Yourizon, sinds eind 2023 onderdeel van Esprit ICT Groep, wijzigt per 14 april zijn naam naar Esprit ICT. Het bedrijf combineert hiermee expertise in healthcare automation met die van digitale werkplekken voor de zorgsector. Het wil zo een  geïntegreerde IT-aanpak voor zorginstellingen bieden.

De samenvoeging moet klanten efficiëntievoordelen opleveren. Zo kunnen zorginstellingen alle vraagstukken rond zorgtechnologie en reguliere automatisering nu bij één partij terecht. Ook stelt Esprit ICT dat klanten hierdoor minder schakels nodig hebben om regie te voeren over hun IT-landschap. Dit moet leiden tot betere afstemming tussen zorg en ICT, waardoor meer tijd overblijft voor patiënten en cliënten.

Bestaande klanten behouden volgens het bedrijf hun vaste contactpersonen en kunnen blijven rekenen op dezelfde expertise en toewijding aan de zorgsector. De combinatie van kennis wordt door Esprit ICT gepresenteerd als uniek in de Nederlandse markt.

Veel organisaties experimenteren wel met AI, maar halen er nog weinig structurele waarde uit. SAP stelt dat dit komt doordat AI-toepassingen vaak losstaan van de systemen waarin bedrijfsprocessen plaatsvinden. Echte waardecreatie ontstaat pas bij integratie met operationele systemen zoals ERP.

Organisaties worstelen nog met het realiseren van structurele bedrijfswaarde uit AI-experimenten. Volgens SAP ligt dat aan het gebrek aan integratie tussen AI-toepassingen en operationele systemen. Stef De Mulder, Chief Revenue Officer voor SAP Business Technology Platform, Business Data Cloud en AI in EMEA, geeft aan dat veel AI-projecten nu starten als experiment of pilot voor een specifiek probleem. Deze aanpak beperkt echter de impact.

Ook wijst hij erop dat iedereen momenteel met AI bezig is, maar dat dit vaak in een sandbox of pilot gebeurt. Volgens hem ontstaat echte waarde echter pas zodra AI gekoppeld wordt aan systemen die bedrijfsprocessen aansturen, zoals ERP. SAP benadrukt dat waardecreatie ontstaat door inzichten terug te koppelen naar bedrijfsprocessen. Die feedback loop ontbreekt echter vaak bij huidige AI-implementaties.

ERP blijft ruggengraat maar evolueert

Hoewel AI steeds belangrijker wordt, blijft ERP volgens SAP de basis van grote bedrijven. De Mulder stelt dat de continuïteit van bedrijfsvoering gegarandeerd moet blijven.

De rol van ERP evolueert. Waar ERP-systemen vroeger vooral transacties registreerden, verwachten organisaties inmiddels ook inzichten en automatisering. SAP verwacht dat ERP evolueert van een ‘system of record’ naar een outcome-driven, geautomatiseerd ERP.

Bedrijven willen voorkomen dat experimentele AI-functionaliteit kritische systemen beïnvloedt. Daarom plaatsen veel organisaties de intelligentielaag boven transactionele systemen. De Mulder illustreert dit met een voorbeeld: als een supplychain volledig draait op SAP, wil je niet dat een agent de hele supplychain onderuit haalt. SAP stelt dat deze aanpak innovatie mogelijk maakt zonder de stabiliteit van bedrijfsprocessen te riskeren.

Data vormt knelpunt voor AI-succes

De opkomst van AI legt volgens SAP zwakke plekken in het datalandschap van organisaties bloot. Veel bedrijven merken dat hun data onvoldoende gestructureerd of gedocumenteerd zijn voor effectieve AI-toepassing. De Mulder geeft aan dat bedrijven voor hun data teruggaan naar de basis: welke data gebruiken we en hoe brengen we die op de juiste semantische laag met de juiste context?

SAP stelt dat AI-experimenten snel de mankementen van data blootleggen. Het bedrijf benadrukt dat organisaties geen beslissingen willen nemen op basis van incorrecte data. Het bedrijf verwacht daarom dat organisaties de komende jaren verder investeren in dataplatformen en integratie. Volgens De Mulder evolueren we naar intelligent ERP, waarbij de rol verschuift van registratie naar waardecreatie.

Northwave Cyber Security wijst op vijf veelvoorkomende communicatiemissers die organisaties maken na cyberaanvallen. Deze fouten kunnen volgens het bedrijf de bedrijfs- en reputatieschade verergeren. De Nederlandse cybersecurity-specialist benadrukt dat goede communicatie cruciaal is voor het behouden van vertrouwen bij klanten en partners.

Volgens het bedrijf wordt de digitale dreiging tegen Nederlandse organisaties steeds complexer. Northwave stelt dat absolute veiligheid niet bestaat en dat een succesvolle hack niet per definitie een teken van nalatigheid is. Het bedrijf benadrukt dat organisaties altijd moeten communiceren na een hack, zowel vanwege wet- en regelgeving als voor het behoud van vertrouwen.

Vijf communicatiepijnpunten

Northwave signaleert vijf vaak voorkomende fouten in de communicatie na cyberaanvallen:

  • Ten eerste geven organisaties soms informatie vrij die cybercriminelen helpt. Het bedrijf stelt dat de manier waarop een organisatie communiceert tijdens een ransomware-aanval directe invloed heeft op de onderhandelingspositie. Northwave meldt dat aanvallers publieke communicatie meelezen en gebruiken. Als een bedrijf op zijn website zet dat de productie een week platligt, weet de aanvaller volgens het bedrijf dat hij beet heeft.
  • Ten tweede ontstaat er vaak een disbalans tussen transparantie en timing. Northwave waarschuwt dat het te vroeg delen van onvolledige details, die later worden ingetrokken, paniek en een verlies aan geloofwaardigheid kan veroorzaken.
  • Ten derde gebruiken organisaties te vaak jargon en technische termen. Het bedrijf adviseert om in de eerste fase te denken in termen van impact, niet oorzaak, en altijd een niet-technische lezer voor ogen te houden.
  • Ten vierde onderschatten bedrijven de juridische gevolgen. Northwave wijst op het belang van contractuele verplichtingen, de AVG en mogelijke claims.
  • Ten vijfde krijgt interne communicatie onvoldoende aandacht. Het bedrijf stelt dat werknemers niet alleen getroffen worden door de crisis, maar ook fungeren als eerstelijnscontact naar klanten en partners.

Kernboodschap als fundament

Northwave adviseert organisaties om bij een cyberincident snel inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen en dit te vertalen in een kernboodschap. Deze boodschap vormt volgens het bedrijf het fundament voor alle communicatie.

Object First benoemt Jos Maliepaard als Sales Engineer voor de Benelux. Maliepaard brengt meer dan twintig jaar enterprise IT-ervaring mee en is bekend als Veeam Vanguard en leider van de Nederlandse Veeam User Group. Hij gaat klanten en partners ondersteunen bij het implementeren van ransomwarebestendige back-upoplossingen.

Maliepaard beschikt over meer dan twintig jaar ervaring in enterprise IT. Hij heeft uitgebreide expertise opgebouwd in veilige en hoogbeschikbare IT-omgevingen, met focus op het beschermen van kritische data en het waarborgen van bedrijfscontinuïteit. Als Veeam Vanguard en leider van de Veeam User Group in Nederland staat hij bekend om zijn betrokkenheid bij de IT-community.

In zijn nieuwe rol helpt Maliepaard organisaties bij het ontwerpen van IT-infrastructuren en vertaalt hij technische uitdagingen naar praktische oplossingen. Daarnaast deelt hij actief kennis over back-uparchitectuur, disaster recovery en moderne strategieën voor databescherming. Hij treedt regelmatig op als spreker binnen de Nederlandse IT-community.

Groeiend partnernetwerk

Object First is sinds medio 2025 actief in Nederland en bouwt aan een groeiend partnernetwerk. Het bedrijf wil hiermee voldoen aan de toenemende vraag naar ransomwarebestendige, immutable back-upopslag voor Veeam-omgevingen in de regio. Object First levert back-upopslag die volledig immutable is en speciaal is ontwikkeld voor Veeam.

Accenture en Google Cloud openen een Sovereign Cloud and AI Innovation Center in Brussel. Het centrum moet overheden en streng gereguleerde sectoren helpen bij het veilig opschalen van AI-toepassingen, zonder controle over data en beveiliging te verliezen.

Volgens de bedrijven willen Europese overheden en gereguleerde sectoren AI breder inzetten, maar stuiten zij op strikte eisen rond datasoevereiniteit en beveiliging. Tegelijk neemt de geopolitieke en regulatoire complexiteit toe. Organisaties zoeken daarom naar manieren om te innoveren terwijl kritieke systemen en gevoelige data onder eigen beheer blijven. Het centrum moet organisaties helpen om per toepassing te bepalen hoeveel controle nodig is over data, modellen en infrastructuur.

Faciliteit voor veilige AI-ontwikkeling

Het nieuwe centrum fungeert als innovatiehub en trainingslocatie binnen het Accenture Google Business Group. Een belangrijk onderdeel is Google Distributed Cloud air-gapped, een technologie voor omgevingen die niet verbonden mogen zijn met publieke netwerken. Organisaties kunnen er veilige cloud- en AI-oplossingen ontwerpen, testen en valideren voor bedrijfskritische toepassingen.

Daarnaast biedt het centrum ruimte voor samenwerking tussen organisaties, softwareleveranciers en partners. Zij kunnen er proof-of-concepts ontwikkelen, oplossingen demonstreren en gezamenlijke use cases uitwerken rond soevereine cloud en AI.

Drie speerpunten

De partners richten zich op drie gebieden: adoptie van soevereine cloud en AI met ontwikkeling van regelgevingscompliance toepassingen, modernisering van kritieke systemen via hybride en gedistribueerde modellen, en opleiding van specialisten die soevereine cloud- en AI-platforms kunnen beheren.

Eye Security, specialist in 24/7 dreigingsdetectie, gaat samenwerken met penetratietestexpert The S-Unit. De partners willen organisaties helpen met een geïntegreerde aanpak die continue detectie combineert met proactieve blootstelling van onbekende risico’s. Het partnerschap richt zich eerst op de Nederlandse markt.

Volgens Eye Security weerspiegelt de samenwerking een bredere verschuiving binnen cybersecurity: van losse maatregelen naar geïntegreerde beveiligingsmodellen die continue detectie combineren met het proactief identificeren van onbekende risico’s. Het bedrijf ziet dat aanvallers in incident response-trajecten steeds minder afhankelijk zijn van puur technische exploits. In plaats daarvan bewegen ze zich binnen vertrouwde omgevingen en maken ze gebruik van geldige inloggegevens, configuratiefouten en over het hoofd geziene kwetsbaarheden. Door de real time detectie en response van Eye Security te combineren met de offensieve testexpertise van The S-Unit, verwacht het bedrijf organisaties zowel zicht te geven op actieve dreigingen als inzicht in de zwakke plekken die deze mogelijk maken.

Gestructureerd referralmodel

Binnen het partnerschap treedt Eye Security op als primair securitypartner en adviseur voor klanten. Wanneer er behoefte is aan penetratietesten, worden de vereisten vastgesteld en via een gestructureerd referralmodel overgedragen aan The S-Unit. Volgens de partners zorgt dit voor duidelijke scope op basis van reële risico’s, snelle afstemming tussen detectie-inzichten en testprioriteiten, en een soepele overgang van advies naar uitvoering.

The S-Unit voert vervolgens penetratietesten uit op gebieden zoals netwerkinfrastructuur, applicaties, cloudomgevingen en mensgerichte aanvalsvectoren. Het bedrijf stelt dat bevindingen uit offensieve testen direct worden vertaald naar verbeteringen in detectie, monitoring en response.

Groeiende kloof in securityprogramma’s

Het partnerschap richt zich volgens Eye Security op een groeiende kloof binnen cybersecurityprogramma’s. Het bedrijf meldt dat veel organisaties sterk investeren in preventie en monitoring, maar beperkt inzicht hebben in hun daadwerkelijke blootstelling, zeker in complexe cloudomgevingen.

De samenwerking richt zich in eerste instantie op de Nederlandse markt. Eye Security stelt dat regelgeving, digitalisering en sectorspecifieke risico’s, met name in zorg, financiële dienstverlening en kritieke infrastructuur, de vraag naar volwassen securitypraktijken vergroten.

Aanvallers kunnen via één foutieve AI-koppeling zich razendsnel verspreiden door bedrijfsnetwerken. Orange Cyberdefense waarschuwt dat organisaties AI onderschatten als beveiligingsrisico, terwijl de technologie vaak meer toegang heeft dan gemiddelde medewerkers. Recente incidenten zoals EchoLeak tonen de urgentie van strengere maatregelen.

Volgens Orange Cyberdefense ontstaat een nieuw type supplychain-dreiging via AI-systemen zelf. Het bedrijf waarschuwt dat één enkele misleiding, prompt injection of gestolen toegangstoken zich razendsnel door bedrijfsnetwerken kan verspreiden.

Recente incidenten tonen risico’s

De urgentie wordt zichtbaar in de meest recente editie van de Security Navigator, het jaarlijkse onderzoeksrapport van Orange Cyberdefense. Orange Cyberdefense meldt dat de EchoLeak-aanval op Microsoft 365 Copilot toonde hoe een verborgen opdracht in een e-mail voldoende was om de ingebouwde AI te misleiden. Ook een OAuth-aanval op Salesloft en Drift gaf via een gestolen token van een AI-chatbot toegang tot honderden bedrijfsomgevingen.

Volgens Van der Wel-ter Weel zijn dit vroege signalen van een structureel risico. Hij geeft aan dat AI steeds meer een verbindende laag tussen systemen wordt. Als een aanvaller één AI-koppeling weet te manipuleren, kan dat ongemerkt doorwerken naar processen, applicaties en data waar die AI toegang toe heeft.

Nieuwe ketenrisico’s door AI-koppelingen

Orange Cyberdefense stelt dat de kwetsbaarheden ontstaan doordat AI steeds dieper in bedrijfsprocessen terechtkomt. Veel organisaties gebruiken AI-agenten in applicaties, plug-ins en interne workflows, wat het lastig maakt om precies te zien waar AI toegang heeft.

Het bedrijf onderscheidt drie lagen die samen een nieuw ketenrisico vormen:

  • De invoer die een AI-model ontvangt
  • De koppelingen met apps, tokens en plug-ins
  • De datastromen waar AI zelfstandig mee werkt

Volgens Van der Wel-ter Weel vormen deze lagen samen een netwerk waarin één fout zich kan verspreiden naar andere systemen, soms zonder dat medewerkers iets hoeven te openen of klikken.

Orange Cyberdefense waarschuwt ook voor nieuwe afhankelijkheden van een klein aantal mondiale AI-leveranciers. Het bedrijf stelt dat hoge ontwikkelkosten, geopolitieke spanningen en snelle productwijzigingen het risico vergroten dat organisaties plots zonder ondersteuning staan.

Organisaties onderschatten impact

Volgens Orange Cyberdefense behandelen veel bedrijven AI nog als vrijblijvende functionaliteit, terwijl de technologie vaak toegang heeft tot dezelfde data en rechten als kritieke bedrijfsapplicaties. In sommige gevallen beschikt AI zelfs over meer toegang dan de gemiddelde medewerker, wat AI tot een hoog geprivilegieerd systeem maakt.

Drie beveiligingsmaatregelen

Orange Cyberdefense adviseert om AI direct te behandelen als een systeembeheerderaccount. Het bedrijf beveelt drie maatregelen aan:

  • Inzicht in AI-koppelingen: Veel organisaties weten volgens Orange Cyberdefense niet waar AI actief is of welke plug-ins meedraaien. Het bedrijf raadt een inventarisatie aan vergelijkbaar met assetmanagement voor kritieke systemen.
  • Beperkte rechten en tokens: Orange Cyberdefense ziet in incidentonderzoeken dat overmatige rechten de impact vergroten. Het bedrijf adviseert privileges te scheiden, tokens te isoleren en minimale toegang in te stellen.
  • Continue monitoring: AI-systemen opereren autonoom en vragen volgens Orange Cyberdefense om monitoring die verder gaat dan klassieke detectiesystemen. Het bedrijf beveelt opname van AI in SOC-processen aan, met detectie op gedragsniveau.

Meer informatie is beschikbaar in Security Navigator.

De meldplicht van 72 uur. De bestuurdersaansprakelijkheid. De verplichte risicoanalyse van de toeleveringsketen. NIS2 heeft voor veel eindklanten een gezicht gekregen, maar de praktische invulling ervan blijft voor velen abstract. Kaseya zet tien onderwerpen op een rij die daarbij als leidraad kunnen dienen.

NIS2 verschuift de verantwoordelijkheid nadrukkelijk naar het management. Bestuurders kunnen cybersecurity niet langer volledig aan de IT-afdeling overlaten. Ze hebben een fiduciaire plicht om actief betrokken te zijn bij governance rondom beveiliging en weerbaarheid, wat het gesprek met een IT-dienstverlener een stuk strategischer maakt dan voorheen.

De volgende tien onderwerpen vormen een praktisch kader voor dat gesprek.

  1. Risicoanalyse en systeembeveiliging

Welke systemen zijn kwetsbaar, en wat is de impact als ze worden gecompromitteerd? NIS2 vereist dat dit niet alleen bekend is, maar ook gedocumenteerd en toegankelijk voor de juiste mensen. De vraag is of klanten die vraag kunnen beantwoorden, en of de documentatie daarvoor op orde is.

  1. Incidentafhandeling

Hoe wordt een incident gedetecteerd, hoe wordt erop gereageerd, en hoe wordt het gemeld aan de juiste instanties? De meldplicht van doorgaans 72 uur is krap. Zonder gedetailleerde logs en vastgelegde procedures is die termijn nauwelijks haalbaar.

  1. Bedrijfscontinuïteit

Ligt er een actuele back-upstrategie? Is er een disaster recovery plan, en weten de betrokkenen ook daadwerkelijk hoe ze dat uitvoeren? Een plan dat alleen bij de IT-dienstverlener bekend is, helpt de klant niet verder tijdens een incident.

  1. Beveiliging van de toeleveringsketen

NIS2 verplicht organisaties om de cybersecuritypraktijken van hun leveranciers te beoordelen. IT-dienstverleners zitten hier aan beide kanten: zij kunnen worden bevraagd over hun eigen beveiligingspostuur, en tegelijkertijd helpen zij klanten hun leveranciersrisico in kaart te brengen.

  1. Systeemaanschaf, ontwikkeling en kwetsbaarhedenbeheer

Beveiliging moet al in het aankoopproces worden meegewogen, niet achteraf worden toegevoegd. Zijn er processen om nieuwe systemen veilig te houden na implementatie, en is er een duidelijke procedure voor kwetsbaarhedenbeheer en -disclosure?

  1. Monitoring van risicobeheermaatregelen

Hoe weet een organisatie of beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk werken? Zijn er benchmarks, actieve monitoring en vastgelegde procedures om de effectiviteit continu te toetsen? Dit is een gebied waar veel klanten nog weinig zicht op hebben.

  1. Basishygiëne en training

Een actueel overzicht van apparaten, gebruikers en toegangsrechten is een basisvereiste. Daarnaast moeten medewerkers weten wat er van hen verwacht wordt. Veel organisaties denken dit op orde te hebben; de praktijk wijst vaak anders uit.

  1. Cryptografie en versleuteling

Is data zowel in rust als in transit versleuteld? Zijn er duidelijke beleidsregels over hoe cryptografische middelen worden ingezet en beheerd binnen de organisatie?

  1. Personeelsbeveiliging, toegangsbeheer en assetbeheer

De toegang tot systemen moet aansluiten op de rol van de gebruiker, niet ruimer. Dat vereist zowel bewustzijnstraining als technische maatregelen zoals rolgebaseerde toegangscontrole en strakke processen rondom onboarding en offboarding.

  1. Multifactorauthenticatie en beveiligde communicatie

Veilige communicatie geldt voor de tools die medewerkers dagelijks gebruiken, maar ook voor de vraag hoe een organisatie communiceert tijdens een ernstig incident als de normale kanalen wegvallen. Een vraag die veel klanten nog niet gesteld hebben.

 Documentatie als fundament

Door alle tien gebieden loopt één rode draad: bewijs. NIS2 vereist dat organisaties kunnen aantonen dat processen zijn ingericht, goedgekeurd en actief worden nageleefd, niet alleen na een incident, maar ook ervoor. Inspecteurs kunnen vragen naar wat een organisatie deed voordat er iets misging. Dat vereist een cultuur van continu bewijzen verzamelen. In de praktijk is dat niet haalbaar met spreadsheets of handmatige processen. De juiste tooling is daarin een randvoorwaarde.

Kaseya ondersteunt IT-dienstverleners hierbij met oplossingen als IT Glue voor gestructureerde IT-documentatie en Datto voor back-up en disaster recovery. Samen vormen ze de basis voor aantoonbare weerbaarheid: weten wat er is, vastleggen wat er gebeurt, en kunnen herstellen als het fout gaat.

Het bedrijf heeft samen met brancheorganisaties, VNO-NCW en de overheid het initiatief Samen Digitaal Veilig opgezet. Dit introduceert drie niveaus van certificeringen — SupplyChain Certificeringen 10, 20 en 30 — die een uniforme indicatie geven van de cyberweerbaarheid van toeleveranciers. Hoe kritischer een leverancier in de keten, hoe hoger het niveau dat gevraagd kan worden. Kaseya adviseert msp’s om een van deze certificeringen te halen. Msp’s die met Kaseya-diensten werken krijgen korting op de certificering via Stichting Digitaal Veilig.

Meer weten? Kijk op kaseya.com voor een demo of aanvullende informatie over NIS2-compliance.

Een meerderheid van de Nederlandse MKB-ondernemers (56%) vreest voor hun bedrijfsresultaat door stijgende energie- en grondstofprijzen, maar blijven opvallend optimistisch. Bijna de helft verwacht voor 2026 omzetgroei, terwijl 93 procent plannen heeft voor investeringen. Dit blijkt uit onderzoek van Exact onder ruim 1.700 ondernemers.

Het onderzoek, uitgevoerd door software-ontwikkelaar Exact onder ruim 1.700 Nederlandse MKB-ondernemers, toont aan dat meer dan de helft (54 procent) het huidige ondernemersklimaat als uitdagend ervaart.

Druk op marges

De stijgende inflatie zet de bedrijfsvoering van veel ondernemers onder druk. Exact geeft aan dat ruim een kwart van de ondernemers hogere kosten niet of slechts beperkt kan doorberekenen aan klanten, wat direct leidt tot druk op de marges.

Wanneer prijsstijgingen toch noodzakelijk zijn, vrezen ondernemers dat dit ten koste gaat van de vraag. Een op de tien verwacht dat de afzet hierdoor afneemt. In reactie daarop ziet negen procent van de MKB’ers zich genoodzaakt de productie terug te schalen.

In het meest extreme scenario leidt de situatie tot zorgen over het voortbestaan: acht procent van de ondernemers vreest dat het bedrijf uiteindelijk de activiteiten moet staken.

Investeringen gaan door

Ondanks de economische onzekerheid blijven ondernemers investeren in hun bedrijf. Exact meldt dat maar liefst 93 procent van de MKB’ers in 2026 investeringen verwacht te doen.

Deze richten zich vooral op technische en technologische hulpmiddelen: bijna een derde (32 procent) geeft aan hierin te willen investeren. Daarnaast staan ook marketing (20 procent) en opleiding en ontwikkeling van medewerkers (19 procent) op de investeringsagenda.

Accenture investeert via Accenture Ventures in Replit en sluit een strategische samenwerking met het AI-gedreven softwareontwikkelplatform. Het doel is organisaties te helpen sneller digitale toepassingen te bouwen door AI in te zetten voor het genereren van code op basis van tekstinstructies.

Organisaties zetten volgens de bedrijven steeds vaker AI in om processen te vernieuwen. Dat heeft ook gevolgen voor softwareontwikkeling. Traditionele ontwikkeltrajecten zijn vaak tijdrovend door complexe omgevingen, infrastructuur en handmatig programmeerwerk. AI-gestuurde ontwikkeling maakt het mogelijk om sneller van idee naar werkende applicatie te gaan, onder meer door gebruik van natuurlijke taal en autonome AI-agents. Deze aanpak, waarbij ontwikkelaars en business teams samen applicaties bouwen op basis van instructies in gewone taal, wint volgens Accenture snel terrein binnen grote organisaties.

Grootschalige inzet centraal

Binnen de samenwerking onderzoeken Accenture en Replit hoe AI-gedreven softwareontwikkeling kan worden toegepast in enterprise-omgevingen. De focus ligt op het identificeren van praktische use cases en ontwikkelmethoden die wereldwijd schaalbaar zijn voor klanten van Accenture.

Replit biedt volgens het bedrijf een cloudgebaseerd platform waarin ontwikkelomgevingen, AI-ondersteuning, samenwerking en hosting samenkomen. Met AI-agenten kunnen teams code genereren en aanpassen op basis van tekstinstructies. Dat maakt het naar eigen zeggen mogelijk om snel prototypes te bouwen, ideeën te testen en applicaties te implementeren, zonder uitgebreide configuratie van ontwikkelomgevingen.

Accenture brengt in de samenwerking zijn ervaring mee in het opschalen van nieuwe technologieën binnen complexe IT-omgevingen. De gezamenlijke inzet is volgens de bedrijven erop gericht AI-gedreven ontwikkeling veilig te integreren in bestaande engineeringprocessen en technologie-ecosystemen van organisaties.