Een op de vijf Nederlandse organisaties is naar eigen zeggen niet goed voorbereid op een ransomware-aanval. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek onder IT-professionals in opdracht van Mimecast. Van alle onderzochte landen scoort Nederland veruit het slechtste. 

22% van de Nederlandse IT-professionals geeft aan dat hun organisatie niet of nauwelijks voorbereid is op een ransomware-aanval. Dit percentage is veel hoger dan in landen als Frankrijk (5%), Duitsland (8%), het Verenigd Koninkrijk (10%) en de Verenigde Staten (1%). Ruim de helft van de Nederlandse organisaties is zeer of extreem goed voorbereid op een aanval met gijzelsoftware. Wereldwijd geldt dit voor 70% van de organisaties.

85% van de IT-professionals vindt dat ze niet genoeg budget hebben voor de verdediging tegen ransomware. Ruim een derde weet niet eens hoe vaak hun organisatie in het afgelopen jaar is aangevallen met ransomware. Wereldwijd geldt dit voor ongeveer een op de acht organisaties (13%). Relatief veel Nederlandse organisaties hebben dus weinig inzicht in de omvang van de dreiging.

Er zijn nog meer opvallende verschillen tussen Nederland en andere landen. Zo betaalde ruim een kwart (26%) van de Nederlandse organisaties in het afgelopen jaar losgeld na een ransomware-aanval. Dit percentage is het hoogste van alle landen: gemiddeld betaalde 15% het losgeld. Verder voelt wereldwijd 57% van de IT-professionals zich persoonlijk verantwoordelijk als hun organisatie zou worden getroffen door ransomware. In Nederland geldt dit voor slechts 36% van de IT-professionals.

Ook lijkt de investeringsbereidheid in Nederland fors lager dan in andere landen. Zo steekt minder dan een derde (29%) van de Nederlandse organisaties het komende jaar meer geld in security-awarenesstrainingen. Wereldwijd schroeft bijna de helft van de organisaties (46%) de investeringen hierin op. Voor bijna alle onderzochte securitymaatregelen scoort Nederland lager dan het gemiddelde. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor geplande investeringen in websecurity, endpointbeveiliging, VPN’s en AI/ML-technologie.

“Nederland is een Europese koploper op het gebied van digitalisering, maar de weerbaarheid tegen ransomware-aanvallen blijft ver achter op andere landen”, zegt Dirk Jan Koekkoek, VP Product Management bij Mimecast. “Het is zorgwekkend dat zoveel Nederlandse organisaties zelf aangeven dat ze niet goed voorbereid zijn op ransomware-aanvallen die vaak beginnen met een phishingmail. En ook op andere onderdelen, zoals het inzicht in het dreigingslandschap en de bereidheid om losgeld te betalen, scoort Nederland niet best.”

Volgens Koekkoek moet het onderzoek een wake-upcall zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Commvault heeft Patrick Laurier aangesteld als Senior Account Executive Public Sector. Binnen Commvaults’ salesteam zal Laurier zich richten op het realiseren van de groei van Commvault in de Nederlandse publieke sector.

Laurier is werkzaam geweest bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken als data architect en neemt uitgebreide ervaring in salesposities bij vooraanstaande reseller partijen zoals Computacenter mee. In zijn nieuwe functie zal hij zijn kennis en netwerk inzetten om uitvoerende Nederlandse overheidsorganisaties te helpen met het beantwoorden van hun datavraagstukken.

Patrick Laurier over zijn aanstelling: “Dankzij mijn ervaring aan beide kanten van de tafel heb ik een helder beeld van wat zich binnen de overheid op het gebied van datamanagement afspeelt. Dit inzicht zet ik graag in om meerwaarde te creëren voor organisaties rondom essentiële vraagstukken zoals de exponentiële groei van data en bijkomende nieuwe wetgeving en kosten.”

Er is inmiddels eigenlijk geen activiteit meer te noemen waarvan niet onderzocht wordt of en hoe verduurzaming mogelijk is. Zowel privé als zakelijk is de impact van klimaatmaatregelen merkbaar. 

Tijdens de IFA, de grote elektronicabeurs die in augustus weer plaatsvond in Berlijn, kwam het thema duurzaamheid in bijna elke productpresentatie en op elke stand van leveranciers terug. Logisch ook, gezien de hoge energieprijzen, de overbelasting van het elektriciteitsnet, de dreigende aardgastekorten en de gewenste decarbonisatie van de industrie en de economie.

Technische innovaties

Het opvallende is, dat het begrip duurzaamheid dan al snel vernauwd wordt tot het energiegebruik van apparaten of activiteiten, om vanuit dat gegeven de CO2-footprint van de sector als geheel, of van individuele producten te bepalen. Op zich is dat terecht. Als we weten dat, om een voorbeeld te geven, de IT-sector goed is voor bijna 4% van de totale wereldwijde CO2-uitstoot, dan is duidelijk dat ook deze branche nog een flinke bijdrage kan leveren aan de reductie van de CO2-footprint. Nog los van het feit dat technische innovatie zoals de sector die levert, kan helpen de uitstoot van andere branches te verminderen.

Binnen de IT krijgt het aspect circulariteit echter op dit moment (nog) veel minder nadruk. Ten onrechte. Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans stelt dat na de energiecrisis die we nu doormaken, een grondstoffencrisis voor de deur staat. Ook die crisis veroorzaken we grotendeels zelf. 90% van alle mobieltjes, om een voorbeeld te geven, belandt in de prullenbak of wordt slechts ‘grof’ gerecycled, geeft de hoogleraar aan. Om eraan toe te voegen dat 70% van de CO2-uitstoot uiteindelijk veroorzaakt wordt door ons gedrag.

Grondstoffenschaarste

Natuurlijk is er aandacht voor circulariteit, maar fabrikanten hebben het dan al snel over de toepassing van hergebruikt verpakkingsmateriaal, of dat gebruik wordt gemaakt van gerecycled kunststof. Ook dat zijn stappen die gezet moeten worden, maar die houden nog onvoldoende rekening met het feit dat bepaalde grondstoffen niet onbeperkt beschikbaar zijn.

In elke computer, telefoon, windmolen of installatie van zonnepanelen worden kritieke metalen verwerkt. Zonder hergebruik van deze metalen is de energietransitie niet te realiseren. Fabrikanten zullen er meer dan nu het geval is bij het ontwerpen van devices rekening mee moeten houden dat hergebruik van materiaal belangrijker is dan ooit. Hergebruik van ICT-apparatuur is lange tijd een marginale business geweest. Het rijden in tweedehandsauto’s was nooit een probleem, maar een tweede leven voor een computer of laptop is eerder een uitzondering. En dat terwijl hardware door het toegenomen gebruik van cloud-services veel minder snel veroudert dan voorheen. Auto’s en kleding krijgen al decennia een tweede leven, glas en papier worden gerecycled. Hopelijk gaan we dat ook vaker zien bij IT-hardware.

Consultanceybedrijf in informatiebeveiliging Beschermheren wordt partner van Bechtle. De bedrijven werkten al langer samen, maar hebben de onderlinge afspraken herbevestigd en uitgebreid.

Beschermheren, dat is gevestigd in Amsterdam, richt zich op informatiebeveiliging en privacy bij organisaties in de zorg, transport, IT, de financiële sector en bij de overheid. Het wil deze organisaties helpen bij het in kaart brengen van de ins en outs en bij het maken van keuzes voor aanpak en het implementeren van maatregelen.

Gijs van der Putten, Manager Partnerships & Communities bij Bechtle: “Informatiebeveiliging speelt zich altijd af over drie assen: Mensen (gedrag), Organisatie (beleid) & Techniek (IT). Op de as ‘Techniek’ hebben we al lang veel sterke samenwerkingen, op de assen ‘Mens’ en ‘Organisatie’ waren we minder actief. Dat is bijzonder omdat de meeste securityprojecten beginnen bij Mens en Organisatie. Wat zich daar afspeelt, is namelijk bepalend voor het technische vervolg. Door het partnership met Beschermheren kunnen we nu helemaal bij het begin beginnen en het totale project voor onze klanten invullen.”

“Een partnership met een grote speler als Bechtle is voor ons zeker iets om trots op te zijn”, zegt Marc Meesterman, managing partner bij Beschermheren. “Door medewerkers te betrekken bij het toepassen van organisatorische (processen en beleid) en technische maatregelen (ICT), kunnen we zorgen voor een werksituatie waarin écht veilig met informatie wordt omgegaan.”

Open source AI bedrijf Stability AI heeft in een investeringsronde 101 miljoen dollar kapitaal verworven. Stability AI wil het geld gebruiken om zijn ontwikkelingen te versnellen. Het bedrijf is bekend van de open source tekst-naar-beeld toepassing Stable Diffusion en het meer op de consument gerichte DreamStudio.

Stable Diffusion kent inmiddels ruim 200 duizend ontwikkelaars die met de broncode en de API werken en Stability AI zegt dat meer dan een miljoen gebruikers zijn geregistreerd voor de online DreamStudio. Stability AI werkt ook aan AI toepassingen voor onder meer taal, audio, video en 3D.

De investeringen zijn afkomstig van ventures Coatue, Lightspeed Venture Partners en O’Shaughnessy Ventures.

Foto: gegenereerd AI-beeld met als opdracht ‘computer working with artificial intelligence’.

Tussen nu en 2024 zullen wereldwijd ruim 500 miljoen nieuwe apps ontwikkeld worden, dat is meer dan in de afgelopen veertig jaar,” stelde Ken Hu, roulerend voorzitter van Huawei, eerder deze week in Parijs tijdens een toespraak.

In de Franse hoofdstad vond het congres Huawei Connect Europe plaats, in aanwezigheid van onder meer Nederlandse partners van de fabrikant en ChannelConnect. Het thema van het tweedaagse congres was ‘Unleash Digital’. Het enorme aantal applicaties dat de industrie zal bouwen maakt deze ontketening niet alleen mogelijk, maar is er ook een gevolg van.

“De basis van de digitale transformatie is cloud,” is de overtuiging van Ken Hu. “In 2025 zal 85% van de organisaties een cloudstrategie hebben en forse stappen hebben gezet in de richting van een cloud first-werkwijze.” In dat zelfde jaar al, zal 97% van de organisaties artificial intelligence (AI) inzetten, meent de topman.

Enorme versnelling

De grote uitdaging is te zien in de snelheid waarmee applicaties moeten worden gebouwd, getest en uitgerold. Dat is hooguit een kwestie van maanden, waar het voorheen veel langer kon en mocht duren. “In een omgeving die, onder meer door het maximaal uitbuiten van de kracht van 5G connectiviteit, extreem versnelt, kunnen ontwikkelaars niet achterblijven.” Hierbij speelt bijna overal in de wereld een gebrek aan talent om de digitale transformatie vorm te geven. En, gaf de topman aan, ook de eisen die gesteld worden aan de infrastructuur en de computerkracht zullen dramatisch toenemen. “Cloud zal ook daar kansen bieden.”

Alle technologie als een service

De verwachting van de topman is, dat zo goed als alle technologie uiteindelijk ‘as a service’-zal worden aangeboden. “We spreken dan van technologie als een service: van AI, tot software development, data-governance en digitale content-productie: alles zal gebaseerd zijn op cloud-diensten. We moeten, kortom, alles uit de cloud halen om de digitale transformatie te laten slagen.”

Om die ontwikkeling echt mogelijk te maken is intensief samenwerken op lokaal niveau, met partners, van groot belang. “Op dat niveau kun je digitaal talent aan je binden en het midden- en kleinbedrijf als fundament van de economie steun geven,” sloot Ken Hu zijn bijdrage af. “Bij bedrijven vind je veel goede ideeën, maar ontbreekt het vaak aan technische kennis. Onze partners kunnen dan hun kracht aanwenden.”

Samsung gebruikte de Developer Conference SDC22 om te laten zien welke kant het bedrijf op wil met zijn smart home-platform SmartThings. De al eerder aangekondigde integratie met het Matter-platform krijgt steeds meer vorm. 

Samsung is zoals de meeste grote bedrijven die zich bezig houden met IoT lid van de Connectivity Standards Alliance, een organisatie die is voortgekomen uit Zigbee, een van de oude draadloze standaarden voor communicatie op de korte afstand. De CSA is een poging om de wildgroei aan platforms voor slimme apparatuur een halt toe te roepen, met het Matter platform. Wie producten wil verkopen met het Matter logo, moet ondersteuning bieden voor de ‘grote drie’, Apple’s HomeKit, Google Weave en Amazon Alexa. De eerste producten met Matter worden dit najaar verwacht.

Samsung is daarnaast ook lid van de Home Connectivity Alliance, een organisatie die pas sinds eind vorig jaar bestaat en die zich vooral richt op de smart-functionaliteit van grotere apparaten zoals wasmachines, airco’s en tv’s.

 

Uit onderzoek van Gartner komt naar voren dat voor een overgrote meerderheid van bedrijven wereldwijd de digitale transformatie standaard deel uitmaakt van de groeistrategie. Dat is het geval bij bijna 90 procent. Aan de andere kant kan pas een derde melden dat de doelstellingen voor digitale transformatie op schema liggen of zijn bereikt.

Het onderzoek is het zogeheten ‘Board of Directors Survey 2023′ waarbij 281 respondenten met een bestuursfunctie wereldwijd werden ondervraagd. Opvallend is dat deze leden van een Raad van Bestuur van bedrijven vaak de CEO noemen als eerstverantwoordelijke voor digitale beslissingen. In 28 procent van de gevallen wezen ze de hoogste manager aan, terwijl de CTO (19 procent) en CIO (14 procent) achterbleven. Dat heeft volgens Gartner te maken met het feit dat digitalisatie nauwelijks nog een echt IT-uitdaging is – de processen zijn bekend, de tools daarvoor ook – en daarom hoger in de strategische koers terecht is gekomen. Daar waar de CEO de uiteindelijke beslissingen moet nemen.

De bestuursleden vinden digitale versnelling zo belangrijk dat twee derde bereid is om daarvoor tot 2024 de risico’s te vergroten, en de onderneming te voorzien van een ‘digitale economische structuur’, zegt Gartner. Daarbij hoort baanbrekende technologie zoals AI en ML zegt 40 procent.

Cybersecuritybedrijf Trend Micro concludeert uit onderzoek dat 86% van de gezondheidsorganisaties die ten prooi vallen aan ransomware, operationele onderbrekingen ondervinden. Volgens dat onderzoek geven de meeste (57%) zorginstellingen toe dat ze in de afgelopen drie jaar ten prooi zijn gevallen aan ransomware.

25% zegt dat ze hun activiteiten volledig moesten stilleggen, en 60% geeft aan dat als gevolg van een ransomware-aanval een aantal bedrijfsprocessen in de problemen raakten. Gemiddeld kostte het organisaties enkele dagen (56%) of weken (24%) om die activiteiten volledig te herstellen. Ransomware veroorzaakt in de gezondheidssector niet alleen veel operationele schade, zeggen de onderzoekers. 60% van de instellingen zegt dat de aanvallers ook gevoelige gegevens lekten, waardoor compliance risico’s toenemen, net als de kosten voor onderzoek en herstel.

Respondenten wijzen daarnaast op zwakke punten in de supply chain als een belangrijke uitdaging, waarbij partners onbedoeld ervoor zorgen dat de organisatie aantrekkelijk wordt voor een aanval. Tegelijk is er een gebrek aan inzicht in de aanvalsketen, waardoor het lastig is om adequate maatregelen te nemen. Datzelfde geldt voor inzicht in het aanvalsoppervlak dat blootstaat aan aanvallen.

Uit het onderzoek blijken nogal wat potentiële zwakke punten. Een vijfde (17%) heeft geen remote desktop protocol (RDP)-controles.
Veel organisaties delen geen informatie over bedreigingen met partners (30%), leveranciers (46%) of hun bredere ecosysteem (46%), en een derde (33%) deelt geen informatie met de politie of andere instanties. Slechts de helft of minder gebruikt momenteel NDR (51%), EDR (50%) of XDR (43%). En tenslotte kunnen weinig respondenten laterale bewegingen (32%), initiële toegang (42%) of het gebruik van tools zoals Mimikatz en PsExec (46%) detecteren.

“In cyberbeveiliging praten we vaak in abstracte bewoordingen over datalekken en bedreigingen die netwerken in gevaar kunnen brengen. Maar in de gezondheidssector kan ransomware een potentieel zeer reële en zeer gevaarlijke fysieke impact hebben”, zegt Pieter Molen, Technical Director bij Trend Micro. “Operationele onderbrekingen brengen het leven van patiënten in gevaar. We kunnen er niet op rekenen dat de slechteriken zullen veranderen, dus gezondheidsorganisaties moeten beter worden in het detecteren van en reageren op dreigingen en de juiste informatie delen met partners om hun supply chain te beveiligen.”

Uit een onderzoek van Pegasystems blijkt dat organisaties tweemaal vaker inzetten op proactieve klantenservicetechnologie dan voorheen. Dit heeft te maken met het feit dat klanten enerzijds minder loyaal en anderzijds juist digitaal vaardiger zijn geworden.

Proactieve klantenservicetechnologie wordt voor organisaties een must-have, zeggen de onderzoekers. Bijna tweederde (65%) van de respondenten ziet goed kunnen anticiperen op klantbehoeften als een van de belangrijkste doelstellingen voor de komende vijf jaar. Bijna een derde (32%) verwacht zeker een verschuiving naar meer proactieve dan reactieve klantenservice. Tegelijkertijd geeft iets meer dan de helft (54%) aan dat een dergelijke overgang een van de grootste uitdagingen is.

De verschuiving naar klantgerichte technologie is volgens het onderzoek de oplossing voor de veeleisende, digitaal onderlegde klanten. Tachtig procent van de respondenten ziet de inzet van klantenservicetechnologie om de efficiëntie te verbeteren als een van de belangrijkste prioriteiten. Daarnaast noemt meer dan de helft (55%) een gebrek aan investeringen in nieuwe technologieën om aan de groeiende klantverwachtingen te voldoen, als een van de drie grootste uitdagingen.

Klanten minder loyaal

Misschien wel de grootste drijfveer voor de overstap naar meer proactieve, klantgerichte technologieën is de dalende klantloyaliteit doordat klanten zelf ook veranderen door de jaren heen. Meer dan de helft (55%) van de respondenten denkt dat organisaties de komende vijf jaar klanten gaan verliezen als zij een slechte klantervaring leveren. De studie bracht ook veranderingen in klantenservice aan het licht:

  • De klant van de toekomst verandert: Klanten worden de komende vijf jaar steeds digitaal vaardiger en zij verwachten volgens meer dan de helft (54%) van de respondenten een snelle, meer gepersonaliseerde, proactieve en consistente service via alle kanalen. Het is aan de organisaties om hier adequaat op in te spelen.
  • AI kan uitkomst bieden: Geavanceerde software zoals kunstmatige intelligentie helpt organisaties om een aantal van de belangrijkste struikelblokken voor het verbeteren van hun klantenservice aan te pakken. Voor 63% van de respondenten is de grootste uitdaging bij klantinteractie het centraal stellen van de klant. Daarnaast heeft meer dan de helft (60%) moeite om empathie en menselijkheid te tonen aan klanten. Op dit moment zijn AI en machine learning de belangrijkste technologieën waarvoor budget wordt vrijgemaakt voor digitale transformatieprojecten binnen de klantenservice – (58% selecteerde dit binnen hun budgettering als het primaire doel). De komende jaren kunnen we de vruchten van die investering terugzien.
  • Contactcenters krijgen een grote technische upgrade: De komende vijf jaar staan in het teken van kostenverlaging binnen contactcenters. Ondanks dat er naar verwachting minder callcenteragents zullen zijn, verdwijnen live agents nooit helemaal. Tweederde (66%) van de respondenten wil prioriteit geven aan het gebruik van dynamische, AI-gestuurde technologie die medewerkers helpt om snel beslissingen te nemen en efficiënter te werken.

“Het hele klantenservicelandschap verandert”, zegt James Dodkins, klantenservice-evangelist bij Pega. “Vroeger was het misschien voldoende om te reageren op klanten en hun zorgen. Tegenwoordig weten succesvolle organisaties dat ze moeten anticiperen op mogelijke problemen. Pas je je als organisatie niet aan, dan leg je het af tegen de concurrentie die wel bereid is om klanten op het juiste moment te geven wat ze nodig hebben, en steeds vaker zelfs al in een fase daarvoor. Zo ziet de nieuwe wereld van klantenservice eruit. De bereidheid van organisaties om snel te investeren in technologieën zoals kunstmatige intelligentie, intelligente automatisering, realtime besluitvorming en voorspellende analyses kan de komende jaren het verschil maken tussen succes en falen.”

De wereldwijde studie werd uitgevoerd door onderzoeksbureau iResearch en ondervroeg 750 (senior) vice-presidents, (senior) directeuren, (senior) managers in belangrijke sectoren, zoals de financiële dienstverlening en verzekeraars, gezondheidszorg, productie, telecom en de publieke sector uit elf landen in Europa, Amerika en Azië-Pacific naar hoe zij denken dat klantenservice zich de komende vijf jaar ontwikkelt.