We hebben het waarschijnlijk allemaal ­regelmatig meegemaakt: de brand- of ontruimingsoefening. BHV’ers rennen nerveus door het pand en geven collega’s die toch in de lift willen stappen een standje. De andere ­medewerkers sjokken lacherig 14 verdiepingen naar ­beneden, waar de rokers die toch al buiten stonden zich allang bij het verzamelpunt hebben gemeld.

Hoewel de kans op een cyberincident ongeveer 80 keer groter is dan het risico op brand, voeren we ­zelden cyber-ontruimingsoefeningen uit. Er zijn ­experts die vinden dat je een ethical hacker op elk moment op elke segment van het netwerk moet toelaten. Dat is, denk ik, best gewaagd. Aan de ene kant vanwege het feit dat je dan qua AVG en (straks) NIS2 waarschijnlijk zo strenge afspraken met de testende partij moet maken, dat een dergelijke oefening ­nauwelijks uit te voeren is.

Uit te stellen

Aan de andere kant ligt ook hier de vergelijking met de fysieke brandoefening voor de hand. Natuurlijk kan er een échte brand uitbreken op het moment dat de belangrijkste klant van de onderneming over een contractverlenging komt onderhandelen, maar ­slimmer is het de test even uit te stellen. En: een branddeur die een uurtje openstaat tijdens een regenbui is te overzien, maar om nu twee keer per jaar het hele gebouw plat te leggen door ook de sprinklers uitgebreid te testen gaat wat ver.

Het is onvermijdelijk dat elke test een storing is van een lopend proces

Lopend proces

Nu is het onvermijdelijk dat elke test, of het nou de toegang tot de computerruimte, de aanval van een ethical hacker of een traditionele ontruimings­oefening is, op dat moment een storing is van een lopend proces. De deadline van een krant, bijvoorbeeld. Nu hoeft ook dat niet per se een probleem te zijn. Ervaring bij de betreffende teams kan de meeste incidenten opvangen, als iedereen meewerkt.

Machines

Dat laatste is dan wel een voorwaarde. Ik maakte bij een groot computertijdschrift (nee, niet Channel­Connect) mee dat de chefredacteur zich braaf bij het verzamelpunt had gemeld na de ontruiming, maar vervolgens op zijn fiets was gestapt en, voor ons onbereikbaar, naar huis reed. “Hoe kun je dat nou doen,” was de volgende ochtend onze verontwaardigde vraag. “We moesten alle zeilen bijzetten om alles op tijd naar de drukker te krijgen.” De mede­werker in kwestie keek ons verbaasd aan en antwoordde: “Bij een echte brand waren we toch ook niet op tijd naar de drukker gegaan?” Kortom: de mens is bij security wellicht niet zozeer de zwakste schakel, zoals vaak wordt beweerd, maar soms wel de minst voorspelbare. Gelukkig maar, we zijn immers geen machines.

Driekwart van de Nederlandse werknemers vindt dat AI verplichte lesstof (op school of op het werk) moet worden. Ook codering als verplichte lesstof kan op steun van 70% van de werknemers rekenen. Dit blijkt uit onderzoek van ServiceNow naar de Future of Work in de EMEA-regio, waarvoor ook 750 Nederlanders zijn ondervraagd.

Er bestaat een kloof tussen de vaardigheden en kennis die op de moderne werkplek gevraagd worden en wat er op school geleerd wordt, zo blijkt uit het onderzoek. Bijna een derde (32%) van de Nederlandse werknemers geeft aan dat hun opleiding hen niet (voldoende) heeft voorbereid op de dagelijkse realiteit van het werk. Hierbij is overigens een duidelijke generatiekloof te zien: 54% van de 55-plussers vindt niet dat zij onvoldoende zijn voorbereid, terwijl dit percentage beduidend lager ligt onder werknemers jonger dan 55 jaar.

Behoefte aan scholing

Er blijkt een grote behoefte te bestaan onder Nederlandse werknemers aan beter onderwijs in digitale vaardigheden. In de groep respondenten (75%) die vindt dat scholing verplicht zou moeten worden voor AI-vaardigheden, geeft een ruime meerderheid (86%) aan dat scholen hiervoor verantwoordelijk zouden moeten zijn. Terwijl een veel kleinere groep (14%) meent dat werkgevers hier verantwoording voor dragen.

Tegelijkertijd is er nu al actie nodig en 61% van de werknemers verwacht dat werkgevers verantwoordelijkheid nemen in de ontwikkeling van de digitale vaardigheden van hun medewerkers. Een derde van de respondenten geeft aan het lastig te vinden om te bepalen waar ze moeten beginnen als het om de ontwikkeling van hun digitale vaardigheden gaat. Ook hier lijkt een rol weggelegd te zijn voor de werkgever.

Digitale vaardigheden onmisbaar

Daarnaast blijkt dat 53% van de Nederlanders zich comfortabeler zouden voelen in hun carrière als ze aanvullende training zouden krijgen in digitale skills. Want dat digitale vaardigheden onmisbaar zijn in het hedendaagse werk, dat blijkt duidelijk uit het onderzoek. Zo geeft 72% van de Nederlandse werknemers aan dat digitale skills voordelen opleveren voor hun carrière. En de helft is zelfs al bezig met het actief volgen van aanvullende trainingen, of is van plan dit te doen.

Het onderzoek werd uitgevoerd in oktober 2023 onder 5.500 werknemers in negen landen in de EMEA-regio: het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Zwitserland, Zweden en de Verenigde Arabische Emiraten.

IT-dienstverlener voor het mkb Itum neemt branchegenoot !Bien uit Maassluis over. Met de overname wil Itum zijn positie als dienstverlener op het gebied van cloud- en telecommunicatie uitbreiden en het dienstenaanbod verbreden.

!Bien biedt het mkb diensten op het gebied van IT-beheer, telefonie, cloud en cybersecurity. Volgens oud-eigenaar Willem Poort, past de overname van !Bien door Itum binnen de gedeelde (toekomst)visie: “Na jaren van gezonde groei is aansluiting bij Itum een logische stap. Hiermee kunnen we onze klanten naast continuïteit toegang bieden tot een breder portfolio aan diensten en ons verder specialiseren op het gebied van security.”

!Bien zal vanuit de locatie in Ridderkerk samen gaan werken met het team van Itum. Voor klanten van !Bien betekent de overname dat ze toegang krijgen tot het productaanbod van Itum.

Als bedrijf gespecialiseerd in cybersecurity ontkom je er niet aan om je voortdurend in de actuele ontwikkelingen te verdiepen. Dat geldt ook voor SonicWall. Niet alleen cyberdreigingen, maar ook de impact van NIS2 voor het partnerkanaal hebben de volle aandacht. “Wij willen onze partners volop ondersteunen bij deze complexe regelgeving.” 

Elk land binnen de EU geeft een eigen invulling aan NIS2, en in details zijn er verschillen tussen de wet- en regelgeving van individuele staten,” geeft ­Spencer Starkey, Vice President EMEA bij SonicWall aan. “Maar er is een raamwerk gedefinieerd op Europees ­niveau, en dat verwerkten we in een educatieprogramma gericht op de implementatie van NIS2 bij zowel onze partners als bij hun klanten.”

Dit initiatief heeft als doel te ­helpen bij het begrijpen en aanpakken van de uitdagingen die NIS2 met zich meebrengt. “Wij bieden de middelen en ondersteuning om partners en hun klanten te helpen bij deze complexe regelgeving. ­Zeker voor partners die zelf in meerdere Europese landen actief zijn, of ­wanneer ze klanten met grensoverschrijdende activiteiten hebben, is de behoefte aan informatie groot, merken we.”

Wij willen partners en hun klanten helpen bij de complexe NIS2-regelgeving

Communicatie met partners

Dit anticiperen op noden van de partners staat niet op zichzelf, stelt Starkey. “We hebben in de ­afgelopen 18 maanden binnen onze organisatie een naar ons idee significante verschuiving doorgemaakt in de manier waarop we communiceren met onze klanten.” En die klanten zijn voor SonicWall de channelpartners. Zij zijn immers de link tussen de leverancier en de eindgebruikers. “Marketeers ­spreken traditioneel graag over een ­‘buiten-naar-binnen’-benadering, maar veel ondernemingen geven er niet heel nadrukkelijk invulling aan. Wij hebben dat de afgelopen anderhalf jaar wel gedaan.”

Natuurlijk was er altijd contact met partners via wie producten en diensten geleverd werden. Daarbij ging het zowel om distributeurs als om serviceproviders. “Maar ontwikkelingen in de markt, zowel op ­macro-economisch niveau, als ook op het vlak van de lokale business gaan zo snel, en hebben als het om security gaat zoveel impact, dat we heel gericht onze partners gingen bevragen over hun bevindingen,” maakt Starkey duidelijk. “Deze ­benadering heeft geleid tot een reeks veranderingen in hoe ­SonicWall samenwerkt met zijn partners.”

Flexibiliteit

Het kanaal kan, zo stelt Starkey, ­profiteren van de manier waarop SonicWall de feedback interpreteert. “We streven er nadrukkelijk naar de partners meer flexibiliteit in het partnerprogramma te bieden. Daarnaast geven we nog meer aandacht dan we al deden aan ondersteuning en training en aan differentiatie.” Met dat laatste doelt Starkey op het bieden van oplossingen voor specifieke verticals en andere specialisaties waarvoor partners ­kunnen kiezen. “Door voor die invulling te kiezen kunnen we een breder spectrum aan partners aan ons binden en ondersteunen,” stelt de Vice President EMEA. “Sterker nog, we moedigen onze relaties aan zich op een bepaald segment of gebied te specialiseren, en zoveel mogelijk samen te werken met andere partners. Dit om een complete stack aan security-oplossingen aan te kunnen bieden aan eindklanten en zo vanuit een specialisatie ondernemingen volledig te ontzorgen op basis van ons complete portfolio.”

Acquisitie van eindklanten

Een van de uitdagingen waarmee partners worden geconfronteerd, weet Starkey, is het aantrekken van nieuwe klanten. “Dit kan natuurlijk spelen in het huidige marktsegment waarin deze ondernemingen ­a­ctief zijn, maar zeker ook betrekking ­hebben op volledig nieuwe markten die ze willen ontginnen.” Het aantrekken van nieuwe klanten kan voor partners een uitdaging zijn, vooral gezien de economische tegenwind die veel bedrijven op dit moment ervaren. ‘We hebben gemerkt dat onze partners ondersteuning nodig hebben bij het werven van nieuwe ­klanten. En we willen investeren in hun groei,” legt Starkey uit.

Om die reden introduceert SonicWall per 1 februari volgend jaar een nieuw partnerprogramma. Dit programma biedt meer marketingontwikkelingsfondsen, waardoor partners middelen krijgen om hun klantenbestand uit te breiden. Partners merkten ook op dat hun (eind)klanten op zoek zijn naar toegevoegde waarde in plaats van alleen ‘best of breed’ oplossingen. “Daarop spelen we ­nadrukkelijk in,” stelt Starkey. “We helpen partners bij het uitvoeren van security-audits om de klant de ­waarde van hun ­huidige beveiligingsinfrastructuur te laten zien. Dit is een gratis tool die we aanbieden. Het helpt eindklanten de juiste beslissingen te nemen om hun beveiliging te ver­beteren.”

Generatieve AI

Een actueel aspect van cyber­beveiliging is de opkomst van ­generatieve AI, zowel bij de beveiliging van assets als ook als onderdeel van de gereedschapskist van aanvallers. “SonicWall heeft zichzelf altijd al geëngageerd met Machine Learning om dreigingen te detecteren en te bestrijden,” geeft de Vice President aan. “We zijn ons er echter ­terdege van bewust dat slechte actoren inmiddels ook gebruik maken van deze technologie.” Generatieve ­Artificial Intelligence stelt hen ­immers in staat om snel nieuwe aanvalsmethoden te ontwikkelen en te implementeren.

Starkey: “Juist om dit tegen te gaan, zullen wij verder gaan met het doorontwikkelen van Machine Learning en andere technologieën in de ­producten en diensten. Zo blijven we ons inzetten voor het beschermen van klanten tegen cyberdreigingen en het bieden van de beste beveiligingstechnologie.”

“SSE + SD-WAN = SASE is een opstelsom die in de cybersecurity­branche steeds vaker gemaakt wordt”, zegt Bas van Hoek, Head of Channel Netherlands bij Fortinet. “SASE voorziet hybride werknemers van consistente cybersecurity, ongeacht hun locatie, door netwerkcomponenten (SD-WAN) te combineren met cloudgebaseerde security (SSE). SASE voegt veel waarde toe voor onze klanten en biedt daardoor kansen voor IT-dienstverleners die zich daarin specialiseren.”

Bij veel organisaties is er nog steeds verwarring over wat SSE inhoudt en welke cloudgebaseerde beveiligingsoplossingen nodig zijn voor een allesomvattende SASE-aanpak. Van Hoek: “Security Service Edge (SSE) is een beveiligingsoplossing die vanuit eigen POP’s aangeboden wordt en vier securitycomponenten combineert: Firewall-as-a-Service (FWaaS), secure web gateway (SWG), cloud access security broker (CASB) en zero-trust network access (ZTNA). “Elk van deze producten werkt samen om gebruikers, apparaten en randen van toepassingen te beveiligen, ongeacht de locatie”, vertelt Van Hoek.

Vier securitycomponenten

1. FWaaS voorziet in next-generation firewalls (NGFW’s) inclusief webfiltering en inbraakpreventiesystemen (IPS, DNS-beveiliging, bestandsfiltering, bescherming tegen bedreigingen). Door dit af te nemen als clouddienst, krijgen organisaties flexibiliteit en schaalbaarheid in de beveiligingsdekking, zonder kosten voor aanschaf, onderhoud en beheer van een hardware-infrastructuur.

2. Een secure web gateway (SWG) beschermt het netwerk tegen internetaanvallen. Nu bedreigingen steeds geavanceerder worden, draaien aanvallers overuren om je netwerk te infiltreren en zo lang mogelijk verborgen te blijven. Een SWG beschikt over verschillende beveiligingsfuncties zoals inbraakpreventie, DNS-filtering en sandboxing. Met SASE wordt SWG geleverd als een cloud­gebaseerde proxy binnen SSE.

3. De cloud access security broker (CASB) bevindt zich tussen ­gebruikers en hun cloudapplicaties en dwingt het beveiligingsbeleid van een organisatie af als gebruikers verbonden zijn met de cloud. CASB maakt het gebruik van cloudapplicaties inzichtelijk, zoals apparaat- en locatiegegevens en biedt analyses waarmee organisaties het risico van cloud­diensten kunnen beoordelen. CASB bevat bovendien DLP-tools, zodat organisaties datalekken kunnen voor­komen in de uitwisseling van gevoelige informatie tussen hun on-premise en cloudomgevingen.

4. Tot slot verifiëren zero-trust network access (ZTNA)-oplossingen alle gebruikers en apparaten die toegang hebben, of proberen te krijgen, tot bedrijfstoepassingen en -gegevens. Dankzij ZTNA kunnen organisaties afscheid nemen van VPN-tunnels die onbeperkte toegang bieden tot het hele netwerk.

“FortiSASE integreert al deze Fortinet producten tot één dienst, die vanuit eigen POP’s wereldwijd aangeboden wordt en toegankelijk is”, aldus Van Hoek.

De SASE-aanpak met één leverancier

“SSE is een cruciaal onderdeel van SASE, maar het is slechts de helft van de optelsom”, zegt Van Hoek. “SD-WAN is de andere helft. SSE en SD-WAN moeten naar onze mening naadloos samenwerken, wil een ­SASE-implementatie allesomvattend zijn. Wij bieden daarvoor een geïntegreerd platform, genaamd FortiSASE. Dit waarborgt geïntegreerde beveiliging voor alle gebruikers, toepassingen en apparaten. Het vereenvoudigt het beheer door één beheerconsole voor alle beveiligings- en netwerkfuncties. Het verbetert de prestaties door het optimaliseren van de verkeersstroom tussen gebruikers, toepassingen en de cloud. Het verlaagt bovendien de kosten doordat organisaties niet langer verschillende leveranciers en oplossingen hoeven te beheren.”

SSE is een cruciaal onderdeel van SASE, maar het is slechts de helft van de optelsom

SASE blijft groeien in populariteit

SASE is weliswaar een relatief ­nieuwe oplossing, maar het is geen hype, benadrukt Van Hoek. “Het wordt in rap tempo geïntegreerd in de infrastructuur van onze klanten en is daarmee hét alternatief voor de traditionele VPN-verbinding. Onze partners kunnen de kansen die dit biedt verzilveren door hun klanten te voorzien van een oplossing die niet alleen verbindingen van en naar het internet beschermt, maar ook SaaS- en privétoepassingen.”

Bovendien kunnen partners van Fortinet hun dienstenaanbod uitbreiden, want de cloudgebaseerde beveiligingsoplossingen binnen FortiSASE moeten actueel worden gehouden en worden bijgewerkt. Van Hoek: “Onze partners kennen de nieuwste ontwikkelingen die bescherming bieden tegen op­komende en steeds veranderende cyberbedreigingen. Het toevoegen van FortiSASE, daar waar zinvol, verhoogt enerzijds het cyber­securityniveau van klanten en vergroot anderzijds de user experience en adoptie van cloudapplicaties van de gebruikers.”

Wat is SASE?

De term SASE staat voor Secure Access Service Edge en is een model voor een cloudarchitectuur dat netwerken en security-as-a-service combineert en levert als één enkele clouddienst. Dat maakt SASE zeer geschikt voor organisaties met werknemers op afstand die voornamelijk gebruikmaken van ­cloudapplicaties. SASE pakt het connectiviteitsprobleem aan deze gebruikers ervaren als zij via een VPN-tunnel cloudapplicaties willen benaderen. De organisatie hoeft daarvoor geen concessies te doen aan het securitybeleid. In principe breidt SASE netwerk- en beveiligingsmogelijkheden verder uit dan waar ze normaal beschikbaar zijn. Hierdoor zijn werknemers die ‘overal en altijd’ toegang hebben tot netwerken en applicaties (‘work from any­where’), beschermd door een firewall-as-a-service (FWaaS), een veilige webgateway (SWG), zero-trust-netwerktoegang (ZTNA) en een reeks bedreigingsdetectiefuncties. SASE bestaat uit Security Service Edge (SSE) en SD-WAN.

Het afgelopen aarde slaagde slechts 26% van de retailbedrijven erin een ransomware-aanval te stoppen voordat de data versleuteld werden. Daarmee wordt daling doorgezet, van 34% in 2021 en 28% in 2022. Dat blijkt uit het sectoraal onderzoeksrapport ‘State of Ransomware in Retail 2023’ van Sophos.

Uit het onderzoek bleek ook dat de mediane herstelkosten van retailbedrijven die het losgeld betalen (het losgeld zelf niet inbegrepen), vier keer hoger liggen dan de kosten van bedrijven die back-ups gebruiken om hun data te herstellen ($ 3.000.000 tegenover $ 750.000).
Volgens de respondenten betaalt 43% van de retailslachtoffers het losgeld.

Aansluitend bij een bredere, sectoroverschrijdende trend kampt de retailsector met het hoogste percentage succesvolle ransomware-aanvallen in drie jaar: 71% van de aangevallen ondernemingen gaf aan dat criminelen erin geslaagd waren om hun data te versleutelen. Daarentegen is het percentage retailbedrijven dat aangevallen werd met ransomware gedaald van 77% vorig jaar tot 69% dit jaar. Het percentage retailbedrijven dat in minder dan een dag na de aanval kon herstellen, daalde dit jaar van 15 tot 9%, terwijl het percentage dat meer dan een maand nodig had, toenam van 17 tot 21%.

The State of Ransomware 2023 is een onderzoek onder 3000 IT- en cybersecurityverantwoordelijken in bedrijven met 100 tot 5000 werknemers, waaronder 355 uit de retailsector, in 14 landen uit Noord-, Zuid- en Midden-Amerika, EMEA en de regio Azië-Stille Oceaan.

Onder NIS2 zijn msp’s eindverantwoordelijk voor de security bij hun klanten. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Het gelijktijdig bij een groot aantal klanten de complete securityomgeving beheersbaar maken, vraagt om specialistische middelen. Dat betoogt Martijn Nielen, Senior Sales Engineer bij WatchGuard Technologies.

Oktober 2024 is in de agenda van menig securityprofessional rood omrand. Vanaf die maand is de NIS2-richtlijn zeer waarschijnlijk omgezet in wetgeving. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor msp’s. Volgens de NIS2-richtlijn worden msp’s aangemerkt als digitale dienstverleners, aangezien zij beveiligingsdiensten aanbieden aan andere organisaties. Hierdoor vallen ze onder de reikwijdte van de richtlijn en moeten ze voldoen aan specifieke beveiligingsverplichtingen. Zij zijn vanaf dat moment niet alleen eindverantwoordelijk voor de eigen securityomgeving, maar ook voor de digitale veiligheid van hun klanten.

Martijn Nielen

Maatregelen in een breed spectrum

Dat betekent in de praktijk dat zij een ­geïntegreerde, solide set security voor alle klanten moeten realiseren. “Een ­beetje security’ is met de NIS2 geen optie”, aldus Martijn Nielen. “De richtlijn vraagt om maatregelen in een breed spectrum: van patchmanagement tot identiteitsbeheer en van endpointsecurity tot netwerkbeveiliging. Losse punt­oplossingen zijn nauwelijks meer een optie. In een lappendeken van ­securitymiddelen is de kans op de ­hiaten of (dure) overlap te groot. Bovendien neemt de complexiteit, en daarmee de kans op fouten, snel toe. Om over het inefficiënte beheer van zo’n versnipperd landschap nog maar te­ ­zwijgen.”

Snel en adequaat handelen

Bij onregelmatigheden moet een msp snel en adequaat handelen om een ernstig verloop van een aanval of incident zoveel mogelijk te voorkomen. Nielen: “Daarnaast vraagt de NIS2 om een beleid en middelen voor effectieve incident­respons en incident recovery, mocht het toch misgaan. Ze ­moeten dus bij iedere klant snel en adequaat ­kunnen ingrijpen. Het liefst ook zonder fysieke aanwezigheid. Als iedere minuut telt, is immers ­iedere minuut reistijd een teveel.”

Verder verplicht de NIS2 tot het maken van een melding bij ernstige incidenten. Daar is haast bij: binnen uiterlijk 24 of 72 uur moet de eerste incidentrapportage bij de Rijks­inspectie Digitale Infrastructuur liggen. Ook deze taak ligt onder de NIS2 bij de msp.

Niet gemakkelijk

Bovenstaande is geen gemakkelijke opgave. Het vraagt in sommige gevallen om een herziening van de manier waarop msp’s te werk gaan. “In alle gevallen vraagt het om een effectief, centraal securityplatform”, legt Nielen uit. “Een waarmee zij een hecht geïntegreerde set van securityvoorzieningen snel en effectief kunnen uitrollen en beheren. En op ieder willekeurig moment op afstand kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld middels het Watchguard Unified Security Platform, dat msp’s een diverse set tools en functies biedt die nodig zijn voor NIS2-compliance.”

In alle gevallen vraagt NIS2 om een effectief, centraal securityplatform

Het Watchguard Unified Security Platform bestaat uit:

  1. Geïntegreerde beveiligingsdiensten: het platform biedt een breed scala aan geïntegreerde beveiligingsdiensten, zoals firewall, IPS/IDS, antivirus, VPN en patch­management. Hierdoor ­kunnen msp’s een complete set beveiligingsoplossingen leveren zonder te hoeven vertrouwen op losse tools. Bovendien bevat het platform meerdere api’s voor naadloze integratie met bestaande, veelvoor­komende oplossingen.
  2. Centraal beheer en monitoring: met het Watchguard Unified Security Platform kunnen msp’s alle beveiligingsactiviteiten van hun klanten centraal beheren en monitoren. Ze hebben volledige zichtbaarheid van alle netwerken, apparaten en gebruikers, waardoor ze snel dreigingen kunnen identificeren. Dankzij XDR kunnen ze eventuele dreigingen effectief neutraliseren.
  3. Geautomatiseerde rapportage: het platform biedt geavanceerde rapportage- en analysetools waarmee msp’s gedetailleerde beveiligingsrapporten kunnen genereren. Dit vereenvoudigt het proces van compliance en maakt het gemakkelijk om klanten te voorzien van transparante en begrijpelijke rapporten over de beveiligingsstatus. Die informatie is onmisbaar voor het verbeteren van de security, maar ook voor het doen van de onder de NIS2 verplichte incidentmeldingen.

Nielen: “Met de komst van de NIS2 is een centraal securityplatform van cruciaal belang voor msp’s. Het biedt de nodige zichtbaarheid, controle, schaalbaarheid en efficiëntie om aan de eisen van NIS2 te voldoen en hun klanten effectief te beschermen. Laat dat precies de doelstelling zijn die de EU met de richtlijn voor ogen heeft.”

“NIS2 geen optie”, aldus Nielen. “De richtlijn vraagt om maat­regelen in een breed spectrum: van patch­management tot identiteits­beheer en van endpointsecurity tot netwerkbeveiliging.”

Barbara Kathmann is uitgeroepen tot het Meest Digibewuste Kamerlid van 2023. Dat maakte juryvoorzitter Tineke Netelenbos gisteren bekend tijdens het 25e ECP Jaarfestival in Den Haag. Volgens de jury “heeft Kathmann zich al vanaf de start van de vaste Kamercommissie voor Digitale Zaken laten zien als een betrokken en bevlogen lid, met veel kennis van zaken over tal van digitale thema’s.” 

Er zijn te weinig Kamerleden die zorgen voor een diepgaand debat over de verschillende aspecten van digitalisering. Om die reden organiseert ECP | Platform voor de InformatieSamenleving sinds 2021 de verkiezing voor ‘Meest Digibewuste Kamerlid’ in samenwerking met de Digitale Binnenhof Academy.

De jury koos Barbara Kathmann als Meest Digibewuste Kamerlid om haar brede kennis. Daarnaast spreekt ze zich nadrukkelijk uit voor het belang van digitalisering voor de verduurzaming van de Nederlandse economie. Haar motie voor een integraal plan voor duurzame digitalisering zette twee onderzoeken in gang, enerzijds naar de impact van digitalisering op het klimaat en anderzijds de bijdrage van digitalisering aan de Nederlandse verduurzamingsopgave. Daarmee toont ze aan dat ze oog heeft voor beide kanten van die ontwikkeling.

Kathmann zegt over de onderscheiding: “Ik voel me enorm vereerd. Ik zie het als een aanmoedigingsprijs om me een jaar lang extra in te zetten. Er moet meer. Verduurzaming staat nog in de kinderschoenen. We moeten met zijn allen in actie komen, regels die niet kloppen eruit gooien en goede regels voor bijvoorbeeld meer circulariteit, digitale inclusie en een betere digitale overheid ontwikkelen.”

VST ICT & Telecom sluit zich aan bij Score Utica. Als Managed Service Provider (MSP) voor het MKB biedt Score Utica een complete one-stop shop dienstverlening op het gebied van IT, telecom en connectiviteit.

VST bedient met een team van 9 specialisten hun klanten met de KPN ÉÉN-dienstverlening in de regio Veenendaal. Door zich aan te sluiten bij Score Utica wil het bedrijf één leverancier worden voor zowel IT, telecom als connectiviteit.

Wim van Silfhout neemt als algemeen directeur afscheid van VST. “Om VST een stap verder te brengen, is de samenwerking met Score Utica een hele logische. Ik sluit hiermee een geweldig avontuur af waar ik erg trots op ben.”

“Met VST hebben we een partij gevonden die, net als wij, klantgericht en ambitieus is. We kennen een gezamenlijke focus op de KPN-diensten en kwaliteit voor de klant. Opgeteld bij een talentvol en betrokken team past dat perfect bij onze visie. VST heeft een prachtige reputatie opgebouwd met lokale betrokkenheid. Ik vind het fantastisch dat wij dit nu verder kunnen uitbouwen door klanten ook blij te maken met onze IT-diensten”, vult Paul Stoffele, directeur bij Score Utica, aan.

Naarmate onze wereld steeds meer met elkaar verbonden raakt door technologie, is het geen geheim dat cyberdreigingen steeds meer aanwezig zijn. Een van de grootste bedreigingen waarmee we worden geconfronteerd, is de toenemende verspreiding van Internet of Things-apparaten in onze huizen, steden, industriële systemen en gezondheidszorg. Het beschermen van deze apparaten en netwerken tegen cyberaanvallen, ongeautoriseerde toegang en hacken is absoluut cruciaal. Dat betoogt Patrick Akkers, Network Engineer & Consultant bij Wireless Logic Benelux.

Patrick Akkers: “IoT-apparaten vertrouwen op sensoren, software en geavanceerde encryptietechnologieën om te communiceren met andere apparaten en systemen op het internet. De beveiliging van internetverbindingen kan echter variëren afhankelijk van het type verbinding, of het nu gaat om bedrade of draadloze netwerken. Om IoT-beveiliging te waarborgen, is het essentieel dat we deze apparaten en netwerken beveiligen.

Om IoT-beveiliging te waarborgen, is het essentieel dat we deze apparaten en netwerken beveiligen

Zwakke beveiligingsmaatregelen die niet overeenkomen met die van traditionele IT-systemen leiden vaak tot de kwetsbaarheid van IoT-apparaten. ­Bovendien zijn deze apparaten aantrekkelijker voor hackers in afgelegen of geïsoleerde locaties. Van slimme huishoudelijke apparaten tot medische ­apparaten, industriële machines en vitale infrastructuur, veel verschillende soorten apparaten lopen risico.

Alomvattende aanpak

Het positieve nieuws is dat er doeltreffende maatregelen beschikbaar zijn die organisaties kunnen implementeren om het risico op aanvallen te minimaliseren en de kwetsbaarheid van IoT-apparaten te verminderen. Het beschermen van IoT-apparaten tegen cyberaanvallen vereist een alomvattende aanpak voor beveiliging die drie hoofdcomponenten omvat: verdediging, detectie en reactie.

Verdediging

Verdediging richt zich op het beveiligen van IoT-apparaten tegen ongeautoriseerde toegang, wijziging of vernietiging. Organisaties kunnen een risicoanalyse uitvoeren om potentiële risico’s te identificeren, sterke wachtwoorden te gebruiken, gegevens te versleutelen en software up-to-date te houden. Daarnaast kan het trainen van medewerkers in de best practices voor cyberbeveiliging en het ontwikkelen van plannen voor het reageren op cyberaanvallen helpen om inbreuken te voorkomen.

Organisaties kunnen een risicoanalyse uitvoeren om potentiële risico’s te identificeren

Detectie draait om het identificeren van cyberdreigingen voordat ze schade kunnen aanrichten. Om dit te bereiken, kunnen we gebruikmaken van technologieën zoals machine learning en kunstmatige intelligentie om afwijkingen in het gedrag van apparaten en netwerken te ­identificeren. We kunnen ook beveiligingsanalyses toepassen om potentiële kwetsbaarheden in IoT-apparaten en netwerken te identificeren. Bovendien kunnen we intelligente sensoren gebruiken om verdachte activiteiten op te sporen.

Reactie

Reactie draait om het isoleren en oplossen van beveiligingsinbreuken. Bij een inbreuk moeten organisaties onmiddellijk getroffen apparaten en netwerken isoleren om verdere ­schade te voorkomen. Vervolgens implementeren ze herstelmaat­regelen om de systemen weer operationeel te maken. Tegelijkertijd is een onderzoek naar de inbreuk van cruciaal belang om de oorzaken en omvang ervan vast te stellen en lessen te trekken voor toekomstige beveiliging. Dit is een essentieel onderdeel van een sterke beveiligingsstrategie. Kortom, een holistische aanpak van IoT-beveiliging is de beste manier om apparaten en netwerken te ­beschermen. Werk hierbij samen met een betrouwbare partner”, zo betoogt Akkers.

Reactie draait om het isoleren en oplossen van beveiligingsinbreuken