Computergebruikersvereniging HCC roept de Tweede Kamer op om in actie te komen na het stopzetten van de Bemiddelingsservice van het UWV. Aan dat ICT-project is sinds 2021 ongeveer 55 miljoen euro besteed. De vereniging wil meer dan een evaluatie en vraagt om onafhankelijk onderzoek, verplichte tussentijdse toetsing en meer ICT-kennis binnen de overheid.
Het UWV heeft besloten de ontwikkeling van de Bemiddelingsservice (BMS) te beëindigen. Het systeem moest werkzoekenden en werkgevers beter met elkaar verbinden, maar kan na vijf jaar ontwikkeling niet op een verantwoorde manier worden ingevoerd. Het UWV blijft daardoor voorlopig werken met zijn bestaande systemen. HCC, een vereniging met 31.500 leden in Nederland en Vlaanderen, reageerde op 3 november 2026 met een oproep aan de Tweede Kamer.
Volgens HCC signaleerde het Adviescollege ICT-toetsing al in februari 2026 ernstige tekortkomingen in de aanpak, de kwaliteitsbeheersing en de voortgang van het project. De vereniging vraagt zich af waarom die problemen niet eerder zijn onderkend en aangepakt. HCC erkent dat het voortijdig stoppen van een project zonder perspectief een verstandig besluit kan zijn, maar stelt dat de kernvraag is waarom daar vijf jaar en 55 miljoen euro voor nodig waren.
Openheid over kosten en verantwoordelijkheden
HCC wil dat de Kamer zich niet laat afschepen met de gebruikelijke toezegging van een evaluatie. De vereniging vraagt volledige openheid over waaraan de 55 miljoen euro is besteed, welke aanvullende verplichtingen nog bestaan en welk deel van de investering bruikbaar blijft.
Daarnaast pleit HCC voor onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken. Dat onderzoek moet volgens de vereniging verder gaan dan de technische kwesties en ook de oorspronkelijke besluitvorming, de aanbesteding, het projectmanagement, de interne deskundigheid en de rol van externe leveranciers in kaart brengen. Ook moet duidelijk worden wie op welk moment verantwoordelijk was voor de voortgang, de financiële beheersing en het tijdig ingrijpen.
Financiering afhankelijk van werkende tussenresultaten
Om te voorkomen dat grote ICT-projecten jarenlang doorlopen zonder aantoonbaar resultaat, wil HCC verplichte tussentijdse toetsing. De financiering van een volgende projectfase zou afhankelijk moeten worden van onafhankelijke beoordelingen en concrete, werkende tussenresultaten. De uitkomsten van het onderzoek bij het UWV moeten volgens de vereniging worden vertaald naar normen voor alle grote ICT-projecten van de rijksoverheid en de uitvoeringsorganisaties.
Gebrek aan eigen deskundigheid
HCC wijst op een terugkerend probleem: een tekort aan technische expertise binnen de overheid. Leveranciers en consultants hebben volgens de vereniging vaak meer kennis dan de ambtenaren die toezicht houden op de projecten, wat de kans op miscommunicatie en fouten vergroot. Bureaucratie en langdurige besluitvorming remmen de voortgang daarnaast af. HCC vindt dat overheidsorganisaties voldoende interne ICT-kennis moeten hebben om leveranciers kritisch te beoordelen, risico’s tijdig te herkennen en zelf de regie te houden.
Als eerder voorbeeld noemt HCC het project rond de Basisregistratie Personen (BRP). Daarvoor was tussen 2009 en 2020 een investering van zo’n 103 miljoen euro gepland, die tussentijds met 20 miljoen werd verhoogd. Uiteindelijk werd uitgegaan van 134 miljoen euro tot 2022, waarna het project volgens de vereniging werd stilgelegd. Ook verwijst HCC naar IT-problemen bij de Belastingdienst die schade opleverden voor de dienst en voor burgers.
Verantwoording van de minister
HCC verzoekt de Tweede Kamer de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een volledige verantwoording te vragen. De Kamer moet er volgens de vereniging op toezien dat de aangekondigde evaluatie leidt tot concrete en controleerbare verbeteringen. HCC vindt dat 55 miljoen euro uitgeven zonder het beoogde resultaat niet mag worden gezien als een normaal risico van digitalisering, en dat de overheid bij ICT-investeringen dezelfde zorgvuldigheid moet betrachten die zij van burgers en ondernemingen verwacht.