Techone breidt zijn activiteiten in de regio Rotterdam uit met de overname van Worxspace. De Rotterdamse managed service provider richt zich op het bouwen en beheren van digitale werkomgevingen. Worxspace blijft binnen Techone onder eigen naam en met eigen team opereren.

Techone heeft Worxspace overgenomen, een managed service provider uit Rotterdam die zich richt op het bouwen en beheren van digitale werkomgevingen voor organisaties. Met de overname breidt Techone zijn aanwezigheid in de regio Rotterdam uit en voegt het bedrijf technische expertise toe aan zijn bestaande dienstverlening.

Activiteiten Worxspace

Worxspace ondersteunt organisaties bij het opzetten en beheren van digitale werkomgevingen. Volgens Techone combineert Worxspace technische kennis met persoonlijk klantcontact. Coert Coomans, CEO van Techone, noemt Worxspace een aanvulling op de bedrijvengroep vanwege de kennis en werkwijze van het Rotterdamse bedrijf.

Behoud van identiteit

Worxspace blijft binnen Techone opereren onder eigen naam, met behoud van het bestaande team en de bedrijfscultuur. Oprichters Charlotte van Dam en Jory van Dam hebben Worxspace opgebouwd en dragen het bedrijf nu over. Van Dam en Van Dam geven aan dat ze met Techone een partij hebben gevonden die aansluit bij de manier van werken van Worxspace en die het bedrijf verder kan laten groeien.

Onderdeel van groeistrategie

De overname van Worxspace past volgens Techone in de bredere strategie van het bedrijf om IT-bedrijven met een eigen profiel samen te brengen binnen de groep. Techone stelt dat het hiermee klanten wil blijven ondersteunen in een digitale omgeving die volgens het bedrijf aan complexiteit toeneemt. Met de toevoeging van Worxspace zet Techone een volgende stap in de uitbreiding van zijn bedrijvencollectie.

De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur meldt dat bij 76 procent van de gemelde telecomincidenten een externe partij betrokken was. Bijna alle meldingen troffen de toegang tot internet of telefonie. Ruim de helft van de aanbieders neemt na een incident aanvullende maatregelen.

De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) heeft incidentmeldingen uit de telecomsector van het afgelopen jaar geanalyseerd. Uit die analyse blijkt dat in ruim driekwart van de gevallen een externe partij, zoals een leverancier, betrokken was bij het incident. Telecomaanbieders zijn volgens de RDI voor een groot deel afhankelijk van deze partijen. Een mislukte software-update door een leverancier kan er bijvoorbeeld toe leiden dat klanten tijdelijk geen toegang hebben tot internet. De RDI wijst erop dat de telecomaanbieder verantwoordelijk blijft, ook als de oorzaak buiten de eigen organisatie ligt.

Bijna alle meldingen, 92 procent, betroffen storingen waardoor klanten geen of beperkt gebruik konden maken van internet of telefonie. Bij 56 procent van de incidenten lag een fysieke oorzaak ten grondslag, zoals kabelbreuken door graafwerkzaamheden. Bij 36 procent ging het om softwareproblemen, waaronder fouten in instellingen of problemen bij updates.

Maatregelen na incidenten

Na een incident treft 60 procent van de telecomaanbieders aanvullende maatregelen. Het gaat dan om afspraken met leveranciers, extra apparatuur als back-up of het trainen van personeel. Het verbeteren van monitoring, zoals temperatuurcontrole voor koeling of waarschuwingen bij uitval van netwerkapparatuur, wordt na 40 procent van de incidenten doorgevoerd. De RDI stelt dat basismonitoring een deel van de incidenten eerder had kunnen signaleren.

Wettelijke meldplicht

Het melden van incidenten met aanzienlijke gevolgen is wettelijk verplicht voor telecomaanbieders. Deze verplichting is vastgelegd in de Telecommunicatiewet en in de Cyberbeveiligingswet, die dit jaar in werking treedt. De RDI gebruikt de meldingen om toezicht in te richten op de grootste risico’s en om inzichten te delen met de sector.

De RDI benadrukt dat telecomaanbieders binnen 24 uur moeten melden wat bekend is, ook als nog niet alle details beschikbaar zijn. Aanvullende informatie kan later worden aangeleverd. De meldprocedure staat beschreven op de website van de RDI.

Het kabinet wil dat Nederlandse onderwijsinstellingen minder leunen op enkele grote techleveranciers. Minister Letschert van Onderwijs schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de huidige afhankelijkheid groot is en risico’s met zich meebrengt. Scholen ervaren volgens de minister wel de noodzaak om over te stappen, maar lopen tegen praktische bezwaren aan.

Minister Letschert van Onderwijs heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over plannen om de afhankelijkheid van de onderwijssector van grote techbedrijven terug te dringen. Volgens de minister voelen veel onderwijsinstellingen de urgentie om digitaal autonomer te worden, maar ervaren zij tegelijkertijd complexiteit bij het vinden van alternatieven en het migreren naar andere systemen.

Vendor lock-in door geïntegreerde oplossingen

Letschert wijst erop dat overstappen niet alleen een forse investering vergt, maar ook tijd kost omdat personeel zich moet scholen in nieuwe systemen. Volgens de minister is er in de praktijk vaak sprake van vendor lock-in, doordat grote softwareaanbieders onderwijsinstellingen geïntegreerde totaaloplossingen bieden en een sterke marktpositie hebben. Dit stimuleert volgens haar dat scholen binnen een gesloten ecosysteem blijven.

De minister erkent dat een dergelijk ecosysteem ook voordelen biedt, zoals gebruiksgemak doordat applicaties onderling goed samenwerken. Voor veel digitale voorzieningen bestaan volgens Letschert wel alternatieven, maar die bieden niet altijd een samenhangend en geïntegreerd geheel. Daarnaast signaleert de minister een indirecte afhankelijkheid: veel toeleveranciers zijn voor de werking van hun eigen systemen zelf weer afhankelijk van de infrastructuur van dezelfde grote techbedrijven.

Risico’s van afhankelijkheid

De minister noemt meerdere risico’s die voortkomen uit deze afhankelijkheid. Zo kan de positie van techbedrijven volgens haar worden ingezet als geopolitiek drukmiddel, kan het leiden tot misbruik van persoonsgegevens en kan de impact van storingen in digitale processen groter worden. Ook kunnen situaties ontstaan die niet aansluiten bij de publieke waarden binnen het onderwijs. Volgens Letschert is het van belang dat onderwijsinstellingen zelf keuzes kunnen maken die passen bij hun onderwijskundige visie, zonder gebonden te zijn aan de keuzes die in de producten van één leverancier besloten liggen.

Publieke regie als uitgangspunt

Het kabinet wil bijdragen aan een toegankelijke markt met voldoende alternatieven voor onderwijsinstellingen. Dit vereist volgens Letschert samenwerking tussen kennispartners, onderwijsinstellingen, andere partijen in de publieke en private sector, de rijksoverheid en Europese partners.

De minister geeft aan dat het onderwijs zelf publieke regie moet voeren op het versterken van digitale autonomie. Deze regie krijgt bij voorkeur vorm via collectieve samenwerking tussen onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld door gezamenlijke afspraken, uniforme en open standaarden en het gezamenlijk stimuleren van Europese alternatieven. Waar nodig kan het onderwijs ook eigen digitale voorzieningen ontwikkelen. Het uiteindelijke doel is volgens Letschert dat het onderwijs essentiële publieke voorzieningen onder gezamenlijke regie kan organiseren, zodat alle onderwijsinstellingen daar gebruik van kunnen maken.

Lenovo gaat partners in delen van EMEA financieel belonen voor de verkoop van gecertificeerde refurbished pc’s en servers. Het bedrijf kondigde dit aan tijdens de Lenovo 360 Circle Summit in Genève, waar de focus verschoof van duurzaamheidsdoelen naar commerciële haalbaarheid. Onderzoek van Omdia laat zien dat een meerderheid van de IT-partners groei verwacht in de verkoop van refurbished apparatuur.

Lenovo hield in juni 2026 zijn derde Lenovo 360 Circle Summit in Genève. Waar eerdere edities van het evenement in het teken stonden van ESG-waarden en langetermijndoelen, verschoof de aandacht van partners en klanten dit jaar naar winstgevendheid en financiële weerbaarheid, mede door geopolitieke ontwikkelingen. Lenovo koos voor het congresmotto ‘From Vision to Value’, meldt marktonderzoeksbureau Omdia in een blog over het evenement.

Het driedaagse evenement telde 190 strategische partners, distributeurs en technologieleiders. Volgens Omdia stond de vraag centraal hoe IT-duurzaamheid gekoppeld kan worden aan commercieel succes. Onderwerpen als circulariteit, energie-efficiëntie en verantwoord gebruik van AI werden behandeld vanuit een zakelijk perspectief.

Netwerk en allianties

Het Lenovo 360 Circle-netwerk telt volgens het bedrijf inmiddels meer dan 800 leden in 68 markten. Daaronder vallen kanaalpartijen als Computacenter, Atea en CDW, en distributeurs zoals TD Synnex en Ingram Micro. Lenovo presenteerde daarnaast een uitbreiding van zijn alliantienetwerk. Chipfabrikanten Intel en AMD traden op als sponsor, evenals Logitech en Schneider Electric. De chipfabrikanten richtten zich volgens Lenovo vooral op energie-efficiëntie en verantwoord AI-gebruik in datacenters. Schneider Electric meldt dat het zijn Resource Advisor+-software koppelt aan het Lenovo-ecosysteem, met als doel CO2-beheer en supply chain-risico’s met behulp van AI beter op elkaar aan te laten sluiten.

Financiële prikkels voor refurbished hardware

Een van de onderdelen van Lenovo’s duurzaamheidsstrategie is het Lenovo Certified Refurbished-programma voor pc’s en servers. Onderzoek van Omdia onder IT-partners wijst uit dat 64 procent verwacht dat de verkoop van refurbished hardware zal stijgen door de huidige RAM-prijzen en marktfluctuaties.

Het verkoopkanaal ondervindt volgens Omdia al langer belemmeringen bij refurbished hardware. Het aanschaffen van refurbished voorraad via fabrikanten verloopt vaak omslachtig en salesmedewerkers krijgen er doorgaans geen financiële vergoeding voor, in tegenstelling tot de verkoop van nieuwe hardware. Lenovo kondigt aan dat partners in geselecteerde EMEA-regio’s later in fiscaal jaar 2026/2027 in aanmerking komen voor rebates bij de verkoop van Lenovo Certified Refurbished-producten. Het bedrijf beoogt hiermee circulaire verkoop een vaste plek te geven binnen de verkoopcultuur van partners.

Bredere beloningsstructuur

De aangekondigde financiële prikkels beperken zich niet tot hardware. Lenovo introduceert een aanpak waarbij partners en distributeurs ook bonussen ontvangen voor de verkoop van aanvullende diensten, waaronder Asset Recovery Services, CO2 Offset, TruScale (Infrastructure-as-a-Service) en Premier Support.

Dit duurzaamheidsportfolio wordt gekoppeld aan het bestaande LEAP-programma van Lenovo, waardoor individuele salesmedewerkers direct een vergoeding krijgen voor de verkoop van deze diensten. Marktanalisten van Omdia noemen dit een van de omvangrijkere duurzaamheidsstimuleringsprogramma’s die een IT-leverancier tot nu toe heeft aangekondigd.

Initiatieven van concurrenten zoals Cisco en Dell beperkten zich volgens Omdia vaak tot recycling. Lenovo richt zijn programma op de gehele levenscyclus van IT-apparatuur, van aanschaf tot afvoer en vervanging.

De aankondiging van Lenovo sluit aan bij een bredere trend waarbij leveranciers duurzaamheid koppelen aan financiële resultaten voor het kanaal. Het is aan Lenovo en zijn partners om in de praktijk aan te tonen dat de aangekondigde rebates daadwerkelijk leiden tot meetbare verkoopresultaten.

Onderzoek van Check Point Software Technologies laat zien dat het aandeel kritieke kwetsbaarheden in organisaties het afgelopen jaar meer dan verdubbelde. Tegelijk bleek na validatie minder dan één op de twaalf waarschuwingen daadwerkelijk urgent genoeg voor onmiddellijke actie. Het bedrijf wijst op een groeiende kloof tussen detectie en daadwerkelijke opvolging van dreigingen.

Automatisering en AI-gestuurde aanvalstools stellen cybercriminelen volgens Check Point in staat om op grote schaal systemen, inloggegevens, phishinginfrastructuur en bekende kwetsbaarheden te scannen en testen. Dat gebeurt sneller dan beveiligingsteams waarschuwingen handmatig kunnen analyseren en prioriteren, meldt het bedrijf in het rapport ‘Under Pressure: The 2026 Exposure Gap Report’.

Het bedrijf spreekt van een ‘exposure gap’: de kloof tussen wat organisaties kunnen detecteren, correct kunnen prioriteren en uiteindelijk kunnen herstellen. Volgens Check Point wordt het tijdsvenster om in te grijpen kleiner, waardoor kwetsbaarheden sneller kunnen uitgroeien tot incidenten.

Belangrijkste bevindingen

Uit het onderzoek van Check Point blijkt dat kwetsbaarheden goed waren voor 42,6 procent van alle kritieke risico’s, tegenover 18,7 procent een jaar eerder. Daarmee vormen ze volgens het bedrijf in 2026 de grootste afzonderlijke categorie van kritieke risico’s.

Na validatie bleek slechts 7,8 procent van alle waarschuwingen voor kwetsbaarheden daadwerkelijk de hoogste prioriteit te verdienen, aldus het rapport. Meer dan 90 procent van de meldingen vereiste volgens Check Point geen onmiddellijke herstelactie.

Het bedrijf constateert verder dat risico’s zich concentreren in een beperkt aantal categorieën: 76 procent van alle kritieke blootstellingen kwam uit kwetsbaarheden en blootgestelde interne informatie. Het aandeel phishingwebsites binnen kritieke blootstellingen steeg van 1,0 naar 10,5 procent in één jaar, wat het volgens Check Point tot een van de snelst groeiende blootstellingsvormen maakt.

Organisaties in de onderzochte sectoren voerden gemiddeld 85,9 procent van de aanbevolen herstelmaatregelen uit. Check Point leidt hieruit af dat kwetsbaarheden op schaal aan te pakken zijn wanneer duidelijke prioriterings- en responsprocessen aanwezig zijn.

Yochai Corem, VP & General Manager Exposure Management bij Check Point Software Technologies, geeft aan dat aanvallers steeds meer kwetsbaarheden testen, bij meer organisaties en in een tempo dat securityprofessionals niet meer handmatig kunnen bijhouden. Volgens Corem maken organisaties die snel kunnen bepalen welke dreigingen echt kritiek zijn het verschil, gevolgd door het verhelpen van die dreigingen zonder verstoring van de bedrijfsvoering. Dat proces noemt hij exposure management, dat volgens hem een steeds belangrijkere graadmeter wordt voor operationele paraatheid.

Verschillen tussen sectoren

Het onderzoek toont sectorverschillen in de aard van kritieke risico’s. Bij nutsbedrijven en overheidsorganisaties vormden kwetsbaarheden de belangrijkste bron van kritieke risico’s, met respectievelijk 78,2 en 56,4 procent van alle kritieke blootstellingen. In de gezondheidszorg (63,6 procent) en de financiële sector (42,7 procent) was blootgestelde interne informatie de dominante risicocategorie, meldt Check Point.

De gezondheidszorg bleek volgens het onderzoek de moeilijkste sector om kwetsbaarheden snel te verhelpen. Ondanks een hoog percentage uitgevoerde herstelmaatregelen bedroeg de mediane hersteltijd daar 158,8 uur. Check Point wijt dit aan een combinatie van verouderde systemen, de noodzaak van permanente beschikbaarheid van klinische toepassingen en strikte wijzigingsprocedures binnen IT-systemen.

Deze verschillen onderbouwen volgens het bedrijf de noodzaak voor organisaties om hun aanpak van exposure management af te stemmen op de specifieke risico’s en operationele situatie van hun sector.

De Amerikaanse Cybersecurity and Infrastructure Security Agency heeft een kwetsbaarheid in Microsoft SharePoint Server toegevoegd aan zijn catalogus van bekende, actief misbruikte kwetsbaarheden. Aanvallers kunnen het lek gebruiken om op afstand code uit te voeren. Federale instanties krijgen een uiterst korte deadline om te patchen.

CISA heeft CVE-2026-45659 opgenomen in de Known Exploited Vulnerabilities catalog (KEV). Het gaat om een kwetsbaarheid in Microsoft SharePoint Server die verband houdt met het deserialiseren van niet-vertrouwde data, geclassificeerd onder CWE-502. Volgens CISA kan een geautoriseerde aanvaller de fout gebruiken om over het netwerk code uit te voeren.

De KEV-catalogus geldt als bron voor organisaties die kwetsbaarheden willen prioriteren binnen hun patchmanagement. CISA beheert de lijst voor netwerkbeheerders en de bredere cybersecuritygemeenschap, en beveelt aan de catalogus te gebruiken als input voor risicogebaseerde prioritering van updates.

Korte deadline

De kwetsbaarheid is toegevoegd op 1 juli 2026, met een uiterste patchdatum van 4 juli 2026. Dat betekent dat federale instanties binnen drie dagen actie moeten ondernemen. CISA schrijft dat organisaties mitigaties moeten doorvoeren volgens de instructies van Microsoft, in lijn met Binding Operational Directive 26-04 over het prioriteren van beveiligingsupdates op basis van risico. Daarnaast verwijst het agentschap naar de eigen richtlijnen voor forensisch triage-onderzoek.

Voor cloudgebaseerde diensten geldt dat organisaties de toepasselijke BOD 26-04-richtlijnen moeten volgen. Als er geen mitigatie beschikbaar is, adviseert CISA het gebruik van het product te staken. Het agentschap benadrukt dat organisaties zelf verantwoordelijk blijven voor het beoordelen van de internetblootstelling van hun assets en het naleven van de patchrichtlijnen uit BOD 26-04.

Of de kwetsbaarheid is gebruikt in ransomwarecampagnes, is volgens CISA op dit moment onbekend.

Meldingen bij nieuwe kwetsbaarheden

CISA roept organisaties en onderzoekers op om actief misbruikte kwetsbaarheden die nog niet in de catalogus staan te melden via een nominatieproces. De KEV-catalogus is beschikbaar in CSV- en JSON-formaat, met een bijbehorend JSON-schema dat op 25 juni 2024 voor het laatst is bijgewerkt. Belanghebbenden kunnen zich abonneren op updates om automatisch op de hoogte te blijven van nieuwe toevoegingen aan de lijst.

Beveiligingsonderzoekers van Mallory hebben de ransomwaregroep achter de malware ‘Anubis’ in kaart gebracht als een gestructureerd cybercrimineel netwerk. De groep maakte tussen februari 2025 en juni 2026 zeker 83 slachtoffers en maakt daarbij gebruik van het CitrixBleed 2-lek en legitieme beheersoftware. Anubis werft affiliates via ondergrondse hackersfora en socialmediakanalen.

Onderzoekers van Mallory koppelden gelekte datasites, Tor-infrastructuur, accounts op hackersfora en het terugkerende account ‘Anubis Media’ aan één gecentraliseerde organisatie. Volgens Mallory profileert de groep zich openlijk op ondergrondse communities zoals XSS, BreachForums, ReHub en RAMP, en zet het ook reguliere kanalen zoals X in om affiliates te werven en gestolen data te promoten.

Wereldwijd bereik

Anubis richt zich volgens de onderzoekers op doelwitten in de Verenigde Staten, Canada, Europa en Australië. De groep werkt volgens een Ransomware-as-a-Service model, waarbij de kernorganisatie de software ontwikkelt en de opbrengst deelt met de hackers die toegang tot netwerken verkrijgen.

Mallory meldt dat de software ondersteuning biedt voor meerdere bedrijfsomgevingen, waaronder Windows- en Linux-systemen, NAS-opslagapparaten en VMware ESXi-omgevingen. De malware beschikt volgens het onderzoek over functies voor het verhogen van beheerdersrechten, het verwijderen van back-ups (shadow copy removal) en het uitrollen van versleuteling over het netwerk.

Citrix-lek en legitieme software

Uit incidentrapportages die Mallory analyseerde, blijkt dat aan Anubis gelieerde hackers toegang tot netwerken doorgaans verkrijgen via gestolen VPN-inloggegevens of door het misbruiken van CitrixBleed 2 (CVE-2025-5777), een kwetsbaarheid in Citrix NetScaler-appliances.

Eenmaal binnen een netwerk installeren de aanvallers volgens het onderzoek bestaande software voor systeembeheer, zoals ScreenConnect, Zoho Assist, MeshAgent en UltraVNC. Omdat deze tools ook door beheerders zelf worden gebruikt, valt de aanwezigheid van de aanvallers niet direct op in logboeken. Van daaruit bewegen ze zich door het netwerk en stelen ze wachtwoorden uit browsers en centrale databases, aldus de onderzoekers.

Datadiefstal en achterdeurtjes

Voordat de ransomware wordt geactiveerd, sluizen de aanvallers volgens Mallory grote hoeveelheden bedrijfsdata weg met tools als rclone en WinSCP. Deze data wordt vervolgens gebruikt als extra drukmiddel: als een slachtoffer niet betaalt voor ontsleuteling, dreigt Anubis de gegevens te publiceren op zijn eigen leksite.

Om toegang te behouden, bouwen de aanvallers volgens het onderzoek op meerdere manieren achterdeurtjes in het netwerk, onder meer via Synology NAS-systemen en versleutelde SSH-tunnels. Hierdoor kunnen de hackers ook na het ontdekken en blokkeren van de eerste aanval vaak alsnog toegang krijgen tot het netwerk.

Nederlandse organisaties worstelen met de invoering van resilience-wetgeving zoals NIS2 en DORA, terwijl AI-gebruik binnen bedrijven toeneemt. Uit onderzoek van Veeam Software blijkt dat IT-leiders en zakelijke leiders sterk verschillen in hun beeld van AI-gebruik en de bijbehorende risico’s. Een deel van de organisaties onderneemt pas actie zodra wetgeving dit afdwingt.

Nederlandse organisaties staan voor uitdagingen bij het voldoen aan resilience-wetgeving, terwijl de NIS2-richtlijn dit kwartaal naar verwachting in nationale wetgeving wordt opgenomen. Dit blijkt uit onderzoek van Veeam Software onder 300 Nederlandse IT- en C-level beslissers. Een op de vijf organisaties is nog niet actief bezig met compliance of komt pas in actie wanneer wetgeving dit afdwingt, meldt het bedrijf.

Volgens Veeam vergroot de groeiende adoptie van AI in bedrijfsomgevingen de kloof tussen organisaties die investeren in dataresilience en organisaties die dat niet doen. Het bedrijf stelt dat organisaties die wel investeren in veerkracht zeven keer sneller herstellen van storingen, drie keer minder downtime ervaren en vier keer minder dataverlies lijden dan concurrenten die dat niet doen.

AI verhoogt complexiteit van compliance

62 procent van de Nederlandse organisaties geeft aan dat de integratie van AI-systemen en tools compliance met wetgeving zoals NIS2 en DORA complexer maakt, aldus het onderzoek. Een belangrijke oorzaak hiervoor is volgens Veeam het gebrek aan inzicht: veel organisaties weten niet welke AI-systemen en tools zij gebruiken, tot welke data deze toegang hebben, hoe deze worden verwerkt en welke beveiligingsrisico’s ze kunnen introduceren. Dit gebrek aan transparantie bemoeilijkt het waarborgen van betrouwbare, veilige en herstelbare data.

Het onderzoek signaleert daarnaast een verschil tussen IT-leiders en C-level zakelijke gebruikers. Terwijl 83 procent van de IT-leiders aangeeft dat hun organisatie AI-tools gebruikt, bevestigt slechts 56 procent van de zakelijke leiders dit. Meer dan een derde van de zakelijke leiders denkt zelfs dat hun organisatie momenteel geen AI-systemen of tools gebruikt.

Perceptie van risico’s verschilt

Ook de perceptie van risico’s verschilt tussen beide groepen, blijkt uit het onderzoek. IT-leiders noemen beïnvloeding van AI-systemen door cybercriminelen (55 procent), datalekken of verlies van intellectueel eigendom (52 procent) en insider threats (32 procent) als grootste risico’s. Zakelijke leiders schatten deze risico’s structureel lager in: 13 procent ziet volgens Veeam zelfs helemaal geen risico’s als het gaat om de impact van AI op compliance met wet- en regelgeving.

Edwin Weijdema, Field CTO EMEA bij Veeam Software, stelt dat deze bevinding een governance- en risicokloof tussen IT en management blootlegt. Volgens Weijdema wordt AI in organisaties al breed toegepast, terwijl een deel van de zakelijke leiders de bijbehorende compliance- en resilience-risico’s niet of onvoldoende herkent. Hij geeft aan dat risico’s die niet als zodanig worden gezien doorgaans geen prioriteit krijgen in beleid, budget en besluitvorming, waardoor de kans toeneemt dat AI-gebruik buiten formele kaders plaatsvindt en organisaties minder aantoonbaar in control zijn richting wetgeving zoals NIS2 en DORA.

Risico’s van onvoldoende beheersing

Zonder actieve beheersing neemt volgens Veeam het risico toe op datalekken, verlies van intellectueel eigendom en kwetsbaarheid voor manipulatie door kwaadwillenden. Ook kan de audit- en compliancepositie verzwakken, wat kan leiden tot hogere herstelkosten, langere verstoringen, reputatieschade en grotere juridische en toezichthoudende blootstelling.

Medewerkers delen data met AI-tools, terwijl steeds autonomere systemen zoals AI-agents binnen bedrijfsomgevingen zelfstandig opereren. Zonder duidelijke governance en transparantie lopen organisaties volgens het onderzoek het risico de controle te verliezen over het gebruik en de verwerking van data.

Toch is 82 procent van de Nederlandse organisaties al bezig met het ontwikkelen van AI-beleid, en 76 procent controleert actief of AI-tools worden gebruikt volgens interne richtlijnen, meldt Veeam. Beleid alleen is niet voldoende zonder inzicht in datastromen, eigendom en risico’s, stelt het bedrijf.

Organisatiebrede aanpak noodzakelijk

Het beheren van AI-gedreven complexiteit vereist volgens de onderzoekers een organisatiebrede aanpak. IT-leiders benadrukken het belang van het intern delen van concrete AI-use cases (48 procent), training voor verantwoord AI-gebruik (42 procent) en opleidingen rondom veerkracht en wetgevingsvereisten (37 procent). Zakelijke leiders zien ook de waarde van training, maar leggen daarnaast de nadruk op praktische hulpmiddelen zoals standaardtemplates voor compliance-beleid (28 procent). Opvallend is dat 12 procent van de zakelijke leiders aangeeft geen ondersteuning nodig te hebben, tegenover 4 procent van de IT-leiders.

Weijdema geeft aan dat de invoering van NIS2 al veel vraagt van organisaties op het gebied van compliance en veerkracht, en dat de opkomst van AI, met name autonome en agentgebaseerde systemen, daar een extra laag complexiteit aan toevoegt. Zonder duidelijk eigenaarschap over data en transparantie in AI-processen worden verantwoordelijkheid en compliance volgens hem lastig te waarborgen. Hij benadrukt dat organisaties eerst helder moeten definiëren wie verantwoordelijk is voor data en moeten zorgen voor verklaarbare, controleerbare AI-processen, wat volgens hem investeringen in technologie en beleid vereist, maar vooral meer inzicht en samenwerking tussen IT en de business.

Citrix vervangt zijn traditionele abonnementsmodel voor digitale werkplekken door een consumptiemodel genaamd Platform Flex. Bedrijven kopen vooraf credits in en wijzen die dynamisch toe aan verschillende typen medewerkers. Het platform draait volledig op Microsoft Azure en is per direct wereldwijd beschikbaar.

Citrix heeft Platform Flex geïntroduceerd, een nieuw licentiemodel voor digitale werkplekken. Het bedrijf stapt daarmee af van vaste abonnementsvormen en biedt in plaats daarvan een consumptiemodel aan waarbij IT-capaciteit wordt afgestemd op het type medewerker en het daadwerkelijke gebruik ervan. Volgens Citrix speelt de introductie in op de vraag van IT-directeuren naar meer flexibiliteit, ontstaan door hybride werken, multi-cloudomgevingen en beperkte IT-budgetten. Het bedrijf stelt dat organisaties bij bestaande licentiemodellen vaak betaalden voor servercapaciteit of softwarelicenties die niet volledig werden benut.

Credits per type medewerker

Het model is gebaseerd op zogeheten Flex-credits. Bedrijven kopen vooraf een centrale hoeveelheid credits en verdelen deze over verschillende groepen medewerkers, door Citrix aangeduid als persona’s. Softwareontwikkelaars krijgen volgens deze indeling meer credits toegewezen voor rekenkracht en ontwikkelomgevingen, terwijl beurshandelaren credits kunnen inzetten voor verbindingen met lage vertraging. Kantoorpersoneel kan volstaan met een basisomgeving voor toegang tot standaard SaaS-applicaties.

Citrix meldt dat het model ook geschikt is voor tijdelijke opschaling tijdens piekperiodes. Als voorbeeld noemt het bedrijf een accountantskantoor dat tijdens het belastingseizoen extra serverkracht en beveiliging kan toewijzen aan het financiële team, of een retailer die seizoensarbeiders tijdelijk digitale toegang geeft. Na afloop van de piekperiode kan de toegewezen capaciteit worden afgeschaald, waarmee het creditverbruik stopt.

Gebouwd op Microsoft Azure

Platform Flex is gebouwd op Microsoft Azure. Door deze integratie kan het systeem volgens Citrix duizenden virtuele machines binnen enkele minuten opstarten of afsluiten. Het platform maakt daarnaast gebruik van cloudfuncties van Azure die workloads monitoren, afwijkingen detecteren en IT-incidenten moeten signaleren, aldus het bedrijf.

Voor grote ondernemingen geeft Citrix aan dat het creditverbruik binnen Platform Flex meetelt voor de Azure Consumption Commitments die bedrijven al bij Microsoft hebben lopen.

Eerste toepassing: DaaS Flex

De eerste toepassing binnen het nieuwe model is Citrix DaaS Flex, een vorm van Desktop-as-a-Service. Citrix beheert hierbij de cloudinfrastructuur, terwijl klanten virtuele desktops en applicaties inrichten tegen een vast tarief per gebruiker.

Volgens Citrix wordt de nieuwe opzet momenteel getest door meerdere Fortune 500-bedrijven in de financiële sector, de gezondheidszorg en de entertainmentindustrie. Een van de eerste Europese klanten is de Salling Group, de grootste retailgroep van Denemarken met 2.100 winkels. Rasmus Poulsen, IT-servicemanager bij Salling Group, geeft aan dat de retailsector dagelijks verandert, met wisselende drukte door seizoenspieken en winkelopeningen. Volgens Poulsen maakt het platform het mogelijk kosten af te stemmen op daadwerkelijk gebruik in plaats van vooraf capaciteit in te kopen die niet altijd nodig is.

Platform Flex is per direct wereldwijd beschikbaar in meer dan tien Azure-regio’s. Citrix laat weten de komende maanden meer producten en diensten naar dit model over te zetten.

Microsoft Nederland heeft Rick Chan aangesteld als nieuwe Enterprise Partner Solutions Lead. Chan trad op 1 juli 2026 aan en neemt de functie over van Ben Rohling. Hij wordt verantwoordelijk voor de samenwerking met het Nederlandse partnernetwerk van Microsoft, dat ruim 7.000 bedrijven telt.

Microsoft Nederland heeft Rick Chan benoemd tot Enterprise Partner Solutions Lead. Chan is per 1 juli 2026 in de functie gestart en volgt Ben Rohling op. In deze rol krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het partnernetwerk van Microsoft in Nederland, dat volgens het bedrijf ruim 7.000 partners omvat.

Interne overstap

Chan is sinds 2018 in dienst bij Microsoft en bekleedde in die periode verschillende commerciële en klantgerichte managementfuncties. Hij was eerder werkzaam als Services Practice Leader en als Head of Customer Success (Account) Management, functies waarin hij zakelijke Microsoft-klanten adviseerde en ondersteunde. De afgelopen vier jaar vervulde Chan de rol van Global Account Director, waarin hij de wereldwijde strategische samenwerking met Philips onder zijn hoede had.

Rol binnen het partnerecosysteem

Microsoft is voor de verkoop, implementatie en het beheer van zijn cloud- en softwareproducten grotendeels afhankelijk van externe IT-dienstverleners en partners. Volgens Microsoft Nederland brengt Chan door zijn achtergrond een combinatie van commerciële ervaring en kennis van het Microsoft-ecosysteem mee. Het bedrijf verwacht dat dit bijdraagt aan de ondersteuning van de Nederlandse partners. Chan krijgt als taak de banden met dit netwerk verder uit te bouwen en te moderniseren.