Vier op de tien Nederlandse bèta-technische professionals zien senior collega’s werk doen dat voorheen bij junioren lag, omdat AI instapfuncties vervangt. Ruim de helft besteedt meer tijd aan het controleren van AI-output dan twee jaar geleden. Het aantal aangenomen junioren daalt daarbij niet; het werk waarmee zij het vak leren verschuift.
De cijfers komen uit het STEM Workforce Report 2026, dat onderzoeksbureau YouGov uitvoerde in opdracht van SThree, een workforce consultancy in de STEM-sector. YouGov ondervroeg online 4.126 STEM-professionals in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, Nederland en Japan. Daarvan werkten er 793 in Nederland. Het veldwerk vond plaats tussen 10 juli en 1 september 2026.
Nederland boven het gemiddelde
In Nederland zegt 40 procent van de respondenten dat senioren werk overnemen dat eerder bij junioren lag. Dat is meer dan in de andere landen waarvan cijfers zijn gepubliceerd. Alleen Duitsland komt met 35 procent in de buurt. In het Verenigd Koninkrijk ligt het percentage op 29 procent, in de Verenigde Staten op 27 procent.
Meer dan de helft van de Nederlandse professionals (51 procent) ziet daarnaast het risico dat de groeiende afhankelijkheid van technologie zoals AI de aanwas van junioren vermindert. Dat is de groep die op termijn de huidige senior experts zou moeten opvolgen.
Meer tijd kwijt aan controle van AI-output
Volgens het onderzoek besteedt 52 procent van de Nederlandse respondenten meer tijd aan het controleren van werk dat door AI is gemaakt dan twee jaar geleden. 47 procent is meer tijd kwijt aan het aanpassen of herstellen ervan. Die stijging geldt voor de hele beroepsgroep. SThree stelt dat vooral ervaren specialisten de controlerende rol op zich nemen, omdat zij kunnen beoordelen of de output van AI klopt.
Geen krimpende instroom
De verschuiving komt niet voort uit minder werving. Meer Nederlandse organisaties melden een toename van het aantal aangenomen junioren in het afgelopen jaar (42 procent) dan een afname (12 procent). Van de organisaties die wel minder junioren aannamen, noemt 32 procent het wegvallen van juniortaken door AI als reden. 36 procent van die groep geeft aan meer behoefte te hebben aan specialisten dan aan generalisten.
SThree concludeert daaruit dat er geen sprake is van een krimpende pijplijn van junioren, maar van een verschuiving in het werk. Taken waarmee junioren normaal gesproken het vak leren, worden volgens het bedrijf steeds vaker door AI uitgevoerd. De beoordeling en controle van die output komt vervolgens bij senior professionals terecht.
Leermoment verdwijnt
Margot van Soest, managing director Nederland en Spanje bij SThree, wijst erop dat met het overnemen van juniorwerk door AI ook een leermoment verdwijnt. Junioren leren hun vak volgens haar juist door dit soort werk te doen: ze maken fouten, stellen vragen en bouwen ervaring op onder begeleiding van senioren. Als de controle van AI-output bij diezelfde senioren komt te liggen, houden die minder tijd over om junioren te begeleiden.
Van Soest ziet AI en de ontwikkeling van technisch talent niet als tegenpolen. Ze adviseert organisaties om opnieuw te bekijken hoe junioren leren en zich ontwikkelen, en om gerichte begeleiding in te bouwen bij de inzet van AI. Volgens Van Soest is dat nodig om over vijf tot tien jaar voldoende ervaren senior specialisten beschikbaar te hebben.
Het volledige rapport is te lezen via STEM Workforce Report 2026.