebruikers verbinding maakten met risicovolle hotspots.

Geavanceerde persistente bedreigingen vormen de vierde categorie. Het bedrijf wijst op zero-click-aanvallen en browser-aanvallen die Apple- en Android-devices treffen. Jamf noemt specifiek de aanval op WhatsApp-gebruikers via een kwetsbaarheid in beeldverwerking en het misbruik van JavaScript-kwetsbaarheden door spywaregroepen zoals Intellexa.

Mac-dreigingen nemen toe met marktgroei

Het marktaandeel van Macs groeide volgens Jamf met 16,4% van 2024 tot 2025. Het bedrijf meldt dat 2,7 miljoen Macs werden geleverd in 2025. Ondanks Apple’s securitymaatregelen zoals Gatekeeper en System Integrity Protection worden Macs steeds aantrekkelijkere doelwitten. Jamf stelt dat 44% van de devices te maken had met schadelijk netwerkverkeer en 26% van de organisaties werd getroffen door cryptojacking-aanvallen. In 2026 voegde Jamf Threat Labs naar eigen zeggen ruim 26.000 malware-samples toe aan hun database.

In 2025 stonden trojans bovenaan de aanvalsstrategieën met ongeveer de helft van alle aanvallen, een verschuiving ten opzichte van 2024 toen infostealers en adware domineerden. Het bedrijf geeft aan dat trojans, infostealers, adware en mogelijk ongewenste applicaties samen verantwoordelijk zijn voor 90% van alle Mac-aanvallen.

Verouderde systemen vormen groot risico

Jamf ontdekte dat 58% van de organisaties Macs gebruikt met een ernstig verouderd besturingssysteem. Het bedrijf meldt ook dat 73% van de onderzochte Macs ten minste één kwetsbare applicatie bevat.

Bij malwarefamilies was PuAgent in 2025 de meest voorkomende met 16,41%, terwijl Genio-adware daalde van de eerste plaats in 2023-2024 naar de vierde plaats met 7,19% in 2025.

Quantum computing komt sneller dichterbij dan gedacht en kan bestaande cryptografie breken. Volgens KnowBe4 moeten organisaties nu al beginnen met post-quantum voorbereiding. De meeste bedrijven hebben echter nog geen plan of budget voor wat mogelijk het grootste IT-project ooit wordt.

Op World Quantum Day wijst cybersecurity-expert Roger Grimes van KnowBe4 op de urgentie van quantum computing-voorbereiding. Volgens Grimes moeten organisaties zich realiseren dat de technologie niet alleen kansen biedt, maar ook significante risico’s met zich meebrengt.

Doorbraak binnen tien jaar verwacht

KnowBe4 verwacht dat quantum computing binnen tien jaar doorbraken mogelijk maakt die klassieke computers niet kunnen realiseren. Grimes noemt hyper-gepersonaliseerde geneeskunde als voorbeeld, waarbij behandelingen volledig op het individu worden afgestemd voor snellere en effectievere resultaten.

Tegelijkertijd waarschuwt het bedrijf voor de impact op cybersecurity. Grimes geeft aan dat organisaties zonder post-quantum project achterlopen. Experts waarschuwen dat ‘Q-Day’, het moment waarop quantumcomputers bestaande cryptografie kunnen breken, mogelijk al rond 2030 plaatsvindt.

Grootste IT-project ooit

Volgens KnowBe4 hebben de ontwikkelingen nu al impact. Elke organisatie moet uiteindelijk al zijn systemen, software en hardware analyseren en aanpassen om post-quantum veilig te worden. Het bedrijf stelt dat dit waarschijnlijk een van de grootste en meest complexe IT-projecten wordt die organisaties ooit uitvoeren.

Toch hebben de meeste organisaties nog geen plan, budget of inzicht in waar hun kritische data zich bevindt. Grimes meldt dat bedrijven de praktische impact en omvang van benodigde voorbereidingen onderschatten.

Praktische stappen voor voorbereiding

KnowBe4 adviseert organisaties om nu te beginnen. Grimes raadt aan het onderwerp op bestuursniveau te bespreken voor executive sponsorship en een formeel post-quantum programma met budget en middelen op te starten.

Belangrijke stappen zijn volgens het bedrijf het in kaart brengen van data, beschermingsmethoden en benodigde aanpassingen. Ook moeten organisaties kritisch kijken naar hun inkoopbeleid. Grimes stelt dat bedrijven moeten stoppen met het aanschaffen van technologie die moeilijk te upgraden is.

Het bedrijf adviseert leveranciers te vragen of hun producten quantum-proof zijn en wanneer dat wel het geval zal zijn. Begrippen zoals ‘crypto agility’, wat het vermogen weergeeft om cryptografie eenvoudig aan te passen, worden volgens KnowBe4 essentieel.