De Nederlandsche Bank concludeert in een nieuwe analyse dat de economische opbrengst van AI in Nederland niet vanzelf ontstaat. Grote bedrijven en digitale sectoren lopen voorop, terwijl het MKB en sectoren als bouw, horeca en transport achterblijven. Volgens de centrale bank ontbreekt het kleinere bedrijven vaak aan tijd en expertise om hun werkprocessen aan te passen.
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft een analyse gepubliceerd over de economische betekenis van AI voor Nederland. In de publicatie AI in Nederland stelt de centrale bank dat de technologie de economie productiever kan maken, maar dat die opbrengst van drie factoren afhangt. Bedrijven moeten AI productief inzetten in hun werkprocessen, succesvolle toepassingen moeten zich breder verspreiden en innovatieve ondernemingen moeten de ruimte krijgen om te groeien.
Ongelijke adoptie
Volgens DNB heeft Nederland een gunstige uitgangspositie door zijn digitale infrastructuur, een hoogopgeleide beroepsbevolking en een grote kennisintensieve dienstensector. Nederlandse bedrijven behoren volgens de analyse tot de Europese koplopers in het gebruik van AI. De adoptie verloopt alleen niet overal even snel. Grote bedrijven en digitale sectoren lopen voorop, terwijl kleinere bedrijven en sectoren als de bouw, de horeca en het transport achterblijven.
DNB geeft aan dat juist MKB-bedrijven baat kunnen hebben bij software en clouddiensten die specialistische kennis toegankelijk maken. In de praktijk ontbreekt het deze bedrijven vaak aan tijd en expertise om hun werkprocessen daarop aan te passen.
Afhankelijkheid van leveranciers
Betrouwbare en betaalbare toegang tot AI-modellen, data en rekenkracht noemt DNB essentieel om de macro-economische voordelen van AI te benutten. Nederland hoeft volgens de centrale bank niet zelf de grootste modellen te ontwikkelen, maar moet afhankelijkheid van enkele grote technologiebedrijven of landen voorkomen. DNB ziet Europese samenwerking op het gebied van cloud- en datainfrastructuur als een manier om alternatieven te creëren en te voorkomen dat bedrijven vastzitten aan één leverancier.
Veranderend werk
De centrale bank verwacht niet dat AI per definitie tot minder banen leidt, wel dat de inhoud van werk verandert. DNB adviseert werkgevers om werknemers vroegtijdig te betrekken bij keuzes over AI-toepassingen en afspraken over om- en bijscholing vast te leggen in cao’s. Als een overstap naar ander werk nodig blijkt, zou begeleiding via scholing en loopbaanadvies volgens DNB moeten starten voordat banen verloren gaan.
Dynamiek en inflatie
De maatschappelijke winst van AI hangt volgens DNB ook af van de mate waarin de economie kan meebewegen. Beleid moet voorkomen dat arbeid en kapitaal vast blijven zitten in minder productieve activiteiten. De centrale bank pleit daarom voor een kritische blik op regelgeving die de oprichting, groei, krimp of opheffing van bedrijven belemmert, en voor een beter functionerende Europese kapitaalmarkt voor groeifinanciering.
DNB volgt daarnaast de invloed van AI op de inflatie. Op korte termijn kunnen de wereldwijde investeringen in chips, datacenters en het elektriciteitsnet de kosten opdrijven. Op langere termijn verwacht de centrale bank dat AI de prijsdruk kan verlagen, doordat werknemers productiever worden en bedrijven goedkoper kunnen produceren. Die dubbele werking maakt het economische beeld lastiger te beoordelen, waardoor DNB zowel de investeringen als de daadwerkelijke opbrengsten blijft monitoren.
Het volledige rapport is te lezen via AI in Nederland.