Voor de leden van Dutch Cloud Community (DCC) waren afgelopen maand twee berichten meer dan interessant, blijkt uit de reactie van Ruud Alaerds (foto) en Simon Besteman. Samen vormen ze de directie van DCC. Een blog in onze reeks ‘Het Meest Opvallende Nieuws Van…’ waarin een autoriteit in de markt een week lang onze nieuwsberichten volgt.

Het eerste artikel dat de beiden opvalt gaat over het rapport de Staat van de Digitale Infrastructuur. ChannelConnect schreef erover op 22 januari. De redactie koos als kop ‘Nederland dreigt toppositie digitale infrastructuur te verliezen’.

Grote maatschappelijke impact

Onderzoeksbureau Ecorys onderzocht in opdracht van de minister de stand van zaken bij de digitale infrastructuur. Het gaat daarbij om telecomnetwerken, zeekabels, datacenters, hosting en internet exchanges. Volgens de minister heeft deze sector een grote maatschappelijke en economische impact. Samen met toeleveranciers – zoals bedrijven die glasvezel aanleggen of leveranciers van netwerkapparatuur – draagt de digitale infrastructuur-sector jaarlijks met 24,2 miljard euro bij aan het Nederlandse BNP. De sector omvat zo’n 200.000 banen. Tot zover het positieve nieuws.

Risico’s

Het rapport adresseert namelijk ook aandachtspunten. “Nederland heeft een hoogwaardige en toegankelijke digitale infrastructuur die behoort tot de internationale top. Maar deze positie staat onder druk vanwege weinig prioriteit voor nieuwe investeringen, onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnetwerk en lastig te vinden fysieke ruimte.”

Besteman en Alaerds stellen dat Dutch Cloud Community de conclusies van het rapport onderschrijft. “We willen benadrukken hoe belangrijk het is dat de regering ook op de lange termijn een consistent en voorspelbaar beleid voert,” zegt de directie van DCC. “Dit is belangrijk om investeringen mogelijk te maken en bedrijven in staat te stellen de juiste infrastructuur op te bouwen voor de langere duur.” Volgens DCC kan Nederland alleen zo de noodzakelijke digitalisering voortzetten die zowel de samenleving als de economie nodig hebben.

Jubileum AMS-IX

Wat dat betreft is het mooi om op te merken dat internetknooppunt AMS-IX afgelopen week 30 jaar bestond, We beschrijven dat in een ander artikel. Wat op 1 februari 1994 begon als een manier om lokaal data uit te wisselen, is inmiddels een van de belangrijkste schakels geworden in het internationale internetverkeer. Als een van de grootste internetknooppunten van de wereld heeft AMS-IX een sterke positie opgebouwd als digitale hun, en staat het symbool voor de kracht van de Nederlandse infrastructuur. Uit de reactie van de directie van DCC blijkt dat we alle zeilen moeten bijzetten om die positie niet te verliezen.

Msp’s blijven zoeken naar manieren om hun dienstverlening te optimaliseren en efficiënter te werken. Een van de manieren om dat te bereiken, is meer geïntegreerde diensten afnemen bij een beperkt aantal vendors. Dit is dan ook een belangrijke wens van msp’s, zo blijkt uit het wereldwijde onafhankelijke onderzoek Global State of the MSP. Hans ten Hove, Vice President van Datto Europa licht enkele opvallende conclusies uit het onderzoek toe.

Msp’s kunnen tevreden terugkijken op het afgelopen jaar. “We hebben met elkaar een geweldige markt, waarin de omzet jaar op jaar toeneemt,” vertelt Hans ten Hove. “64 procent van de deelnemers aan het onderzoek rapporteert een omzetgroei van meer dan 10 procent en het overgrote deel van de msp’s verwacht ook het komende jaar een mooie omzetgroei.” De msp-markt is daarmee gezond: de concurrentie neemt weliswaar toe, maar er is geen sprake van een race to the bottom. Dat neemt niet weg dat msp’s steeds op zoek zijn naar manieren om efficiënter te werken en hun dienstverlening continu te verbeteren.

Global State of the MSP – Trends en voorspellingen 2024

Jaarlijks vindt een onafhankelijk wereldwijd onderzoek plaats naar de stand van zaken rond msp’s. Aan State of the MSP 2023 hebben wereldwijd 1500 msp’s deelgenomen, waarvan meer dan 700 in Europa en circa 150 in de Benelux.

Liever minder vendors

Een manier waarop msp’s tijd en kosten kunnen besparen, is het aantal dienstverleners waar zij mee in zee gaan beperken. Ruim driekwart van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan deze vendor-consolidatie belangrijk te vinden. “Er is steeds meer behoefte aan een geïntegreerd IT-platform, waarop de verschillende diensten onderling diepgaand geïntegreerd zijn. Gebruik je oplossingen van verschillende vendors, dan werken die allemaal net op een andere manier, met ieder hun eigen look & feel en verschillende mensen in de organisatie die erop gecertificeerd zijn. Als je al die producten bij één vendor kunt afnemen, dan versnel je de workflow aanzienlijk. Denk aan toepassingen als PSA-software voor het beheren van bedrijfsactiviteiten, software voor Remote Monitoring & Management en oplossingen voor documentatiemanagement. Hoe meer je die kunt integreren, hoe efficiënter je werkt.”

Zorgen om cybersecurity

Een andere belangrijke uitkomst uit het onderzoek is dat bijna de helft van de msp’s het bieden van een betere klantervaring als topprioriteit ziet. Die dienstverlening richt zich steeds meer op hybride werken, de overgang naar de cloud en vooral op cybersecurity. “Toenemende zorgen hierover vormen de belangrijkste reden om met een msp in zee te gaan. Het besef dat iedereen een doelwit van aanvallers is, dringt nu echt door. Het op orde hebben van de cyberweerbaarheid is bij het ingaan van de NIS2-wetgeving verplicht. Dat geldt niet zozeer voor de mkb-bedrijven zelf, maar wel voor msp’s. Je bent straks verplicht in je dienstverlening een herstelplan te hebben voor je klanten.”

Managed security-services

Door de alsmaar verder gaande digitalisering is er steeds meer sprake van ketenintegratie. “De zwakste schakel in de keten is waar de cyberrisico’s zitten. Als de bakker op de hoek wordt aangevallen, kan die zo bij wijze van spreken een multinational die de zaken wél op orde heeft in de problemen brengen. Cybersecurity is dan ook iets wat je als mkb-bedrijf beter aan een msp kunt overlaten.” Die msp kiest volgens Hans ten Hove steeds meer voor managed services op het gebied van security. Denk aan een managed Security Operations Center, waarbij je niet zelf een aantal professionals stand-by hoeft te hebben. Of Pentest-as-a-Service, waarbij bedrijven regelmatig volledig geautomatiseerd hun systemen en netwerken kunnen laten testen op kwetsbaarheden.” Het komt er eigenlijk op neer dat je relatief weinig contact hebt met je klanten wanneer je een uitstekende service biedt en er geen incidenten zijn. “Is er wel een contactmoment, dan is het natuurlijk wel belangrijk dat de klant dit als heel positief ervaart.”

Wil je meer weten over de stand van zaken in de msp-markt? Download de whitepaper hier.

Cybersecurity-incidenten vinden voornamelijk plaats via Nederlandse servers, blijkt uit nieuwe gegevens van het Kaspersky Security Network. In 2023 werden er meer dan 550 miljoen incidenten geïdentificeerd die via Nederland verliepen, waarmee Nederland op de tweede plaats komt als meest voorkomende bron van cyberdreigingen wereldwijd.

Het aantal incidenten waar Nederlandse servers bij betrokken waren schoot omhoog begin 2022, toen Nederland wereldwijd op de derde plaats stond. Nederland steeg snel naar de tweede plaats, met alleen de Verenigde Staten voor zich, en heeft deze positie sindsdien behouden. Ondanks een daling van het aantal aanvallen via Nederlandse servers na medio 2022, blijft Nederland wereldwijd op de tweede plaats staan.

In 2022 zijn er ongeveer 665 miljoen cyberaanvallen geregistreerd, wat neerkomt op een stijging van 200% ten opzichte van de 217 miljoen aanvallen in het jaar daarvoor. In 2023 zijn deze aanvallen echter met 17% gedaald. Het valt volgens de onderzoekers nog te bezien of de stijging in het laatste kwartaal van 2023 zal doorzetten en een opwaartse trend zal veroorzaken.

Kwart van incidenten via Nederland

De explosieve groei van geregistreerde dreigingen begin 2022 is ook terug te zien in percentage aantallen. Waar in 2021 gemiddeld ongeveer 6 procent van alle aanvallen via Nederlandse servers werd uitgevoerd, is dit in 2022 gestegen tot een hoogtepunt van ongeveer een derde van alle wereldwijde aanvallen. Vorig jaar werd minstens een kwart van de aanvallen via Nederland uitgevoerd.

Jornt van der Wiel, Senior Researcher, Global Research and Analysis Team, Kaspersky, legt uit: “Gemak, anonimiteit en lage kosten zijn aantrekkelijke factoren voor cybercriminelen om aanvallen uit te voeren. Servers die in Nederland worden gehost voldoen aan deze eisen, waardoor Nederland een aantrekkelijk land is. Begin 2022 zagen we al een toename van het aantal hits op verschillende adware-sites die scam-advertenties lieten zien in browser pushmeldingen. We hebben vorig jaar gezien dat deze adware-campagnes actief zijn gebleven, wat de verklaring is achter deze cijfers.”

Uitgeverij Sdu heeft een AI-tool voor juristen en fiscalisten in Nederland gelanceerd. Het moederbedrijf van de voormalige staatsuitgeverij, Lefebvre Sarrut, heeft dezelfde tool al eerder uitgebracht in Spanje en Frankrijk.

De tool, GenAI-L, zou het zoeken naar informatie door juridische en fiscale professionals sneller moeten maken. de antwoorden worden gebaseerd op betrouwbare bronnen, met bronvermelding, zegt Sdu. “Er is een grote werkdruk en een personeelstekort bij deze beroepsgroep. Het ouderwetse zoeken kost gewoon heel veel tijd. Daar maken we een grote slag in, zodat je makkelijker door het zoekproces heen gaat”, zeggen manager Rechtsorde Niels Bergers en productmanager NDFR Evelien Verhage van Sdu.

Bij het gebruik van meer algemene AI-tools zoals ChatGPT lopen juristen en fiscalisten het risico misleid te worden door onjuiste en onvolledige informatie, ontdekte Sdu eerder. Generieke Gen-AI producten doorzoeken alle bronnen, dus niet alleen juridisch- of fiscaal relevante databases en documenten. Omdat bronvermelding ontbreekt, is niet na te gaan of de gevonden informatie betrouwbaar of bruikbaar is.

Alleen bekende bronnen

Informatie van GenIA-L is volgens Sdu gebaseerd op gevalideerde juridische bronnen, meestal van Sdu zelf overigens, zoals Rechtsorde, OpMaat en NDFR. “We hebben alle minpunten van de generieke AI-tools proberen op te lossen in GenIA-L. Bij ons kun je onder meer een bronvermelding zien, wat voor juristen en fiscalisten van belang is. Ook baseert de tool zich alleen op betrouwbare bronnen, die door redacties zijn geschreven of afkomstig zijn van overheidsinstanties. Algemene tools nemen ook allerlei blogs en zelfs verzonnen teksten mee in hun antwoorden. Omdat de bronvermelding ontbreekt, weet je dan niet zeker of het juiste informatie is”, zeggen Bergers en Verhage.

GenIA-L is 31 januari op de markt gebracht. De komende zes maanden gaat Sdu het product samen met vijf kantoren doorontwikkelen. Drie uit de fiscale sector: Visser & Visser, HLB Witlox Van den Boomen en Mazars. En twee uit het juridische werkveld: Houthoff en AKD. Samen met hun juristen en fiscalisten en met eigen AI-experts wordt bepaald wat GenIA-L nog meer moet kunnen om juridisch-fiscale werkprocessen efficiënter te maken.

In de achtste editie van NLSecure[ID] afgelopen dinsdag kwamen professionals uit het bedrijfsleven, overheid en wetenschap samen om te leren en te discussiëren over de digitale veiligheid van Nederland en de strijd tegen cybercriminelen.


Het fysieke evenement vond plaats in het NBC, een congrescentrum in Nieuwegein, dat na een verwoestende brand voor het eerst weer een evenement kon ontvangen. Maar net als de afgelopen edities waren alle sessies ook digitaal te volgen.

Waarborgen van veiligheid

Chantal Vergouw, Chief Business Market en lid van de Raad van Bestuur van KPN, opende de middag. Ze benadrukte de ernstige digitale dreigingen waarmee we dagelijks worden geconfronteerd. “In een tijd waarin cyberdreigingen aan de orde van de dag zijn, is het waarborgen van de digitale veiligheid van bedrijven in Nederland van cruciaal belang,” stelde zij en benadrukte dat het waarborgen van de veiligheid van bedrijven, groot en klein, essentieel is.

NLSecure[ID] startte vanuit de overtuiging dat kennisdeling van groot belang is voor de digitale veiligheid van Nederland. Vergouw meende dat in de afgelopen jaren al veel bereikt is. “De noodzakelijke samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en wetenschap is op gang gekomen. Dat is essentieel.”

Zijn we weerbaarder geworden?

De vraag vanaf het podium aan de bezoekers in de zaal en digitale deelnemers was vervolgens of Nederland daadwerkelijk digitaal weerbaarder is geworden de afgelopen jaren. Op die vraag kon digitaal een antwoord gegeven worden, en 71% van de respondenten stelde dat ons land weerbaarder werd.

Ir. Bas Dunnebier, Head Unit Resilience bij de AIVD, herkende zich in die score. “Het vervelende is echter dat de bedreigingen een nog veel sterkere ontwikkeling meemaakten. Dus ik vrees dat we zeker niet weerbaarder zijn voor de gevaren die ons bedreigen.” Hij riep in herinnering dat een cybercrimineel slechts één lek hoeft te vinden, terwijl de verdediging alle gaten moet zien te dichten.

Men vergeet snel

De AIVD is dagelijks bezig met het zorgen voor de digitale en fysieke weerbaarheid van Nederland, meldde Dunnebier kernachtig. “Elke dag liggen bedrijven en organisaties in ons land zwaar onder vuur.” Het viel hem op dat men aanvallen, ook als die veel impact hadden, snel vergeet. De grote incidenten, zoals SolarWinds, lijken lang geleden, maar zijn tamelijk recent.

Persistente cybercriminelen

Een nog actuelere trend betreft de ransomware-aanvallen. “Ondernemingen en organisaties worden daar hard door geraakt,” stelde Dunnebier, die echter aangaf dat zijn organisaite zich vooral bezighoudt met zogenaamde Advanced Persistent Threats (APT). “We liggen continu onder vuur door activiteiten van statelijke actoren, vooral uit China,” legde hij uit. “Zij beschikken over de allerbeste tools en hebben werkelijk honderduizenden hackers in dienst. Ze zijn daarnaast ook nog een heel erg persistent. Ze vallen een organisatie niet een of twee keer aan, maar vele keren, al dan niet via de supply chain.”

Belang van samenwerking

Tegenover die honderdduizenden staatshackers stelt Nederland een paar duizend specialisten. “Dankzij onder meer intensieve samenwerking zijn we instaat veel aanvallen af te slaan,” gaf Dunnebier aan. Hij onderschreef daarmee de stelling van KPN-topvrouw Vergouw dat samenwerking eessentieel is. “Wij waren dat als AIVD niet zo gewend, onze mensen praten niet veel over hun werk, maar in dit geval zijn we echt aan het veranderen.”

Positieve impact NIS2

De noodzaak daartoe onderschreef ook Petra Oldengarm. Zij is directeur van Cyberveiligheid Nederland en riep tijdens een vorige editie van NLSecure[ID], in 2021, al op transparant te zijn over incidenten. “Deel informatie met elkaar en slecht de grenzen tussen overheid en de private sector,” benadrukte ze ook nu. “Het gaat beter, maar er zijn nog stappen te zetten.”

De aanstaansde invoering van NIS2 zal daarbij helpen, was haar overtuiging. “Deze wetgeving zal voor een groot aantal bedrijven gaan gelden. Daarnaast staat concreet aangegeven wat er op het gebied van security-beleid van ondernemingen wordt verwacht. Ook het delen van informatie, waarover we tijdens dit congres spreken, vormt een onderdeel van NIS2.

Specialist in security operations Arctic Wolf heeft Victor Schmitz aangesteld als Channel Account Manager Benelux. In deze rol is Schmitz verantwoordelijk voor het uitbreiden van het partnerecosysteem binnen het bedrijf.

Schmitz was de afgelopen decennia werkzaam bij NetApp, Pure Storage en CyberArk. “Victor is een gedreven professional op het gebied van het bouwen en schalen van indirecte verkoopkanalen in de IT-sector, we zijn dus blij dat hij ons team komt versterken”, zegt Johnny Ellis, EMEA Channel Director bij Arctic Wolf. “Met Victor’s ervaring streven we ernaar om ons partnerkanaal te versterken en uit te breiden.”

“Ik ben verheugd om me aan te sluiten bij Arctic Wolf en om samen met mijn collega’s en bestaande- en nieuwe partners, Arctic Wolf uit te laten groeien tot een belangrijke speler in de Benelux markt”, zegt Victor Schmitz. “Ik ben een groot voorstander van het creëren van een ‘value-channel’ waarbij er sprake is van wederzijdse relevantie voor aan de ene kant de betrokken partner en anderzijds Arctic Wolf en haar klanten. Partners mogen van mij een duidelijke go-to-market visie verwachten die de basis vormt voor een zoektocht naar deze gezamenlijke relevantie.”

KPN heeft in het vierde kwartaal een omzetgroei gerealiseerd. Vooral de segmenten mobiel en het mkb zijn aanjagers van deze groei.

De omzet in het vierde kwartaal was ruim 4% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. De omzet over heel 2023 steeg met 2,5% om uit te komen op 5,4 miljard euro. Voor dit jaar gaat het telecombedrijf uit van een omzetgroei van 3%.

Eind vorig jaar hadden 57% van de Nederlandse huishoudens een glasvezelkabel van KPN. Het aantal vaste internetklanten nam toe met slechts 5.000. Over het gehele jaar gaat om zo’n 30.000 klanten.

De grootste omzetgroei kwam dankzij consumenten die mobiele diensten afnemen en mkb-klanten; zij zorgden in het vierde kwartaal voor een omzetstijging van respectievelijk 7,9% en 9,9%.

Joost Farwerck

KPN-CEO Joost Farwerck: “De inkomsten uit zakelijke dienstverlening bleef groeien, waarbij het mkb de belangrijkste bijdrage leverde, evenals opnieuw een jaar van groei in Wholesale. We realiseerden een EBITDA en vrije kasstroom iets boven de verwachtingen, ondersteund door groei van de omzet uit diensten en effectieve maatregelen om stijgende kosten gedeeltelijk te verzachten.”

De komende vier jaar zal KPN ruim 4,5 miljard euro investeren in de KPN-netwerken en de digitalisering van Nederland, zo laat Farwerck weten. “Terwijl we tegelijk een groeiend rendement op het geïnvesteerde kapitaal realiseren.”

Ruim zeventig procent (73.5%) van de mkb-bedrijven is bezorgd dat stagnerende digitalisering in hun bedrijf zal leiden tot operationele inefficiëntie, hogere operationele kosten en lagere productiviteit.

Dat blijkt uit een rondgang onder tientallen Nederlandse mkb-bedrijven die deelnemen aan het seminar ‘de kracht van low-code’, georganiseerd door Bizzomate.

Stagnerende digitalisering kan volgens de deelnemers aan het onderzoek ook leiden tot verlies van de concurrentiepositie of het niet meer snel kunnen reageren op veranderende marktomstandigheden. Digitalisering staat dan ook behoorlijk hoog op de agenda in het mkb. Bijna de helft (47,1%) van de deelnemers is bezig met het ontwikkelen van een visie op digitalisering voor de komende vijf jaar.

Bijna driekwart van de deelnemende bedrijven kan meerdere processen binnen de organisatie aanwijzen die gedigitaliseerd kunnen worden en ruim zeventig procent van het mkb ziet volop kansen om met digitalisering de administratieve druk voor medewerkers te verlagen.

Als bedrijven toch niet verder digitaliseren, zijn een gebrek aan beschikbare skills en resources (38,2%) en beschikbaar budget (38,2%) de voornaamste redenen om alles bij het oude te laten.

Philippe Neven, woordvoerder bij Bizzomate: “Digitalisering vormt de sleutel tot vooruitgang en concurrentievoordeel. Dit besef is duidelijk doorgedrongen in het mkb. Het is echter niet langer een optie, maar noodzaak voor elke mkb’er die streeft naar groei en relevantie.”

Op 27 februari vindt Kickstart Europe weer plaats in de Amsterdamse RAI, met een netwerkborrel op de avond van de 26ste. “De conferentie is uitgegroeid tot het belangrijkste internationale evenement voor deze sector.” Dat zegt organisator Stijn Grove, Managing Director van Dutch Datacenter Association (DDA). ChannelConnect sprak met hem.

“Door de jaren heen wist Kickstart Europe zich te vestigen als een bruisend en dynamisch evenement, dat steeds aan kwaliteit won. We zetten elk jaar een nieuwe stap. In de afgelopen zeven jaar won het evenement gestaag populariteit gewonnen. En dit jaar belooft het niet anders te zijn. Met 1500 deelnemers vorig jaar lijkt Kickstart Europe alleen maar in kracht toe te nemen.”

“Vanaf het allereerste begin was Kickstart Europe gericht op het brengen van topkwaliteit in events, vooral op het gebied van leiderschap. De mensen op het podium en de bezoekers in de zaal moesten vanaf de eerste editie vooral bestaan uit managers op C-niveau. Dit streven naar kwaliteit resulteert in het aantrekken van vooraanstaande keynote-sprekers. En van panelleden die deelnemers een diep inzicht bieden in belangrijke kwesties zoals strategie, investeringen en netwerken.”

Twan Huys als moderator

“Ook de manier waarop we deze topmanagers laten communiceren maakte een ontwikkeling door. Als je dan aansprekende mensen op het podium hebt, dan wil je ook echt informatie van hen horen en niet alleen jargon. Om die reden zal Twan Huys, die niet alleen een gerenommeerd journalist en gespreksleider is, maar ook iemand die als oud-correspondent goed Engels spreekt, de sessies modereren.”

“Net als bij de vorige edities, ligt bij Kickstart Europe ook dit jaar de kracht in de diversiteit aan panels. Met 18 panels, meer dan ooit tevoren, behandelen we een breed scala aan onderwerpen. Namelijk van digitale infrastructuur en financiën tot duurzaamheid en technologische ontwikkelingen. Naast die 18 panels zijn er nog drie keynotes.”

“Nieuw dit jaar in het programma is het Finance Forum. Hierin buigen acht panels zich over investeringen. Deelnemers zijn vertegenwoordigers van internationale banken, grote institutionele beleggers en equity-partijen. Deze focus op financiën weerspiegelt de groeiende relevantie van het financiële aspect in de snel evoluerende technologische sector.”

Netwerkborrel in de RAI

“Kickstart Europe benadrukt een dag lang niet alleen de zakelijke aspecten, maar hecht ook waarde aan netwerkmomenten. De avond voorafgaand aan het evenement biedt deelnemers al de gelegenheid om te netwerken en bij te praten, waarbij de nadruk ligt op een informele sfeer. Vorig jaar wisten 700 tot 800 deelnemers de weg naar de borrel in de RAI te vinden. De deelnemers zijn dan vaak toch al in de stad en ik denk dat de kracht van een evenement moet zijn het netwerken daar mogelijk te maken waar de rest van het programma zich een dag later ook afspeelt.”

“De betrokkenheid van regionale spelers vergeten we niet, ook al groeide Kickstart Europe sterk. De datacenter-sector kent immers naast enkele grote, vooral veel regionale partijen met een doorgaans platte organisatiestructuur. De managers van al die ondernemingen treft elkaar jaarlijks in de RAI.”

AI: kans en uitdaging

“De kansen en uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd, zoals de groei van AI en Cloud, energietransitie en ruimtebeperkingen in belangrijke steden als Amsterdam, Frankfurt, Londen en Parijs, worden op Kickstart Europe nadrukkelijk besproken.”

”AI neemt een centrale plaats in als hoofdthema, waarbij de link tussen verschillende onderwerpen wordt gelegd. De impact van AI op duurzaamheid, de arbeidsmarkt en investeringen wordt grondig besproken, evenals de rol van AI in de datacenters zelf, waar het kan bijdragen aan efficiënter energie- en milieubeheer.”

Grotetafelgesprek

Het ChannelConnect-team is druk bezig met de voorbereidingen van het Dossier Datacenter & Cloud, dat op 28 maart verschijnt. Het is nog tot en met 1 maart mogelijk om te reserveren voor deze editie.

In deze eerste editie vind je onder meer een verslag van een prikkelend Grotetafelgesprek rond het thema Datacenter & Cloud, waarbij 0ok Stijn Grove aanschuift.

Benieuwd naar hoe het Grotetafelgesprek eruit ziet? Klik hier voor de video voor vorig jaar. Het dossier Datacenter & Cloud wordt gebundeld met het maartnummer van ChannelConnect, maar is een eigen uitgave (back to back). Het dossier wordt ook online los aangeboden en gepromoot, zodat je profiteert van optimale zichtbaarheid.

Ruim 80% van de fabrikanten wereldwijd heeft te maken met onbevoegde toegang tot bedrijfsgegevens na een inbreuk. Dat blijkt uit onderzoek van Fortinet in samenwerking met de Manufacturers Alliance naar beveiligingsrisico’s bij productiebedrijven.

Daarbij werd onder andere gevraagd naar beveiligingsincidenten, de stand van zaken rond de samenwerking tussen IT-teams en operationele technologie (OT)-teams en audits op OT-beveiliging.

Ransomware grootste zorg

De respondenten werden gevraagd om aan te geven in hoeverre zij beveiligingsincidenten als een zakelijke bedreiging zagen. 78% van hen plaatste deze categorie in de top vijf van risico’s. In 2020 was dat 70%. Afpersing met ransomware bleek het grootste punt van zorg van fabrikanten. 36% van hen werd vorig jaar slachtoffer van een ransomware-aanval. Dit is een significante stijging ten opzichte van de 23% van 2020. 80% van alle respondenten kreeg vorig jaar te maken met minimaal één beveiligingsincident dat resulteerde in onbevoegde toegang tot data. Bij 15% van hen vonden zes of meer incidenten plaats. De meeste daarvan hielden verband met phishing, malware, spyware en ransomware.

Communicatie is probleem

Communicatie tussen het IT- en OT-team is van cruciaal belang, maar desondanks worstelen veel productiebedrijven met de samenwerking tussen deze teams in de nasleep van een beveiligingsincident. Gebrekkige communicatie tussen het IT- en OT-team werd door 82% van alle ondervraagde bedrijven gezien als een obstakel voor effectieve incidentrespons.

Oude apparatuur en te weinig personeel

Veel organisaties blijven worstelen met de beveiliging van oude apparatuur. Ze zijn vaak geneigd om systemen te blijven gebruiken totdat die de geest geven. Het is echter lastig, zo niet onmogelijk om een 20 jaar oud apparaat te patchen. Bedrijven kampen ook met een tekort aan vaardig personeel. Het gebrek aan security-talent maakt het lastig om vacatures op het gebied van OT-beveiliging in te vullen. De respondenten werden gevraagd of ze verwachten om over drie jaar over het talent te beschikken dat nodig is om de risico’s rond OT-beveiliging op te vangen. 22% van de respondenten zei daar geen vertrouwen in hebben. Dit is een lichte verslechtering ten opzichte van de enquêteresultaten van 2020 (20%).

Meer audits op OT-beveiliging

Het beveiligen van OT-omgevingen vraagt om overzicht op alle systemen. Regelmatige audits en evaluaties van de bestaande apparatuur vertegenwoordigen is cruciaal. Hier is goed nieuws te melden; 48% van de respondenten zegt het afgelopen halfjaar audits of evaluaties van hun OT-beveiliging te hebben uitgevoerd. Dit is een stijging ten opzichte van de 44% van 2020. 23% van de respondenten voert deze beoordelingen maandelijks uit. 49% doet dit elk kwartaal. 87% zegt technische en beveiligingsevaluaties uit te voeren voordat ze nieuwe apparatuur aanschaffen.