Deze week een nieuwe Claude-lancering, het herstel van Fable 5 na een ingreep vanuit Washington, Copilot Cowork dat wereldwijd los is, de teller die richting 2 augustus tikt voor de AI Act en cijfers over hoeveel sneller cybercriminelen AI omarmen dan de verdediging bijbenen kan.

Claude Sonnet 5 gelanceerd: agentic, snel en goedkoper dan zijn voorganger

Anthropic bracht op 30 juni Claude Sonnet 5 uit en maakte het model direct de standaard voor alle Free- en Pro-gebruikers. Het model presteert op veel taken dicht tegen het duurdere topmodel Opus 4.8 aan, terwijl de introductieprijs tot en met 31 augustus onder die van de vorige Sonnet-versie ligt.

  • Scoort 63,2 procent op een agentic coding-benchmark, tegen 58,1 procent voor de vorige Sonnet-versie.
  • Ondersteunt een contextvenster van 1 miljoen tokens.
  • Beschikbaar via Anthropic zelf, maar ook via Bedrock, Vertex en Azure.
  • Anthropic noemt het model expliciet een goedkopere manier om AI-agents te draaien.

Bron: AIToolsRecap

top ^

Claude Fable 5 terug van weggeweest na ingreep Amerikaanse overheid

Claude Fable 5 is sinds 1 juli weer wereldwijd beschikbaar, na een schorsing van 19 dagen. Het Amerikaanse ministerie van Handel had het model op 12 juni offline laten halen vanwege exportcontroles en trok die maatregel op 30 juni weer in. Voor gebruikers en partners is dit vooral een les over hoe kwetsbaar toegang tot de nieuwste AI-modellen kan zijn zodra overheden zich ermee bemoeien.

  • Anthropic herstelde de toegang op 1 juli, over Claude.ai, Claude Platform, Claude Code en Claude Cowork.
  • Amazon, Google en Microsoft volgen op een rollend schema.
  • Eigen tests van Anthropic wezen uit dat ook Opus 4.8, GPT-5.5 en Kimi K2.7 dezelfde exploit konden reproduceren: Fable 5 had geen uniek offensief vermogen.
  • Anthropic werkt nu met Amazon, Microsoft en Google aan een gezamenlijk raamwerk om jailbreak-risico’s te scoren, en pleit ervoor dat dit voor alle grote AI-labs gaat gelden.

Bron: Build Fast with AI

top ^

Microsoft Copilot Cowork wereldwijd beschikbaar: de digitale collega gaat los

Sinds 16 juni is Copilot Cowork algemeen beschikbaar. Waar de gewone Copilot een concept aanlevert, pakt Cowork een hele klus zelfstandig op en levert een afgerond resultaat. Voor MSP’s die klanten op Microsoft 365 hebben zitten, is dit een concrete volgende stap richting agentic AI in de dagelijkse praktijk.

  • Vereist een Microsoft 365 Copilot-licentie, Cowork zelf wordt apart afgerekend via Copilot Credits.
  • Beheerders zetten Cowork per organisatie aan en stellen uitgavenlimieten in.
  • Cowork kiest zelf het passende AI-model, waaronder GPT-5.5 Thinking en Anthropic-modellen.
  • Plugins van onder meer monday.com en Miro koppelen bestaande bedrijfssystemen direct aan de agent.

Bron: Microsoft Community Hub

top ^

AI Act: de transparantieverplichting wordt op 2 augustus handhaafbaar

De strengste verplichtingen voor hoogrisico AI zijn dankzij het politieke akkoord van 7 mei uitgesteld naar december 2027. Maar de transparantieregels uit artikel 50 schuiven niet mee: die worden op 2 augustus 2026 gewoon handhaafbaar, voor elke organisatie die een chatbot of AI-gegenereerde content op de website heeft staan.

  • Bezoekers moeten direct zien dat ze met een AI-systeem communiceren, bijvoorbeeld via een disclaimer bij de chatbot.
  • Content die grotendeels door AI is gemaakt, tekst, beeld of video, moet als zodanig gelabeld worden.
  • Ook het MKB valt eronder: wie AI inzet via een externe API of SaaS-tool is downstream-gebruiker.
  • Markering van bestaande AI-content moet uiterlijk 2 december 2026 op orde zijn.

Bron: Het Laatste AI Nieuws

top ^

Agentic AI drijft explosieve groei van geautomatiseerde cyberaanvallen

Onderzoek van dreigingsinformatiebureau Flashpoint laat zien dat criminelen agentic AI, systemen die zelfstandig meerstapsaanvallen plannen en uitvoeren, massaal omarmen. De online handel in AI-gedreven aanvalstools is fors gegroeid, en dat verlaagt de technische drempel voor kwaadwillenden aanzienlijk.

  • De online chatter over AI-gedreven aanvalstools nam met 1.500 procent toe.
  • Agentic AI kan zelfstandig kwetsbaarheden scannen, phishingmails opstellen en data exfiltreren.
  • Polymorfe malware past zijn eigen code continu aan, wat detectie lastiger maakt.
  • De Five Eyes-inlichtingendiensten waarschuwden op 22 juni dat de dreiging niet over jaren, maar over maanden werkelijkheid wordt.

Bron: MSP2Day

top ^

Google Cloud’s lijst met praktijkvoorbeelden groeit van 101 naar 1.302 in twee jaar

Google Cloud houdt al twee jaar een overzicht bij van generatieve AI-toepassingen bij bedrijven wereldwijd. Wat begon als een lijst van 101 voorbeelden telt inmiddels 1.302 concrete cases, met 301 nieuwe toevoegingen in deze editie. Een handige inspiratiebron als je klanten wilt laten zien wat vergelijkbare bedrijven al met AI doen.

  • De lijst is ingedeeld naar 11 sectoren en zes type agents: Customer, Employee, Creative, Code, Data en Security.
  • Rogo, een AI-platform voor Wall Street, bracht met Gemini 2.5 Flash het hallucinatiepercentage terug van 34,1 naar 3,9 procent.
  • DBS verkortte de afhandeltijd van klantgesprekken met 20 procent dankzij een Customer Engagement Suite.
  • De rode draad: bedrijven bewegen van AI als los hulpmiddel naar agentic workflows die hele taken overnemen.

Bron: Google Cloud

top ^

Dat was de AI Update van week 27. Genoeg stof om mee te nemen naar de zomer: een goedkoper Sonnet-model, een AI-model dat na een overheidsingreep weer terug is, een agent die hele klussen overneemt, een compliance-deadline die dichterbij komt, een dreigingslandschap dat niet stilzit en meer dan duizend voorbeelden om klanten mee te inspireren.

De AI Update is samengesteld door Marcel Debets. Tips? Mail de redactie op mspb@dutchit.com.

Slechts 15 procent van de Nederlandse zorgorganisaties heeft een uitgewerkt beleid voor AI-gebruik en de bijbehorende dataverzameling. Dat blijkt uit onderzoek van Markteffect in opdracht van IT-dienstverlener SureSync. Twee derde van de zorgprofessionals onder de 35 jaar zet AI al in, terwijl niet alle medewerkers weten hoe dit veilig moet gebeuren.

Markteffect voerde het onderzoek uit in opdracht van SureSync, IT-dienstverlener gespecialiseerd in gegevensuitwisseling. Aan het onderzoek namen 212 professionals deel die binnen zorgorganisaties betrokken zijn bij IT, data, finance, compliance en legal. Volgens SureSync toont het onderzoek dat AI-beleid bij het merendeel van de organisaties nog ontbreekt, terwijl het gebruik van AI in de praktijk al breed is.

Beleid loopt achter op praktijk

Bij 45 procent van de organisaties is beleid voor AI-gebruik momenteel in ontwikkeling, meldt SureSync. Dat weerhoudt organisaties er niet van AI al in te zetten of toepassingen voor te bereiden. Volgens het onderzoek wordt AI het vaakst gebruikt binnen administratieve processen (69 procent) en planning (63 procent). Daarna volgen patiëntmonitoring (52 procent), persoonlijke behandelplannen (51 procent) en diagnostiek (50 procent). SureSync concludeert dat AI hiermee onderdeel is geworden van meerdere fases binnen het zorgproces, van administratie tot medische besluitvorming.

Intentie loopt voor op uitvoering

Uit het onderzoek blijkt dat 81 procent van de zorgprofessionals vindt dat AI binnen de eigen organisatie pas ingezet zou moeten worden als volledig zeker is dat data veilig en verantwoord wordt gebruikt. Die zekerheid ontbreekt volgens het onderzoek vaak in de praktijk. Bijna de helft van de respondenten (49 procent) geeft aan dat hun organisatie soms AI inzet zonder dat alle medewerkers weten hoe dit veilig kan gebeuren.

Het onderzoek laat daarbij een generatieverschil zien. Onder zorgprofessionals jonger dan 35 jaar herkent 66 procent dit knelpunt binnen de eigen organisatie, tegenover 39 procent van de professionals boven de 55 jaar.

Reactie SureSync

Sander Odijk, managing director bij SureSync, stelt dat de cijfers laten zien dat de zorgsector stappen zet richting AI, terwijl de interne voorbereiding nog niet overal op orde is. Odijk wijst erop dat AI wordt toegepast bij diagnostiek, risicosignalering en behandelplannen, waarbij fouten volgens hem directe gevolgen kunnen hebben voor patiënten. Volgens Odijk is het zorgelijk dat bijna de helft van de zorgprofessionals aangeeft dat AI soms wordt gebruikt zonder dat alle medewerkers weten hoe dit veilig moet, zeker omdat de intentie om zorgvuldig te werken breed aanwezig is. Odijk stelt dat het dichten van de kloof tussen intentie en uitvoering vraagt om een structurele aanpak, met heldere kaders, belegd eigenaarschap en doorlopende kennisborging op de werkvloer.

Nieuw onderzoek van cloudsecuritybedrijf Wiz laat zien dat AI inmiddels in vrijwel elke laag van de cloudstack aanwezig is. Organisaties gebruiken AI steeds vaker indirect, via software van derden, agentframeworks en MCP-servers, waardoor centraal overzicht over het daadwerkelijke gebruik afneemt. Het State of AI in the Cloud 2026-rapport brengt deze versnippering in kaart.

Cloudsecuritybedrijf Wiz heeft onderzoek gepubliceerd onder de titel State of AI in the Cloud 2026, waarin het gebruik van AI binnen cloudomgevingen in kaart wordt gebracht. Volgens Wiz gebruikt 81 procent van de organisaties inmiddels managed AI-services en draait 90 procent self-hosted AI-software. Het bedrijf stelt dat AI zich in korte tijd heeft ontwikkeld tot een vast onderdeel van cloudinfrastructuur, waarbij overzicht over het daadwerkelijke gebruik afneemt.

AI onderdeel van cloudinfrastructuur

Uit het onderzoek blijkt dat AI aanwezig is in vrijwel elke laag van de cloudstack en niet langer een losse toepassing vormt, maar is ingebed in cloudomgevingen, ontwikkelworkflows en automatiseringstools. Van de organisaties gebruikt 63 procent self-hosted AI-modellen. Binnen deze groep gebruikt 68 procent die modellen deels via software van derden, en 18 procent volledig via indirecte AI-componenten. Wiz geeft aan dat organisaties door de integratie van AI in cloudsoftware en ontwikkeltools steeds vaker functionaliteit overnemen via leveranciers en integraties, waardoor de focus voor beveiliging verschuift van wat organisaties zelf implementeren naar wat er binnen het bredere applicatie-ecosysteem actief is.

AI-assisted development standaard geworden

Volgens het onderzoek gebruikt minstens 80 procent van de organisaties AI IDE-extensies en heeft 71 procent één of meerdere AI coding assistants actief binnen de ontwikkelomgeving. Wiz meldt dat de adoptie van deze tools vaak versnipperd en bottom-up verloopt, doordat ontwikkelaars zelf tooling toevoegen buiten centrale governanceprocessen om. Dit leidt volgens het bedrijf tot vormen van shadow AI binnen ontwikkelomgevingen, wat de complexiteit voor securityteams vergroot. Zij moeten rekening houden met meerdere AI-systemen die codegeneratie beïnvloeden, vaak zonder uniform beleid, reviewprocessen of telemetrie.

Het onderzoek wijst ook op risico’s rond AI-gegenereerde code. Van de organisaties die AI-powered vibe-coding platforms gebruiken, kreeg ongeveer één op de vijf te maken met applicaties met structurele beveiligingsproblemen. Wiz stelt dat het risico niet zit in het bestaan van programmeerassistenten zelf, maar in de mogelijkheid dat onveilige patronen even snel worden opgeschaald als de productiviteit.

Adoptie van AI-agents gefragmenteerd

Organisaties zetten volgens Wiz steeds vaker agents en Model Context Protocol (MCP)-servers in om AI-interacties met systemen en data te orkestreren. Dit markeert volgens het bedrijf een verschuiving van AI die mensen ondersteunt naar AI die autonoom handelt binnen verschillende omgevingen. Wiz Research meldt dat minstens 57 procent van de organisaties ten minste één zelfgehoste AI-agenttechnologie heeft geïmplementeerd, een categorie die een jaar eerder nog grotendeels afwezig was. Agentframeworks worden volgens het onderzoek vooral gebruikt om ontwikkeltaken te automatiseren, AI-systemen te koppelen aan externe tools en workflows te orkestreren die meerdere services omvatten.

De adoptie van agents blijkt sterk gefragmenteerd. Wiz Research signaleert een breed scala aan agentframeworks en implementaties, zonder dat één framework dominant is geworden. Volgens het bedrijf onderzoeken organisaties uiteenlopende benaderingen voor agentontwerp, tooling en integratie, in plaats van toe te werken naar een gemeenschappelijke standaard. MCP-servers laten een vergelijkbaar adoptietempo zien: deze zijn volgens Wiz inmiddels aanwezig in 80 procent van de onderzochte cloudomgevingen. Binnen die groep heeft 5 procent minstens één MCP-server die via internet toegankelijk is, wat volgens het bedrijf wijst op een vroeg maar tastbaar risico nu orchestratie-infrastructuur in productieomgevingen wordt ingezet.

Niek Khasuntsev, Customer Engineer bij Wiz, stelt dat AI al is ingebed in ontwikkelworkflows, orchestratielagen en productie-infrastructuur, en dat de uitdaging voor securityverantwoordelijken zit in het behouden van inzicht in en controle over hoe AI wordt gebruikt en hoe het cloudomgevingen verandert. Volgens Khasuntsev behandelen organisaties die hierin slagen AI-beveiliging als uitbreiding van cloudbeveiliging in plaats van als aparte discipline, waarbij zicht op waar AI draait, hoe het verbinding maakt met data, identiteiten en automatisering, en hoe die verbindingen kunnen worden misbruikt, essentieel is voor het beheersen van cloudrisico’s.

Jamf brengt Beacon by Jamf Threat Labs uit, een aanvullende dienst voor threat hunting binnen macOS-omgevingen. De dienst combineert apparaattelemetrie met onderzoek door het eigen Threat Labs-team van Jamf, gericht op detectie van aanvallen die specifiek Apple-apparaten treffen. Beacon is beschikbaar voor klanten van Jamf for Mac en Jamf for Mac Hi-Ed via een aanvullende professional services-overeenkomst.

Jamf brengt met Beacon by Jamf Threat Labs een nieuwe dienst uit voor het opsporen van dreigingen binnen macOS-omgevingen. De dienst is bedoeld als aanvulling op bestaande Jamf-abonnementen en richt zich op de detectie en analyse van aanvallen die gericht zijn op Apple-apparaten binnen organisaties.

Volgens Jamf groeit het gebruik van Mac-apparaten binnen bedrijven, waardoor macOS-omgevingen vaker doelwit worden van cybercriminelen. Het bedrijf stelt dat veel securityteams niet beschikken over gespecialiseerde middelen om dreigingen gericht op macOS te monitoren en te onderzoeken. Beacon moet dat gat opvullen door onderzoekers van Jamf Threat Labs te koppelen aan de omgevingen van klanten voor threat hunting, onderzoek en rapportage.

Jaron Bradley, Director of Threat Labs bij Jamf, geeft aan dat de adoptie van Macs binnen bedrijven de afgelopen jaren is toegenomen en dat cybercriminelen daarop inspelen. Volgens Bradley biedt Beacon klanten detectie van dreigingen gericht op Apple-apparaten, waarmee securityteams meer inzicht krijgen in activiteiten binnen hun Mac-omgevingen.

Drie onderdelen

Beacon by Jamf Threat Labs bestaat volgens het bedrijf uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel betreft toegang tot macOS-specialisten met kennis van de securityframeworks van Apple, aanvalstechnieken en macOS-specifieke aanvalsvectoren. In combinatie met Jamf-telemetrie moet dit resulteren in detectie en rapportage die is afgestemd op Apple-omgevingen.

Het tweede onderdeel maakt gebruik van Mac-telemetrie die is gebaseerd op de Endpoint Security API van Apple. Jamf stelt dat deze telemetrie inzicht biedt in aanvalstechnieken, afwijkende activiteiten en verdacht gedrag binnen Mac-omgevingen. Securityteams ontvangen volgens het bedrijf geprioriteerde onderzoeken en rapportages die moeten bijdragen aan snellere respons op dreigingen voor macOS-apparaten.

Het derde onderdeel omvat onderzoeksrapporten met aanbevelingen voor herstelmaatregelen bij gevonden dreigingen. Jamf benadrukt dat interne IT- en securityteams verantwoordelijk blijven voor beslissingen over inperking en beleid. Beacon levert volgens het bedrijf advies, geen uitvoerende bevoegdheden.

Beschikbaarheid

Beacon is beschikbaar als aanvullende dienst voor klanten van Jamf for Mac en Jamf for Mac Hi-Ed, via een professional services-overeenkomst. Meer informatie over de dienst is te vinden op de website van Jamf.

Jamf levert beheer- en securityoplossingen voor Apple-apparaten binnen organisaties. Volgens eigen opgave ondersteunt het bedrijf meer dan 78.000 organisaties in 100 landen bij het beheren en beveiligen van meer dan 35 miljoen apparaten.

Onderzoekers van Proofpoint hebben een nieuwe Chinees sprekende dreigingsactor in kaart gebracht die zij TA4922 noemen. De groep combineert malwareverspreiding, phishing en fraude, en breidt zijn activiteiten sinds begin 2026 uit van Oost-Azië naar Europa en Afrika. Volgens Proofpoint wijst code binnen de malware op het gebruik van taalmodellen bij de ontwikkeling ervan.

Het Chinese cybercriminele ecosysteem is de afgelopen jaren gegroeid vanuit malware die oorspronkelijk werd ingezet door Chinese spionageactoren, waaronder Gh0stRAT en gerelateerde payloads. Naarmate Chinees sprekende cybercriminelen hun vaardigheden op het gebied van malwareontwikkeling en social engineering uitbreiden, ontstaan nieuwe clusters van actoren. Proofpoint heeft onderzoek gedaan naar een van die clusters, aangeduid als TA4922, dat zich in eerste instantie voornamelijk richtte op Oost-Azië.

Diverse werkwijze

TA4922 onderscheidt zich volgens Proofpoint door de variatie aan lokmiddelen, doelwitten en doelstellingen. De actor verspreidt malware, zet phishing in om inloggegevens te bemachtigen en pleegt fraude, waaronder creditcarddiefstal. De activiteiten vertonen overlap in tools, infrastructuur en social engineering met clusters die door andere onderzoekers Silver Fox of Void Arachne worden genoemd. Proofpoint volgt TA4922 desondanks als apart dreigingscluster, omdat de campagnes niet volledig overeenkomen met die groepen en volgens het bedrijf meer aansluiten bij financieel gemotiveerde cybercriminaliteit dan bij spionage.

Proofpoint volgt kwaadaardige e-mailcampagnes die aan TA4922 worden toegeschreven sinds het voorjaar van 2025. De actor richt zich op het verkrijgen van toegang op afstand tot systemen van slachtoffers, met als doel gegevensdiefstal, fraude, doorverkoop van toegangsrechten of het behouden van permanente toegang.

Snelle ontwikkeling van malware

In maart en april 2026 registreerde Proofpoint een sterke toename in het operationele tempo van TA4922. De actor zette in deze periode voornamelijk lokmiddelen in rond personeelszaken en zakelijke thema’s, met credential phishing, fraude en malware zoals de nieuw geïdentificeerde Atlas RAT. Daarnaast werden nieuwe loaderfamilies waargenomen die Proofpoint RomulusLoader en SilentRunLoader noemt. RomulusLoader wordt gebruikt om aanvullende tools te installeren, waaronder legitieme RMM-software zoals AnyDesk en SyncFuture.

Proofpoint trof in de malwarecode een vergeten placeholder aan met de tekst ‘your_secret_key_here’. Volgens het bedrijf wijst dit erop dat TA4922 gebruikmaakt van taalmodellen om in korte tijd nieuwe malwarevarianten te schrijven.

Uitbreiding naar Europa

TA4922 richtte zich aanvankelijk op Oost-Azië, maar heeft zijn werkterrein volgens Proofpoint uitgebreid naar diverse Europese landen, met name in 2026. Sinds begin dat jaar is Europa de tweede meest aangevallen regio in de dreigingsdata van het bedrijf. Proofpoint meldt dat TA4922 momenteel meer unieke campagnes uitvoert dan enige andere cybercriminele actor die het volgt. De lokmiddelen worden per regio aangepast en hebben vaak betrekking op hr, salarisadministratie, belastingen en facturering. Volgens Proofpoint zet de actor zelden per ongeluk verkeerde lokmiddelen in, bijvoorbeeld Italiaanstalige content gericht op Japanse doelwitten, wat wijst op een gestructureerde werkwijze.

Mogelijkheden voor surveillance

Naast credential-diefstal en fraude bevat de malware van TA4922 keylogging en de mogelijkheid om webcam- en microfoonopnames te maken. Proofpoint stelt dat dit de malware ook bruikbaar maakt voor surveillance, hetzij door de groep zelf, hetzij via doorverkoop aan statelijke actoren. Het bedrijf wijst er verder op dat TA4922 kwaadaardige activiteiten combineert met legitieme tools, vertrouwde software en cloudhostingdiensten, wat detectie en verdediging bemoeilijkt.

KPN brengt na de zomer een AI-uitbreiding uit op zijn mobiele abonnement voor MKB-bedrijven. Het bedrijf beoogt hiermee ondernemers te ondersteunen bij het verwerken van inkomende gesprekken en berichten. De aankondiging volgt op onderzoek van Motivaction in opdracht van KPN, waaruit blijkt dat een meerderheid van MKB’ers stress ervaart door verwachtingen rond bereikbaarheid.

Uit het onderzoek blijkt dat 61 procent van de MKB’ers de verwachting van klanten om direct geholpen te worden als bron van werkstress ervaart. Meer dan de helft (54 procent) voelt druk om altijd bereikbaar te zijn, en 53 procent geeft aan dat telefonische bereikbaarheid ten koste gaat van de concentratie van medewerkers. Het onderzoek is uitgevoerd door Motivaction in opdracht van KPN, onder 819 MKB-beslissers en -beïnvloeders op het gebied van AI en data, werkzaam bij bedrijven met 2 tot 150 medewerkers.

Klanttevredenheid als drijfveer

De druk om bereikbaar te zijn hangt volgens het onderzoek samen met het belang dat MKB’ers hechten aan klanttevredenheid: 69 procent noemt het verhogen daarvan een belangrijke zakelijke uitdaging. Thomas Tolsma, verantwoordelijk voor het MKB bij KPN, stelt dat bereikbaarheid voor veel ondernemers geen keuze is, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het werk. Volgens Tolsma kost klantcontact in de praktijk veel tijd en leidt het tot onderbrekingen, wat vooral bij kleinere bedrijven waar medewerkers meerdere rollen combineren ten koste gaat van focus en overzicht. Tolsma geeft aan dat veel MKB’ers zoeken naar manieren om klantcontact te organiseren zonder extra systemen of complexiteit, en dat AI-toepassingen daarbij een rol kunnen spelen als ze aansluiten op het dagelijkse werk.

AI nog niet structureel ingezet

MKB’ers zien volgens het onderzoek kansen voor AI om bereikbaarheid en klantcontact te organiseren: 60 procent denkt dat AI bedrijven in staat stelt om 24/7 bereikbaar te zijn zonder extra personeel, en 66 procent verwacht dat AI een deel van het klantcontact kan overnemen. Toch gebruikt 82 procent van de MKB’ers AI nog niet gestructureerd of strategisch, en 51 procent zet AI niet of alleen ad hoc en individueel in binnen de organisatie.

AI-uitbreiding op mobiel abonnement

KPN introduceert na de zomer een AI-uitbreiding op het mobiele abonnement voor MKB-bedrijven. Volgens het bedrijf helpt de functie bij het verwerken en opvolgen van inkomende gesprekken en berichten: gesprekken worden samengevat, voicemails omgezet naar tekst en er wordt aangegeven welke klant als eerste aandacht vraagt. Nieuwe klanten kunnen kiezen voor een abonnement met of zonder deze AI-functionaliteit. Bestaande klanten kunnen de functie toevoegen zonder over te stappen of van nummer te wisselen.

LANCOM Systems en Rohde & Schwarz Cybersecurity zijn per 1 juli 2026 samengegaan onder de naam Rohde & Schwarz Networks and Cybersecurity. De nieuwe organisatie telt ongeveer 550 medewerkers en richt zich op vier marktsegmenten. Voor het partnerkanaal betekent de fusie één programma in plaats van twee losse trajecten.

LANCOM Systems en Rohde & Schwarz Cybersecurity, beide dochterondernemingen van familieconcern Rohde & Schwarz, zijn per 1 juli 2026 gefuseerd tot Rohde & Schwarz Networks and Cybersecurity. Volgens Robert Mallinson, co-managing director van de nieuwe combinatie, is de fusie niet ingegeven door kostenbesparing maar door een geleidelijke inhoudelijke toenadering tussen beide organisaties. Klanten vroegen de afgelopen jaren steeds vaker om een combinatie van netwerk- en securitytechnologie, wat volgens Mallinson leidde tot een verschuiving van losse projecten naar structurele samenwerking tussen sales-, marketing- en R&D-teams.

Mallinson geeft aan dat de integratie bewust niet overhaast is doorgevoerd. Het samenbrengen van systemen, data en processen vroeg volgens hem om een zorgvuldige aanpak, waarbij een extern adviesbureau werd ingeschakeld om de organisatorische gevolgen in kaart te brengen. Ook de samenvoeging van beide partnerprogramma’s is volgens hem stap voor stap voorbereid.

Vier marktsegmenten

De nieuwe organisatie telt ongeveer 550 medewerkers. Mallinson meldt dat LANCOM in zijn laatste jaar als zelfstandige eenheid een omzet van meer dan 100 miljoen euro realiseerde. In plaats van een productgerichte indeling werkt Rohde & Schwarz Networks and Cybersecurity voortaan met vier domeinen: Corporate Network Solutions, Public Network Solutions, defensie en kritieke infrastructuur.

Volgens Mallinson bestaan er vooral in de publieke sector synergieën tussen de voormalige zusterbedrijven, doordat beide organisaties daar al gezamenlijke klanten en vergelijkbare vraagstukken hadden. Binnen defensie kan de organisatie zowel zelfstandig opereren als nauwer samenwerken met het bredere Rohde & Schwarz-concern voor oplossingen rond communicatie, netwerken en cybersecurity. Bij kritieke infrastructuur ligt de nadruk op OT-omgevingen zoals energievoorzieningen en waterzuivering, in samenwerking met gespecialiseerde technologiepartners.

Eén partnerprogramma

Voor het kanaal vormt de fusie een zichtbare verandering. LANCOM werkte al volledig via partners, terwijl Rohde & Schwarz Cybersecurity naast partners ook rechtstreeks klanten bediende. De nieuwe organisatie kiest voor een kanaalstrategie waarin partners een rol blijven spelen. Partners die eerder met beide bedrijven zaken deden, krijgen voortaan te maken met één organisatie, één partnerprogramma en één aanpak.

Mallinson noemt de vermindering van contactpersonen als concreet voordeel voor partners. Daarnaast wordt een gezamenlijk trainings- en certificeringsprogramma uitgerold, waarbij de nadruk verschuift van omzetvolume naar aantoonbare expertise. Partners krijgen daarmee ook de mogelijkheid een breder portfolio aan te bieden, waarin netwerkoplossingen van LANCOM worden gecombineerd met cybersecurityoplossingen van Rohde & Schwarz Cybersecurity.

Beperkte naamsbekendheid

Voor de Nederlandse markt betekent de fusie dat de activiteiten van Rohde & Schwarz Cybersecurity zichtbaarder worden naast het al bekende LANCOM-portfolio. Mallinson wijst erop dat Rohde & Schwarz Cybersecurity onder meer beveiligde werkstations levert voor het verwerken van geclassificeerde informatie, met versleutelde harddrives en aparte VPN-verbindingen. Dat soort contracten krijgt volgens hem weinig media-aandacht, waardoor het bedrijf publiekelijk minder bekend is dan LANCOM. Niet elke partner zal volgens Mallinson het volledige portfolio gaan voeren, omdat aanbestedingen voor beveiligde werkstations specifieke expertise en schaal vereisen.

Bredere ambities

Als onderdeel van het bredere Rohde & Schwarz-concern kan de organisatie volgens Mallinson ook oplossingen leveren waarin meerdere technologische disciplines samenkomen, zoals beveiligingsscanners, draadloze netwerken en communicatie tussen vliegtuig en verkeerstoren op luchthavens. De komende jaren richt het bedrijf zich op verdere integratie van het portfolio, uitbreiding van het partnerecosysteem en groei in de segmenten publieke organisaties, kritieke infrastructuur en defensie. Mallinson noemt de ambitie om de omzet samen met partners binnen vier tot vijf jaar te verdubbelen.

Mallinson plaatst de fusie in de bredere context van Europese discussies over digitale soevereiniteit. Als voorbeeld noemt hij het tijdelijke Amerikaanse verbod uit juni 2026 op gebruik van het Mythos-model van Anthropic buiten de Verenigde Staten, wat volgens hem de afhankelijkheid van niet-Europese partijen benadrukt.

Anthropic heeft de toegang tot Claude Fable 5 en Claude Mythos 5 hersteld, nadat de Amerikaanse overheid op 12 juni exportcontroles op beide modellen instelde. Omdat het bedrijf geen betrouwbare manier had om nationaliteit in real time te verifiëren, sloot Anthropic de toegang voor alle gebruikers wereldwijd af.

Vanaf 1 juli is Fable 5 weer wereldwijd beschikbaar via Claude Platform, Claude.ai, Claude Code en Claude Cowork. Voor Pro-, Max-, Team- en een deel van de Enterprise-abonnementen valt het model tot 7 juli binnen 50 procent van het wekelijkse gebruikslimiet, daarna loopt gebruik via usage credits. Toegang via AWS, Google Cloud en Microsoft Foundry volgt op korte termijn.

Mythos 5 is inmiddels weer beschikbaar voor een selecte groep Amerikaanse organisaties binnen Project Glasswing, na goedkeuring door de overheid op 26 juni.

Aanleiding

De exportcontrole volgde op een rapport van Amazon-onderzoekers, die een manier vonden om de veiligheidsmaatregelen van Fable 5 te omzeilen bij het identificeren van softwarekwetsbaarheden. Anthropic laat weten dat ook minder krachtige modellen zoals Opus 4.8, GPT-5.5 en Kimi K2.7 dezelfde kwetsbaarheden konden vinden, en dat de gevonden methode geen unieke Mythos-niveau capaciteiten blootlegde.

Het bedrijf trainde een nieuwe classifier die de gerapporteerde methode in meer dan 99 procent van de gevallen blokkeert. Onderzoekers van het Amerikaanse Center for AI Standards and Innovation (CAISI) hebben zowel de oude als de nieuwe maatregelen getest en bestempelen ze als extreem sterk.

Branchestandaard voor jailbreaks

Samen met Amazon, Microsoft, Google en andere Glasswing-partners werkt Anthropic aan een gedeeld beoordelingskader voor de ernst van AI-jailbreaks, gebaseerd op vier criteria: capability gain, breedte van de capability gain, gemak van bewapening en vindbaarheid. Ook komt er een HackerOne-programma waar onderzoekers cyberjailbreaks in Fable 5 kunnen melden.

Daarnaast breidt Anthropic de samenwerking met de Amerikaanse overheid uit, met vroegtijdige toegang voor testen, snellere informatiedeling bij misbruik en gezamenlijk onderzoek naar AI-beveiliging.

Lenovo breidt zijn Security Services-portfolio uit met een managed endpoint-resiliencedienst genaamd Lenovo Security Services with Absolute. Volgens onderzoek van Lenovo geeft 90 procent van de IT-leiders aan onvoldoende voorbereid te zijn op AI-gedreven cyberaanvallen, mede door versnipperde verantwoordelijkheid binnen securityoperaties. Het bedrijf brengt apparaten, beveiligingstechnologie, expertdiensten en marktallianties samen onder één operationeel model.

Uit onderzoek van Lenovo blijkt dat 90 procent van de IT-leiders tekortkomingen erkent op het gebied van cybersecurity en aangeeft onvoldoende toegerust te zijn tegen dreigingen die met AI worden ontwikkeld. Volgens Lenovo blijven investeringen in beveiliging toenemen, maar kampen veel organisaties met versnipperde verantwoordelijkheid binnen security operations. Interne teams, externe dienstverleners, apparaten en beveiligingsplatforms opereren volgens het bedrijf vaak los van elkaar, wat de coördinatie bij incidenten, het herstelproces en het waarborgen van bedrijfscontinuïteit bemoeilijkt.

Eén operationeel model

Lenovo breidt zijn wereldwijde Security Services-portfolio uit met endpoint resilience- en managed security-diensten. Het bedrijf beoogt hiermee één aanspreekpunt te bieden gedurende de volledige levenscyclus van endpoints. Door apparaten, beveiligingstechnologieën, expertdiensten en marktallianties onder te brengen in één operationeel model, verwacht Lenovo dat organisaties de beveiligingscomplexiteit kunnen verminderen, systeemuitval kunnen beperken en herstelkosten kunnen verlagen. Het bedrijf noemt reductiepercentages tot 50 procent voor complexiteit en tot 40 procent voor herstelkosten, gebaseerd op eigen cijfers.

Rakshit Ghura, Vice President en General Manager Digital Workplace Solutions bij Lenovo, stelt dat securityleiders volgens hem niet zozeer behoefte hebben aan extra tools, maar aan zekerheid dat mensen, apparaten en data beschermd zijn en aan duidelijke verantwoordelijkheid wanneer zich een incident voordoet. Ghura geeft aan dat organisaties vaak vastlopen doordat verantwoordelijkheid verspreid is over meerdere leveranciers, platforms en supportteams. Door vertrouwde apparaten, beveiligingstechnologie, beheerde diensten en marktallianties samen te brengen in één model, wil Lenovo klanten helpen de complexiteit te verminderen en de weerbaarheid te vergroten.

Lenovo Security Services combineert volgens het bedrijf hardware-vertrouwen, meerlaagse bescherming en door AI ondersteunde operaties binnen één raamwerk, met als doel organisaties te ondersteunen bij het waarborgen van bedrijfscontinuiteit en het beperken van operationele verstoringen.

Managed endpoint resilience op schaal

Als onderdeel van de portfolio-uitbreiding introduceert Lenovo de dienst Lenovo Security Services with Absolute. Dit is een beheerde dienst die organisaties moet helpen beveiligingscontroles te behouden in hybride en gedistribueerde werkomgevingen, zonder dat dit extra druk legt op interne IT-teams, aldus het bedrijf. Volgens Lenovo herstellen essentiële beveiligingsfuncties zich automatisch wanneer deze worden verstoord, waardoor minder handmatige interventie nodig is en endpoints beter beschermd blijven.

De dienst wordt ondersteund door het wereldwijde Security Operations Center van Lenovo, dat volgens het bedrijf 24 uur per dag, 7 dagen per week actief is. Beveiligingsspecialisten monitoren er systemen en ondersteunen organisaties bij het opsporen van en reageren op nieuwe dreigingen.

AI-tools worden op grote schaal gebruikt binnen organisaties, maar de opbrengst blijft achter bij de verwachtingen. Dat blijkt uit onderzoek van Info Support onder 400 IT-beslissers. Werknemers nemen zelf het initiatief tot AI-gebruik, terwijl sturing vanuit het management vaak ontbreekt.

Uit het AI-onderzoek 2026 van Info Support blijkt dat AI inmiddels een vaste plek heeft in het dagelijks werk van veel organisaties. Volgens het onderzoek gebruikt 92 procent van de respondenten AI dagelijks voor werkgerelateerde taken. In 44 procent van de organisaties zetten medewerkers zelfstandig tools als ChatGPT of Copilot in, bijvoorbeeld voor het schrijven van teksten, samenvatten of brainstormen.

Ondanks deze verspreiding geeft slechts 23 procent van de respondenten aan dat AI daadwerkelijk is verwerkt in standaardtools of workflows, bijvoorbeeld via automatisering of integraties. Het gebruik blijft daarmee vooral individueel bepaald in plaats van organisatorisch ingericht.

Potentie blijft onbenut

Info Support meldt dat 58 procent van de ondervraagde IT-beslissers meer potentie ziet in AI dan momenteel wordt benut. Daarnaast geeft 44 procent aan dat AI vooral wordt ingezet waar een tool op dat moment beschikbaar is, niet noodzakelijk waar de meeste waarde te behalen valt.

Volgens het onderzoek ligt het knelpunt niet bij een gebrek aan ideeën, maar bij het ontbreken van duidelijke richting. Ruim vier op de tien respondenten, 45 procent, geeft aan dat het vooral ontbreekt aan keuzes en focus binnen de organisatie.

Sturing vanuit management ontbreekt

Het onderzoek laat zien dat slechts 21 procent van de organisaties een AI-strategie heeft waarbij het management duidelijke doelen stelt. Tegelijkertijd noemt 22 procent het ontbreken van een heldere AI-strategie als grootste uitdaging bij de implementatie van AI.

Joop Snijder, Head of AI bij Info Support, stelt dat AI weliswaar veel wordt gebruikt, maar dat de waarde daarvan blijft liggen doordat management niet stuurt en doelen vaag of afwezig zijn. Volgens Snijder maken medewerkers in die situatie eigen keuzes en richten ze zich vooral op het vereenvoudigen van hun eigen werk, niet op het verbeteren van bedrijfsprocessen. Hij geeft aan dat dit ertoe leidt dat resultaten op de winst- en verliesrekening beperkt zichtbaar worden. Doordat iedereen zijn eigen tools kiest, ontstaat volgens Snijder versnippering, kan data de organisatie onveilig verlaten en wordt werk dubbel uitgevoerd. Hij wijst erop dat organisaties die wel op doelen sturen ondertussen een voorsprong opbouwen die volgens hem moeilijk in te halen is.

Processen als voorwaarde

Bas Meerman, Managing Director bij Info Support, geeft aan dat organisaties die waarde willen halen uit AI eerst grip moeten krijgen op hun processen. Volgens Meerman betekent dit dat helder moet worden hoe het werk daadwerkelijk verloopt, zodat processen goed kunnen worden ingericht. Hij benadrukt dat dit geen bijzaak is, maar een voorwaarde. Organisaties die dit volgens Meerman serieus nemen, verbeteren hun manier van werken en leggen daarmee de basis waarop AI wel waarde toevoegt.

Het AI-onderzoek 2026 is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Info Support, onder 400 IT-beslissers bij organisaties met meer dan 50 medewerkers. Het onderzoek vond plaats in maart en april 2026.