Extreme Networks heeft Patrick Groot Nuelend per 1 juli benoemd tot Head of Vertical Markets & Strategy EMEA. In die rol wordt hij verantwoordelijk voor onder meer het ontwikkelen van Extreme’s cloud en networking business binnen de retail, gezondheidszorg en hospitality markten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

Hij wordt verantwoordelijk voor de groei van de business in de genoemde verticale marken, waarbij de focus zal liggen op grote eindklanten en partners en de strategie voor het introduceren van nieuwe cloud- en securitydiensten van Extreme.

Groot Nuelend: “Die branches zijn dynamisch en veranderen continu, zowel aan de IT-kant als bij klanten en eindgebruikers. De cloud- en netwerkoplossingen van Extreme Networks spelen een cruciale rol in de digitale transformatie bij die bedrijven en organisatie

Groot Nuelend heeft ruim 25 jaar ervaring in de IT en grootzakelijke netwerkbranche en heeft senior functies bekleed bij Symbol Technologies, Zebra Technologies en Motorola. In 2017 is hij na de overname van Zebra in dienst gekomen bij Extreme Networks. In de afgelopen periode heeft hij als EMEA Solutions Architect strategische klanten en partners geadviseerd.

WatchGuard Technologies lanceert vandaag – woensdag 12 juli – AuthPoint Total Identity Security. Deze security-bundel combineert de AuthPoint multifactorauthenticatie (MFA)-oplossing met zakelijk wachtwoordbeheer en mogelijkheden om darkwebcredentials te monitoren.

Met AuthPoint Total Identity Security kunnen msp’s volgens WatchGuard de inloggegevens van klanten monitoren, hen on-demand waarschuwen voor darkwebblootstelling en wachtwoordbeheer aanbieden met een alles-in-één mobiele Authenticator-app for iOS en Android voor het verminderen van risico’s rondom hun inloggegevens.

AuthPoint Total Identity Security biedt gebruikers verder een tool om complexe wachtwoorden te genereren die automatisch worden ingevuld via browserextensies voor Microsoft Edge, Google Chrome, Apple Safari en Firefox, beschermd door een hoofdwachtwoord.

“Gestolen of gelekte inloggegevens zijn een primaire oorzaak van datalekken, maar wachtwoorden blijven de meest voorkomende methode voor gebruikersauthenticatie”, zegt Carla Roncato, vice-president Identity bij WatchGuard. “En hoewel meervoudige authenticatie een verplichte vereiste is geworden voor organisaties, hebben de meeste nog steeds te maken met zwakke en hergebruikte wachtwoorden, gedeelde beheerderswachtwoorden, lekken van referenties op het darkweb en bedrijfsapplicaties met beperkte MFA-ondersteuning.”

Een derde (37%) van de bedrijven in de Benelux heeft een duurzame IT-strategie. Dit blijkt uit een recent onderzoek van Paessler AG, bekend van de monitoring software Paessler PRTG, onder 1051 IT-beheerders uit 100 landen.

Ook gaf 60 procent van de IT-beheerders in de Benelux aan dat het belangrijk is dat de softwareleverancier die de monitoring verzorgt milieubewust is.

42 procent van de Europese bedrijven heeft duurzame IT-strategieën, ten opzichte van 26 procent in Noord- en Zuid-Amerika. Meer dan de helft (52%) van de respondenten uit Noord- en Zuid-Amerika geeft aan een duurzame IT-strategie ook nog geen prioriteit te geven de komende jaren. Het aantal organisaties dat werkt aan duurzame IT-strategieën is dit jaar wereldwijd gestegen van 33 naar 37 procent.

Cloud-adoptie grote zorg in Benelux

Cloud-adoptie is de grootste uitdaging (41%) voor de IT-sector in de Benelux. 72 procent van de IT-infrastructuur is namelijk nog niet opgenomen in de cloud. Wel verwacht 61 procent van de bedrijven in de Benelux dat ze binnen nu en twee jaar meer gaan inzetten op cloud-adoptie.

Naast cloud-adoptie volgen de implementatie van Operational Technology-infrastructuren (31%) en automateriserings- en robotiseringsprocessen (31%) als grootste uitdagingen binnen de IT-sector. Op plek vier staat het hebben van een robuuste infrastructuur (29%) en dataopslag (25%) staat op plek vijf. Ondanks de recente media-aandacht staat kunstmatige intelligentie (AI) verrassend genoeg nog niet als uitdaging in deze top vijf voor IT-beheerders in de Benelux.

Hoewel IT-managers zich grote zorgen maken over cloud-adoptie, is de daadwerkelijke implementatie nog laag. Uit het onderzoek van Paessler blijkt dat slechts 28 procent van de IT-infrastructuur in de Benelux en 19 procent van de wereldwijde IT-infrastructuur in de cloud is opgeslagen.

De mate waarin de cloud wordt gebruikt verschilt wereldwijd per branche. Zo slaat 92 procent van de organisaties in de wereldwijde publieke sector data lokaal op. Ondanks dat cloud-omgevingen voor deze organisaties voldoen aan strenge compliance- en beveiligingseisen, kiezen veel organisaties er dus nog steeds voor om data lokaal op te slaan. De voornaamste reden die deze organisaties geven om hun data lokaal op te slaan is dat ze dit de veiligste manier vinden om data te beschermen tegen hackers.

Artificial intelligence-toepassingen als ChatGPT hebben inmiddels hun intrede gedaan op de werkvloer van veel bedrijven. De meeste werknemers zien dat dergelijke toepassingen veranderingen met zich meebrengen voor hun werk, maar zijn niet bang dat ze daardoor zelf overbodig worden. Dat blijkt uit recent internationaal onderzoek van SurveyMonkey onder werknemers in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Het onderzoek vroeg werknemers naar hun verwachtingen over de invloed van economische en technologische ontwikkelingen op de toekomst van hun bedrijf en baan.

Van de ondervraagde Nederlandse werknemers ziet een grote meerderheid (81,7%) AI niet als bedreiging voor hun baan. Wel denkt 47% dat AI een deel van hun taken kan overnemen. Een kleine groep (17,4%) is bezorgd dat AI hun functie overbodig kan maken. In het VK ligt dat laatste percentage hoger. Daar vreest bijna een kwart (23,5%) dat generatieve AI-toepassingen als ChatGPT een gevaar vormen voor hun baan.

Dat AI straks een prominente rol zal spelen in het dagelijkse werk, daar is een ruime meerderheid wel van overtuigd. Terwijl slechts 20% van de Nederlandse respondenten niet gelooft dat AI in de toekomst menselijke banen zal vervangen, verwacht 72% dat AI uiteindelijk “sommige” tot “alle” menselijke functies zal overnemen.

De algemene verwachting is dat AI vooral repetitieve taken zal overnemen, of werkzaamheden lichter of makkelijker voor mensen maakt. Bijna 40% verwacht dat AI huidige menselijke functies overneemt, maar tegelijk nieuwe rollen en functies voor mensen creëert die nu nog niet bestaan. Verder vindt iets meer dan de helft (51%) dat investeren in AI essentieel is voor het voortbestaan van hun bedrijf op lange termijn. Slechts 28,7% is het daar niet mee eens en ziet AI niet als essentieel voor succes.

Büşra Yazıcı, HR Business Partner International bij SurveyMonkey, zegt: “Stagnerende economische groei, aanhoudende aanzienlijke inflatie en een krappe arbeidsmarkt zorgen ervoor dat Nederlandse werknemers met enige zorg naar de toekomst van hun bedrijf en baan kijken. AI geeft echter geen reden tot zorg. Werknemers lijken ervan overtuigd te zijn dat AI niet geavanceerd genoeg is om hun functie te vervangen. In plaats daarvan kan AI simpele taken overnemen, waardoor werknemers meer ruimte krijgen voor werk waar menselijke input voor nodig is, zoals creativiteit en vindingrijkheid.”

Leon van den Bogaert (55) is aangesteld als General Manager van netwerkspecialist 4IP Solutions, onderdeel van IT-serviceverlener Ictivity.

Van den Bogaert is sinds 1 juni verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en verdere groei van de organisatie. Daarnaast richt hij zich op het ontwikkelen en in de markt zetten van nieuwe proposities op het gebied van netwerken en IP communicatie.

Van den Bogaert begon zijn carrière in 1995 als SAP-consultant en bekleedde sindsdien managementrollen bij verschillende organisaties, met name binnen het applicatiedomein. De afgelopen dertien jaar was Van den Bogaert werkzaam bij solution provider Ctac.

Het Digital Trust Center (DTC), onderdeel van het ministerie van EZK, heeft sinds juni 2021 ruim 35.000 keer bedrijven proactief gewaarschuwd voor een ernstige bedrijfsspecifieke digitale dreiging of kwetsbaarheid. In de zomer van 2022 stond de teller nog op ruim 1.700 notificaties.

Het DTC ontvangt informatie vanuit samenwerkingen met schakelorganisaties en cyberonderzoekers en onderzoekt zelf niet. Als de ontvangen gegevens na een aantal controles worden ingeschat als een ernstige cyberdreiging voor een (niet-vitaal) Nederlands bedrijf, dan gaat het DTC over tot het notificeren van dit specifieke bedrijf.

Aanleidingen om te notificeren

In 2023 waren er al 58 verschillende cyberincidenten aanleiding om bedrijven te notificeren. Deze cyberincidenten bestaan veelal uit kwetsbaarheden (bijvoorbeeld een beveiligingslek, configuratiefout of gestolen inloggegevens) die geconstateerd zijn bij met het internet verbonden apparaten of software. Een recent voorbeeld hiervan is de kwetsbaarheid in Progress MOVEit Transfer, een applicatie voor het delen van bestanden. Deze kwetsbaarheid werd op grote schaal actief misbruikt en het DTC heeft de getroffen bedrijven snel kunnen notificeren.

Waar ook veel notificaties over gaan is de aanwezigheid van een publiekelijk benaderbare service (bijvoorbeeld SNMP of Remote Desktop Protocol (RDP)) waarmee mogelijk aanvallen op derden uit te voeren zijn. Daarom meldt het DTC de dreiging zo snel mogelijk aan de betrokken bedrijven met een uitleg welke acties er genomen kunnen worden om de dreigende situatie op te heffen.

Groter bereik door automatiseringen

In 12 maanden tijd is het aantal bedrijven dat een relevante bedrijfsspecifieke waarschuwing ontvangt flink gestegen. Projectleider Kim van der Veen: “Dit komt doordat we meer bronnen hebben kunnen aansluiten op onze dataverwerkingssystemen. Voorheen konden we soms geen bedrijfsnaam vinden bij een gevonden kwetsbaarheid, maar wel gegevens van netwerkeigenaren, bijvoorbeeld een internet service provider of managed service provider. We zien dat de netwerkeigenaren een belangrijke rol spelen als schakel tussen het DTC en de systeemverantwoordelijke. Om deze reden notificeren we nu ook rechtstreeks naar deze netwerkeigenaren en rekenen erop dat zij hun verantwoordelijkheid pakken en deze cyberdreiging óf oplossen óf doorzetten naar het betreffende bedrijf voor wie de kwetsbaarheid geldt.” Om netwerkeigenaren niet te overladen met notificatie e-mails worden meldingen over dezelfde kwetsbaarheid gebundeld aangeleverd bij de betrokken netwerkeigenaar.

Aanvallers hebben nieuwe methodes ontwikkeld om de beveiliging van Microsoft te omzeilen, waaronder het gebruik van besmette OneNote-bestanden in plaats van Office-macro’s. Dat zegt ESET in zijn nieuwste Threat Report.

Hierbij maken criminelen misbruik van de mogelijkheid om scripts en bestanden rechtstreeks in OneNote in te sluiten. In reactie hierop heeft Microsoft de standaardinstellingen aangepast, wat cybercriminelen ertoe zette om door te gaan met het verkennen van alternatieve indringingsvectoren. Intensievere brute-force aanvallen op Microsoft SQL-servers werd hierbij mogelijk een van de geteste vervangingsbenaderingen.

In de eerste helft van 2023 observeerde ESET verschillende ontwikkelingen die het aanpassingsvermogen van cybercriminelen en nieuwe aanvalsmanieren aan het licht brachten, van het uitbuiten van kwetsbaarheden, het verkrijgen van onbevoegde toegang en het compromitteren van gevoelige informatie, tot het oplichten van personen. Eén van de redenen voor deze verschuivingen in aanvalspatronen is volgens ESET het strengere beveiligingsbeleid dat Microsoft heeft geïntroduceerd, in het bijzonder voor het openen van macro bestanden.

ESET-telemetrie suggereert ook dat de beheerders van het, eens zo beruchte, Emotet-botnet moeite hebben gehad om zich aan te passen aan het krimpende aanvalsoppervlak. Dit wijst er mogelijk op dat een andere groep het botnet heeft overgenomen. In de ransomware-arena werden door kwaadwillenden steeds vaker eerder gelekte broncodes hergebruikt om nieuwe ransomware-varianten te bouwen. Daarnaast maakten in de eerste helft van 2023 sextortion e-mail scams een terugkeer en observeerde ESET een alarmerende groei in het aantal misleidende Android lening-apps.

Volgens de Autoriteit Consument & Markt zijn er geen extra maatregelen nodig om de concurrentie op de markt voor snel internet te stimuleren. Dankzij de snelle uitrol van glasvezelverbindingen, ook door onafhankelijke aanbieders, hebben consumenten en bedrijven in Nederland steeds meer keuze tussen verschillende aanbieders van snel internet tegen concurrerende prijzen, zegt de ACM.

Uit de nieuwste Telecommonitor van de ACM blijkt dat het aantal glasvezelverbindingen fors is uitgebreid. In het eerste kwartaal van 2023 is bij 450 duizend huishoudens een nieuwe glasvezelverbinding aangelegd tot aan de woning of de meterkast. Dit is de grootste toename in een kwartaal tot dusver gemeten. In totaal kunnen 6,14 miljoen huishoudens nu kiezen voor een aansluiting op het glasvezelnet. De ACM verwacht dat dit aantal in korte tijd verder toeneemt zodat er binnen 3 jaar vrijwel overal in Nederland glasvezel is aangelegd.

Wie in een gebied als eerste glasvezel aanlegt, heeft daar een sterke concurrentiepositie. De uitrol van glasvezel door onafhankelijke bedrijven jaagt ook investeringen door gevestigde spelers aan. Daarnaast ontstaan er meer mogelijkheden voor spelers zonder eigen netwerk om ook snel internet aan te bieden. KPN en Glaspoort, die samen het grootste glasvezelnet hebben, hebben daar vorig jaar verlaagde tarieven voor toegezegd die doorlopen tot 2030. De ACM heeft deze tarieven bindend verklaard in een toezeggingenbesluit en ziet toe op de naleving. Hierdoor kunnen consumenten kiezen uit minimaal 2 verschillende aanbieders van zeer snel internet, en kan het merendeel van hen ook nog kiezen voor internet via de kabel, zegt de ACM.

De ACM zegt bij de marktanalyse nadrukkelijk rekening gehouden te hebben met de afspraken uit het toezeggingenbesluit waar de tarieven van KPN en Glaspoort in zijn vastgelegd en met de toegang die andere eigenaren van glasvezelnetwerken bieden. De ACM blijft toezicht houden op naleving van de afspraken en overige regels voor netwerkaanbieders. De gegevens die de ACM opvraagt bij marktpartijen worden elk kwartaal in de Telecommonitor gepubliceerd. De ACM kan opnieuw marktanalyses uitvoeren als daar aanleiding toe is.

De laatste hordes voor het gebruik van Google Workspace in het onderwijs zijn genomen, meldt de IT-organisatie voor het onderwijs SIVON. Google heeft de afgelopen maanden maatregelen genomen om de resterende risico’s uit de DPIA van 2021 volgens afspraak en binnen de deadline te verminderen.

Op basis daarvan concluderen SIVON en SURF dat scholen Google Workspace voorlopig kunnen blijven gebruiken. In januari 2023 onderzochten SIVON, SURF en een team van externe (privacy-)experts en juristen de door Google genomen maatregelen naar aanleidingen de DPIA uit 2021. In februari werden de uitkomsten van deze tussentijdse analyse met Google gedeeld. De nog openstaande kwesties zijn volgens afspraak door Google opgelost voor 9 juni.

Scholen ontvangen deze zomer het volledige DPIA-rapport met alle in 2021 geconstateerde privacyrisico’s en de door Google genomen maatregelen om deze af te dekken. Met dit rapport kunnen scholen zelf de afweging maken over het gebruik van Google Workspace. Eén van de punten voortvloeiend uit de DPIA in 2021, is de verzending van gegevens naar de Verenigde Staten. Voor dit punt is eerder dit jaar een apart traject gestart, de zogenaamde Data Transfer Impact Assessment (DTIA). Hierbij worden privacyrisico’s onderzocht van doorgifte van gegevens naar landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Google verleent hieraan medewerking. Naar verwachting wordt de DTIA – inclusief de implementatie van eventuele maatregelen die hieruit voortvloeien – dit najaar afgerond.

De DPIA op Google Workspace staat los van de DPIA die is uitgevoerd op Chromebooks, ChromeOS en Chrome-browser. In dit traject hebben SIVON en SURF afspraken gemaakt met Google over een nieuwe versie van ChromeOS. Deze aangepaste versie is rond augustus van dit jaar beschikbaar voor scholen.

KPN heeft twintig telefooncentrales ontmanteld en overgedragen aan de nieuwe eigenaren. In de plaats van deze telefooncentrales zijn (glasvezel)straatkasten of PoP-stations (Point of Presence) geplaatst.

Een straatkast neemt slechts enkele vierkante meters in beslag en een PoP 15 vierkante meter. Het gebruikte vloeroppervlak vermindert hiermee met ruim 98%, zegt de telecomreus. KPN wil de komende jaren nog veel meer centrales overdragen, zodat het stroomverbruik verder daalt. De vrijgekomen vierkante meters kunnen voor woningbouw worden gebruikt. Op de afbeelding is een verlaten telefooncentrale te zien met op de voorgrond links een nieuwe straatkast.

Wouter Stammeijer, Chief Technology en Digital Officer en lid van de Raad van Bestuur van KPN: “We hebben inmiddels op circa vier miljoen adressen glasvezel aangelegd. Glasvezel heeft het grote voordeel dat het minder energie en ruimte nodig heeft. Met de overdracht van de ouderwetse telefooncentrales, komt er ruimte voor woningbouw vrij en besparen we flink op energie.” KPN bespaart naar eigen zeggen op deze twintig plekken circa 1.400 MWh per jaar aan stroom wat overeen komt met het jaarlijks stroomverbruik van zo’n 500 huishoudens.

Telefooncentrales zijn technische ruimtes met een kabelkelder, een hoofdverdeler, telecomapparatuur, batterijruimtes en grote koelinstallaties. Bijna alle metalen krijgen weer een nieuwe bestemming, zegt KPN. Zo wordt het koper dat gebruikt werd voor het netwerk verwerkt door erkende recyclers en komt weer als grondstof op de markt terecht.